GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) Uitspraak: 1 oktober 2013 Zaaknummer: 200.102.395/01 Zaaknummer eerste aanleg: 499741 CB VERZ 11-16 mrc in de zaak in hoger beroep van: […], wonende te […], appellant, advocaat: mr. M.A.A. van der Loo te Haarlem. 1Het geding in hoger beroep 1.
- Appellant wordt hierna [x] genoemd. 1.
- Het hof heeft in deze zaak op 7 augustus 2012 en 25 juni 2013 een tussenbeschikking gegeven. Voor de procesgang tot dan toe wordt verwezen naar die beschikkingen. 1.
- Het hof heeft kennisgenomen van de navolgende stukken: een op 5 juli 2013 ter griffie van het hof ingekomen bereidverklaring van de heer [y], handelend onder de naam Budgetondersteuning Nederland, gevestigd te Zaandam (1500 EA) (hierna: [y]), om de bewindvoering ten behoeve van [x] op zich te nemen; een op 10 juli 2013 ter griffie van het hof ingekomen bereidverklaring van mevrouw [zus] (de zuster van [x]) om, samen met de heer [broer] (de broer van [x]), het mentorschap ten behoeve van [x] op zich te nemen; een op 28 augustus 2013 ter griffie van het hof ingekomen faxbericht van de advocaat van [x], waarin deze meedeelt dat [x] zich akkoord verklaart met de benoeming van [y] tot bewindvoerder. 2Verdere beoordeling van het hoger beroep 2.
- Het hof verstaat voormelde namens [x] toegezonden akkoordverklaring aldus dat [x] zijn uitdrukkelijke voorkeur uitspreekt voor benoeming van [y] tot bewindvoerder. Het hof zal derhalve [y], in aanmerking genomen diens bereidverklaring, benoemen tot bewindvoerder. Niet is gebleken van gegronde redenen die zich tegen die benoeming verzetten. 2.
- In aanmerking genomen de bereidverklaringen van de broer en de zuster van [x] zal het hof beiden benoemen tot mentor. Tegen deze mentoren zijn geen bezwaren gerezen, terwijl ook overigens niet is gebleken van gegronde redenen die zich tegen de benoeming verzetten. 2.
- De beloning van de bewindvoerder zal, in afwijking van het bepaalde in artikel 1:447 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW), worden vastgesteld in overeenstemming met de richtlijnen van het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele en Kantonsectoren (hierna: LOVCK) voor een professionele bij de branchevereniging aangesloten bewindvoerder, thans tot een bedrag van € 85,- per maand, exclusief eventueel verschuldigde BTW. Nu [y] tot zijn benoeming als bewindvoerder de curator ten behoeve van [x] is geweest, ziet het hof geen aanleiding om nogmaals een bedrag voor intakekosten vast te stellen. 2.
- Nu – naar reeds in de tussenbeschikking van 25 juni 2013 is overwogen – de bestreden beschikking dient te worden vernietigd en het inleidend verzoek tot ondercuratelestelling van [x] alsnog dient te worden afgewezen, overweegt het hof ten overvloede dat ingevolge het bepaalde in artikel 1:384 BW de taak van de curator de dag na deze uitspraak een einde neemt en de inmiddels door hem of met zijn toestemming verrichte handelingen voor [x] verbindend blijven. 2.
- Dit leidt tot de volgende beslissing. 3Beslissing Het hof: vernietigt de beschikking waarvan beroep en, opnieuw rechtdoende: stelt een bewind in over de goederen die [x] toebehoren of zullen toebehoren, met benoeming van [y], handelend onder de naam Budgetondersteuning Nederland, gevestigd te Zaandam (1500 EA) tot bewindvoerder; stelt een mentorschap in ten behoeve van [x], met benoeming van [broer] en [zus] tot mentor; stelt het salaris van de bewindvoerder, in afwijking van het bepaalde in artikel 1:447 lid 1 BW, vast overeenkomstig de tarieven genoemd en gepubliceerd in de richtlijnen van het LOVCK; bepaalt dat deze uitspraak door de griffier binnen tien dagen na heden zal worden bekendgemaakt in de Staatscourant en in de dagbladen De Telegraaf en het Haarlems Dagblad; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte; wijst het inleidend verzoek tot ondercuratelestelling van [x] af. Deze beschikking is gegeven door mrs. A. van Haeringen, R.G. Kemmers en A.V.T. de Bie in tegenwoordigheid van mr. J.H.M. Kessels als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2013.