← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2013:3495

arrest ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer : 200.131.992/01 zaaknummer rechtbank Noord-Holland : C14/146061/KG ZA 13-159 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 oktober 2013 inzake [appellant] , wonende te [woonplaats], appellant, advocaat: mr. S.D. Kurz te Vleuten, tegen: [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats], geïntimeerde, advocaat: mr. M. Walvius te Hoogeveen. 1Het geding in hoger beroep Appellant is bij dagvaarding van 23 juli 2013 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland dat onder bovengenoemd zaaknummer tussen partijen is gewezen op 19 juni

  1. Daarbij heeft appellant vijf grieven aangevoerd, producties overgelegd en verzocht om behandeling van de zaak als spoedappel. Bij herstelexploot van 5 augustus 2013 heeft appellant geïntimeerde opgeroepen bij dit hof te verschijnen op de rol van 20 augustus
  2. Op 20 augustus 2013 heeft appellant de zaak aangebracht. Bij rolbeslissing van 27 augustus 2013 is appellant in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep in verband met het bepaalde in artikel 339 lid 2 Rv. Geïntimeerde is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Appellant heeft op de rol van 24 september 2013 een akte genomen als hiervoor bedoeld en heeft daarbij één productie overgelegd. Geïntimeerde heeft op de rol van 8 oktober 2013 bij akte geantwoord en heeft daarbij twee producties overgelegd. Vervolgens is arrest bepaald op heden. 2Beoordeling 2.1 De door appellant bij akte overgelegde appeldagvaarding van 9 juli 2013 is niet op de in die dagvaarding vermelde datum van 23 juli 2013 ingeschreven op de rol, noch is dit verzuim bij exploot hersteld. Voor zover appellant heeft betoogd dat voornoemd verzuim is hersteld bij het exploot van dagvaarding in hoger beroep van 23 juli 2013, is van een geldig herstelexploot als bedoeld in artikel 125 lid 4 Rv geen sprake, reeds omdat uit dat exploot niet blijkt dat het met handhaving van de dagvaarding van 9 juli 2013 is uitgebracht. De aanhangigheid van het geding waarop de appeldagvaarding van 9 juli 2013 ziet is derhalve vervallen. 2.2 Het exploot van dagvaarding in hoger beroep van 23 juli 2013, dat is hersteld bij exploot van 7 augustus 2013, is niet uitgebracht binnen de in artikel 339 lid 2 Rv voorgeschreven beroepstermijn van vier weken. Dit brengt mee dat appellant niet kan worden ontvangen in het hoger beroep. 2.3 Omdat partijen ex-echtelieden zijn zullen de kosten van het hoger beroep tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3Beslissing Het hof: verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep; compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Huijzer, W.J. van den Bergh en J.C. Toorman en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2013.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.