beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF TE AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer : 200.130.544/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 23 september 2013 inzake Patrick Joseph KELLY, wonende te Dublin, Ierland, VERZOEKER, advocaten: mrs. J.D. Kleyn en M.T. de Boorder, kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PHOENICIA HOTEL (HOLDING) B.V., gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER, advocaten: mrs. M.E.U. Janssens en S.N.J. Putter, kantoorhoudende te Amsterdam. 1Het verloop van het geding 1.1 Verzoeker zal hierna weer Kelly worden genoemd. Verweerster zal weer Phoenicia worden genoemd. Andere (rechts)personen zullen (weer) als volgt worden aangeduid: - R. Byrne met Byrne - L. Cuffe met Cuffe - P. Farrel met Farrel - P. Wilson met Wilson - Two Design Investments Limited met Two Design - Byrne, Cuffe, Farrel, Kelly, Wilson en Two Design tezamen met de aandeelhouders - Cuffe (Malta) Limited met Cuffe Malta - The Phoenicia Hotel Company Limited met Hotel Company - Cuffe Malta en Hotel Company tezamen met de dochtervennootschappen - Teramy Investments S.a.r.l. met Teramy - Phoenicia Hotel (Lux) S.a.r.l. met Phoenicia Lux. 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking in deze zaak van 30 juli 2013 (hierna ook aan te duiden met de eerste beschikking). Bij die beschikking is het verzoek van Kelly afgewezen voor zover het de onmiddellijke voorzieningen betreft en is iedere verdere beslissing aangehouden. 2De feiten De Ondernemingskamer gaat uit van de feiten die zijn vermeld in de beschikking van 30 juli 2013 - die zij hieronder voor zover relevant wederom weergeeft en aanvult: 2.1 De statuten van Phoenicia houden als artikel 20.5 in: “Voor zover de wet geen andere meerderheid voorschrijft, worden alle besluiten genomen met algemene stemmen van alle stemgerechtigde aandeelhouders”. 2.2 De aandeelhouders hebben aan Cuffe Malta bedragen van tezamen in totaal circa € 1.970.000 geleend. 2.3 In augustus 2007 heeft Cuffe Malta ten behoeve van aankoop en ontwikkeling van “The Phoenicia Hotel Malta” op Malta (hierna weer het Hotel te noemen) een kredietfaciliteit met een looptijd tot augustus 2010 betrokken bij Irish Nationwide Building Society (hierna met INBS aan te duiden), waaronder Cuffe Malta tot een maximumbedrag van € 21.000.000 zou kunnen trekken. Cuffe Malta heeft een bedrag van € 20.700.000 geleend onder deze faciliteit (hierna de lening te noemen). Tot zekerheid is een recht van hypotheek verstrekt op het Hotel. Tot meerdere zekerheid hebben Cuffe, Byrne, Farrel, Alistair Tidey, Wilson en Kelly (dezen hierna tezamen ook aan te duiden met de garantstellers) zich hoofdelijk garant gesteld voor het terugbetalen van het onder deze faciliteit geleende bedrag (hierna aan te duiden met de garantie). Cuffe Malta heeft steeds aan haar renteverplichtingen voldaan. 2.4 Hotel Company heeft in 2008 een kredietfaciliteit betrokken bij Bank of Valletta, waaronder een bedrag van € 700.000 is getrokken. De garantstellers hebben zich voor de verplichtingen van Hotel Company uit deze kredietfaciliteit persoonlijk garant gesteld. 2.5 Op 21 juli 2012 heeft Kelly voor het eerst een voorstel tot aflossing van voormelde leningen en tot herfinanciering gepresenteerd van een consortium van Maltese investeerders (hierna het consortium te noemen). Een e-mail bericht van C. Fox, een adviseur van Kelly, gedateerd 21 juli 2012 en gericht aan (vertegenwoordigers van) de aandeelhouders, houdt hieromtrent onder meer in: “The Malta Consortium have made the following offer to the shareholders (…)”. 2.6 Op 28 november 2012 heeft Teramy de rechten en verplichtingen van (oorspronkelijk) INBS onder de lening en de garantie verkregen. 2.7 Bij brief van 4 december 2012 heeft Teramy aan Cuffe Malta ter zake van de lening geschreven: “we hereby demand that you (…) make immediate payment to us (…) of € 20,589,505.36 no later than (…) 7 December 2012. (…) Failure to comply (…) entitles [Teramy] to take all steps available to it (…) enforcing the [garantie] (…)”. 2.8 Bij brief van 4 februari 2013 aan de aandeelhouders heeft M. Cassar, deelnemer aan het consortium, namens het consortium geschreven: “I would like to make the following offer to the shareholders of [Phoenicia] (…).(…) the [consortium] are prepared to invest 8ml in new preference shares, with an annual compound coupon of 10%. If all the shareholders wish to retain their investment the [consortium] investment will represent 80% of the enlarged equity. For those shareholders wishing to cash in their investment we are prepared to offer 50c to the 1 euro invested. (…) Our offer is subject to the [consortium] completing with Hazeldene (…). The [consortium] will fund the Bank of Valetta term loan to [Hotel Company] of circa 1ml, thereby releasing your personal guarantees. Your guarantees to [Cuffe Malta] will be released on the repayment of the loan to Hazeldene by [Cuffe Malta]. The funding for this will by way of a 15ml facility from Bank of Valetta and the balance from the [consortium]. The Bank of Valetta have given our consortium full assurance of the availability of the facility, however we are not willing to incur the substantial cost of formalising the agreement until we have agreement on terms with yourselves. (…) We require an irrevocable undertaking from all the shareholders whereby they promise to sell to the [consortium]. This will be witnessed by a Maltese Notary and we will put up a 10% deposit (…) accompanied by proof of funds that would satisfy the purchase price (…) as well as funds necessary (…) to clear the (…) debt to a maximum of [€] 20,700,000 (…). We need (…) 4 months to complete said transactions after the undertaking has been signed. (…)”. 2.9 Een brief van 29 maart 2013 van een zaakwaarnemer van Teramy aan Byrne in zijn hoedanigheid van bestuurder van Cuffe Malta houdt in dat Teramy will initiate formal recovery proceedings under all its security rights betreffende de lening op 29 april 2013, tenzij overeenstemming wordt bereikt over een alternatief arrangement. De brief luidt verder: “We would intend to forward you a proposal which Teramy would be willing to accept for such an alternative arrangement (…). We (…) suggest that you circulate that proposal and any other proposals amongst the [garantstellers] and convene an Extraordinary General Meeting of [Phoenicia] prior to 29 April 2013 in order that all such proposals can be considered and thereafter intimation given on the acceptability or otherwise of our proposal. (…)”. 2.10 Op 13 april 2013 heeft eerder bedoelde zaakwaarnemer, ten vervolge op bovenvermelde brief van 29 maart 2013, namens Teramy een non binding proposal for consideration by [Cuffe Malta] aan Byrne gezonden. In deze brief, die per abuis op 29 maart 2013 is gedateerd, is vermeld dat het does not constitute an offer, maar is submitted as a proposal by de zaakwaarnemer. De brief luidt, voor zover van belang, voorts: “We understand that you intend to convene an Extraordinary General Meeting of the shareholders in [Phoenicia] on 9 May 2013 to consider this and any other proposals received. (…) if a suitable agreement is not reached (…), Teramy shall commence, without further recourse or discussion, proceedings (…) in Malta and/or in the Dublin Courts for judgements/sequestration on the back of the hypothecary security and joint & several guarantee_(…)”. 2.11 Bij brief van 30 april 2013 heeft M. Cassar aan Alistair Tidey een term sheet toegestuurd, which constitutes a conditional offer for the purchase, for the total sum of two million Euro (…), of all the outstanding share capital in [Phoenicia] and any other entity (…) engaged in the business of [Phoenicia]. Cassar schrijft verder dat het consortium is ´prepared to immediately place into an escrow account (…) this purchase price´ en ´anticipate (…) to close this transaction no later than the first of September 2013´. 2.12 Op 2 mei 2013 heeft het consortium aan de aandeelhouders een voorstel gedaan, vervat in een term sheet inhoudend the terms and conditions of a proposed acquisition of all the outstanding shareholding of Phoenicia, dat op 7 mei 2013 door Fox voornoemd is doorgestuurd aan Byrne. De term sheet houdt onder meer in: “The [consortium] will purchase 100% of the capital stock of [Phoenicia] and any other entity (…) engaged in the business of [Phoenicia]. (…) Subject to [het consortium]’s obtaining (…) financing (…) the purchase price (…) will equal (…). The Acceptance Date shall be (…) the 15th day of may 2013. (…) On the Acceptance date the Purchase Price will be placed in an escrow account (…). The obligations of [het consortium] to complete the Transaction contemplated herein will be subject (…) to the satisfaction of the following conditions: a. (…) b. receipt of Acquisition Financing (…) f. (…)”. 2.13 Op 10 mei 2013 heeft een algemene vergadering van aandeelhouders van Phoenicia plaatsgevonden. Het voorstel van Teramy is besproken en in stemming gebracht. Drie aandeelhouders stemden voor. Farrel stemde voorwaardelijk voor, Cuffe stemde voorwaardelijk tegen en Kelly stemde tegen. 2.14 Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders van Phoenicia op 10 mei 2013 is ook het voorstel van het consortium aan de orde gekomen. 2.15 Op 27 mei 2013 hebben Kelly en Byrne in Dublin gesproken over onder meer de aanvaardbaarheid van het voorstel van het consortium. 2.16 Een door Byrne opgesteld gespreksverslag van zijn ontmoeting met Kelly op 18 juni 2013 houdt onder meer in: “[Kelly] called me (…) on Monday 17th June. (…) I informed [Kelly] that there had been a lot of legal activity on the Agreement which had followed from the majority vote in favour of Teramy´s proposal at the EGM. [Kelly] questioned as to whether he should be copied in on the various correspondences relating to the Agreement. I replied that I didn´t think so on the basis that he had expressed his objections to the Teramy proposal at the EGM. (…) The Meeting (op 18 juni 2013, Ondernemingskamer) (…) I re-appraised [Kelly] of the current position in relation to the Teramy proposal that had been agreed at the EGM by a majority of Shareholders, excluding [Kelly en Cuffe]. (…) I informed [Kelly] (…) that finalization of the Agreement with Teramy was imminent. I did not indicate to [Kelly] my expectation as to when the Agreement would be concluded. I suggested to [Kelly] (…) that perhaps he would consider aligning his position with the other Shareholders (…) He said that (…) so long as the debt was repaid, Teramy would have no further interest in the property (…). [Kelly] expressed a hope that as the Director of [Phoenicia] I would not transfer the [dochtervennootschappen] until he used the opportunity to repay the debt to Teramy (…). I explained to [Kelly] that the opportunity to raise the €20.7 m had long passed and that he & [het consortium] had had their chance and come up short. (…) I explained (…) it was in the best interest of the company to proceed. I (…) again encourage[d] [Kelly] to align himself with the other Shareholders (…). [Kelly] continued to insist that he is opposed to the Agreement with Teramy. (…) We shook hands and I left. (…).”. 2.17 In een brief, gedateerd 20 juni 2013, aan een advocaat van Phoenicia heeft de Ierse advocaat van Kelly een beroep gedaan op de in de statuten van Phoenicia vervatte aanbiedingsregeling voor het geval een of meer aandeelhouders in Phoenicia aandelen in die vennootschap zouden willen vervreemden. Voorts houdt de brief in: “(…) should [Byrne] (…) attempt to transfer [de dochtervennootschappen] (…) the Articles of [Phoenicia] specifically require a unanimous decision of a duly constituted general meeting to do so. (…)”. 2.18 Op 1 juli 2013 is zowel het gehele uitstaande aandelenkapitaal in Cuffe Malta als het gehele uitstaande aandelenkapitaal in Hotel Company door Phoenicia overgedragen aan een aan Teramy gelieerde vennootschap, Phoenicia Lux. 2.19 Op 3 juli 2013 heeft de Ierse advocaat van Kelly aan de hiervoor bedoelde advocaat van Phoenicia onder meer geschreven dat Kelly en hij are completely in the dark about the actions of the management board. 2.20 De Ierse advocaat heeft Byrne op 5 juli 2013 namens Kelly laten weten dat deze laatste, die al enige tijd doende was - kort gezegd - herfinanciering voor de lening te vinden daar in was geslaagd. In de brief is de herfinanciering kort uiteen gezet en is vermeld dat de nieuwe investeerders are ready to proceed immediately. Een bijeenkomst ter uitvoering van een en ander werd voorgesteld op of voor 15 juli 2013. 2.21 Bij brief van 12 juli 2013 is Phoenicia er namens Kelly onder meer (nogmaals) op gewezen dat vervreemding van de dochtervennootschappen het bijeenroepen van een algemene vergadering van aandeelhouders van Phoenicia vergt. 3De gronden van de beslissing 3.1 Kelly heeft aan zijn verzoek tot het instellen van een enquête naar het beleid en de gang van zaken van Phoenicia ten grondslag gelegd dat aan de juistheid van dat beleid moet worden getwijfeld. Zijn bezwaren tegen dat beleid betreffen de gang van zaken rond de vervreemding van de dochtervennootschappen. Kelly heeft geklaagd dat Phoenicia haar dochtervennootschappen heeft verkocht aan Teramy zonder de voorafgaande goedkeuring van haar algemene vergadering van aandeelhouders. Die verkoop betreft in feite haar gehele onderneming en komt derhalve neer op haar materiële liquidatie, aldus Kelly. Het bestuur van Phoenicia behoefde die goedkeuring op grond van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.