← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2013:600

arrest ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel en belastingrecht, team II zaaknummer: 200.096.753/01 zaaknummer rechtbank Haarlem: 177327 / HA ZA 11-62 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 februari 2013 inzake: [Appellante], wonend te [woonplaats], APPELLANTE, advocaat: mr. M.T.A.M. Mes te Hoorn, t e g e n de naamloze vennootschap LIANDER N.V., gevestigd te Arnhem, GEÏNTIMEERDE, advocaat: mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem. De partijen worden hierna aangeduid als [geïntimeerde] en Liander. 1Het geding in hoger beroep Bij dagvaarding van 19 oktober 2011 is [geïntimeerde] in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Haarlem, hierna: de rechtbank, van 20 juli 2011, in deze zaak gewezen tussen Liander als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde. [geïntimeerde] heeft bij memorie twee grieven geformuleerd, één productie overgelegd en geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, de vorderingen van Liander zal afwijzen met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van Liander in de kosten van beide instanties. Liander heeft bij memorie geantwoord, haar eis verminderd en geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van [geïntimeerde], uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding in hoger beroep. Ten slotte is arrest gevraagd. 2De feiten In het bestreden vonnis heeft de rechtbank onder het kopje “De feiten” een aantal feiten vastgesteld. De juistheid hiervan is tussen partijen niet in geschil, zodat ook het hof deze feiten tot uitgangspunt zal nemen. 3Beoordeling 3.1 Tussen partijen staat in deze zaak het volgende vast. 3.1.1 Per 1 april 2008 heeft Liander [geïntimeerde] geregistreerd als afnemer van elektriciteit op het adres [de woning] (hierna: de woning). 3.1.2 Op 6 april 2009 is in de woning een hennepplantage aangetroffen, waarvoor de benodigde elektriciteit buiten de meter om werd afgenomen. De meter zelf was gemanipuleerd. 3.1.3 Liander heeft aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit. In die aangifte is opgenomen dat een politieambtenaar en een fraudespecialist van Liander aan de hand van indicatoren hebben geconstateerd dat in de woning, gebaseerd op de vastgestelde vervuiling, vermoedelijk sprake is geweest van vier eerdere hennepoogsten. De aangetroffen teelt was tenminste drie weken oud. 3.1.4. Op basis van het rapport van haar fraudespecialist heeft Liander € 14.045,64 inclusief btw bij [geïntimeerde] in rekening gebracht. Deze heeft de desbetreffende factuur, ook na aanmaning, onbetaald gelaten. 3.2 Liander heeft bij inleidende dagvaarding gevorderd [geïntimeerde], uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van € 13.980,70 aan hoofdsom, te vermeerderen met wettelijke rente, de proceskosten en de nakosten. 3.3 De rechtbank heeft de vorderingen van Liander, uitvoerbaar bij voorraad, toegewezen. 3.4 Grief I houdt in dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het door Liander geschatte verbruik door [geïntimeerde] onvoldoende gemotiveerd is betwist. Zoals [geïntimeerde] erkent in de toelichting op haar grief dient de onzekerheid die gepaard gaat met een schatting als gevolg van elektriciteitsfraude voor rekening van [geïntimeerde] te komen. Deze onzekerheid vloeit voort uit het feit dat er geen exacte berekening kan worden gemaakt van het energieverbruik doordat de meter is gemanipuleerd. In de onderhavige zaak zijn, aan de hand van in het rapport BOOM geformuleerde indicatoren zoals vervuiling van koolstoffilters, algengroei en vervuiling, de feitelijke omstandigheden geïnventariseerd door een fraudespecialist van Liander in samenwerking met de politie en vervolgens is een schatting gemaakt van het aantal kweken en het daarmee gepaard gaande energieverbruik. Het hof is van oordeel dat Liander, op grond van het voornoemde, voorshands in het bewijs van de omvang van de door [geïntimeerde] gepleegde elektriciteitsfraude is geslaagd. Het hof stelt vast dat [geïntimeerde] geen (tegen)bewijs heeft aangeboden en ziet in de stellingen van [geïntimeerde] geen reden haar ambtshalve tot tegenbewijs toe te laten. Gevolg is dat hetgeen voorshands bewezen is geacht als vaststaand dient te worden aangenomen, waarmee de grief faalt. 3.5 Nu Liander bij memorie van antwoord haar eis in die zin heeft verminderd dat zij niet langer de btw vordert kan grief II onbesproken blijven. 4Slotsom en kosten Nu grief I faalt en Liander haar eis heeft verminderd voor zover het de gevorderde btw betreft, zal het hof dienovereenkomstig beslissen en het bestreden vonnis gedeeltelijk vernietigen en voor het overige bekrachtigen. [geïntimeerde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en dient de proceskosten in hoger beroep voor haar rekening te nemen. 5Beslissing Het hof: vernietigt het bestreden vonnis voor zover het betreft de veroordeling onder 5.1 en in zoverre opnieuw rechtdoende: veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan Liander van € 11.748,49 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 22 juni 2009 tot de dag der algehele voldoening; bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor het overige; verwijst [geïntimeerde] in de proceskosten in hoger beroep en begroot die kosten voor zover tot heden aan de kant van Liander gevallen, op € 1.769,- aan verschotten en € 894,- aan salaris advocaat; verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad. Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Huijzer, J.W. Hoekzema en W.H.F.M. Cortenraad en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2013.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.