GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerk 11/00134 2 mei 2013 uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X] te [Z], belanghebbende, gemachtigde: [Y] ([Y]Administratie te [P]), tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 10/2229 van de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Zaandam, de inspecteur. 1. Ontstaan en loop van het geding De inspecteur heeft met dagtekening 11 december 2009 aan belanghebbende voor het jaar 2006 een aanslag opgelegd in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 42.323. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak, gedagtekend 20 maart 2010, de aanslag verminderd tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 36.510. Bij uitspraak van 14 januari 2011 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 25 februari 2011, aangevuld bij brieven van 30 maart 2011 en 13 april 2011. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde heeft bij brief van 20 maart 2013 nadere stukken ingezonden. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 april 2013. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden. 2. Feiten 2.1. De rechtbank heeft in de onderdelen 2.1 tot en met 2.3 van haar uitspraak de navolgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt daarin aangeduid als ‘eiseres’, de inspecteur als ‘verweerder’. 2.1. Eiseres is geboren op 27 juli 1959 en is ongehuwd. 2.2.1. Eiseres heeft in de bezwaarfase voor twee van haar zoons aftrek levensonderhoud geclaimd voor een bedrag van in totaal € 1.980: - voor haar zoon [A], geboren op [...] juli 1988, over het vierde kwartaal 2006, een bedrag van € 660; - voor haar zoon [B], geboren op [...] september 1981, over het eerste en tweede kwartaal 2006, voor ieder kwartaal een bedrag van € 660. 2.2.3. Eiseres heeft voor haar zoon [A] over de eerste drie kwartalen van 2006 kinderbijslag ontvangen. Over het vierde kwartaal 2006 heeft deze zoon studiefinanciering ontvangen en heeft hij € 1.391 aan looninkomsten genoten. Haar zoon [B] heeft in 2006 een bedrag van € 13.319 aan bruto-inkomsten genoten. Dit komt neer op een bedrag van € 904 netto per maand. 2.3.1. Eiseres heeft in de bezwaarfase een bedrag van € 2.634 aan aftrekbare ziektekosten in aanmerking genomen. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: Algemene uitgaven Nominale premie zorgverzekering (€ 1.015 per persoon) € 2.538 Premie aanvullende verzekering € 344 Inkomensafhankelijke bijdrage ZVW € 2.146 € 5.028 Specifieke uitgaven Vaste uitgaven huisapotheek 4 x € 23 € 92 Uitgaven verzorging en verpleging € 225 Uitgaven voor hulpmiddelen € 170 € 487 Vaste aftrek voor chronische ziekte € 795 Overige uitgaven Overlijdensverzekering € 193 Agis eigen risico € 388 Niet vergoede medicijnen € 60 € 641 Totaal € 6.951 Af: niet-aftrekbare drempel € 4.317 Aftrekbaar € 2.634 2.3.2. Verweerder heeft niet in aftrek toegestaan: Algemene uitgaven Nominale premie zorgverzekering € 1.015 Inkomensafhankelijke bijdrage ZVW € 155 Overige uitgaven Agis eigen risico € 388 Niet vergoede medicijnen € 60 Totaal € 1.618 2.3.3. Tot de stukken van het geding behoort een brief van Agis, van 31 augustus 2010, gericht aan verweerder. In deze brief is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld: “Mevrouw [X] is sinds 1 januari 2006 (...) als verzekeringnemer ingeschreven in de Agis Basispolis en aanvullende verzekeringen. Op deze polis is ook haar zoon [A] (...) verzekerd. De verschuldigde premie wordt door mevrouw voor beiden betaald. (…) In 2006 was er in de Zorgverzekeringswet geen sprake van een wettelijk eigen risico. In 2006 bestond de regeling No-claim. Deze hield in, dat indien iemand geen zorgkosten ten laste van de basisverzekering had gemaakt, er recht was op een terugbetaling van maximaal € 255,00. Mevrouw [X] heeft dit bedrag in 2007 van Agis ontvangen. Ook had mevrouw [X] geen keuze gemaakt voor een vrijwillig eigen risico. Over 2006 zijn geen kosten van zorgverleners bij Agis voor mevrouw [X] in rekening gebracht, ook niet van medicijnen. Ook hebben wij geen door mevrouw [X] ingediende nota’s ontvangen. Er zijn geen vergoedingen aan mevrouw betaald. Overigens betekent dit niet dat wij kunnen bevestigen, dat mevrouw ook geen kosten heeft betaald. Immers, medicijnen die niet ten laste van de verzekering komen, kunnen wel door mevrouw aangeschaft zijn en dus betaald aan de apotheek. Zij heeft deze in ieder geval niet geclaimd. Op grond van onze administratie kunnen wij uw vraag over het eigen risico en niet vergoedde medicijnen dan ook noch ontkennen noch bevestigen.” 2.2. Nu tegen de feitenvaststelling door de rechtbank, als hiervoor vermeld, door partijen geen bezwaren zijn ingebracht, gaat ook het Hof van die feiten uit. 2.3. Het Hof voegt hieraan nog toe de volgende feiten, welke het ontleent aan * de in beroep overgelegde stukken (2.3.1 en 2.3.2) en aan * de in hoger beroep overgelegde stukken (2.3.3). 2.3.1. De in de rechtbankuitspraak onder 2.2.1 vermelde 'herziene aangifte', die ter inspectie is ontvangen op 19 november 2009, vermeldt een inkomen uit werk en woning van € 33.515. In dit inkomen zijn, naast de in de rechtbankuitspraak onder 2.2.1 en 2.3.1 vermelde gegevens, tevens opgenomen inkomsten uit overige werkzaamheden ter grootte van € 2.396, na aftrek van kosten van € 500. In de bij het invullen van de aangifte te gebruiken rekenhulp zijn de (bruto)-inkomsten gespecificeerd als ‘verdiensten overige werkzaamheden’ € 2.448 en ‘vervoer kosten overige werkzaamheden’ € 448. 2.3.2. In het kader van de afhandeling van het bezwaar heeft de inspecteur bij brief van 5 februari 2010 onder meer het volgende aan belanghebbende geschreven: “In de met u gevoerde correspondentie heb ik meegedeeld geen aftrek te verlenen t.a.v. de kosten van levensonderhoud. Ik blijf bij dit standpunt. (...) Ten aanzien van de ziektekosten heeft u n.m.m. slechts recht op éénmaal aftrek van de standaardpremie. De netto aftrek van ziektekosten bereken ik dan op € 1.033. Het belastbaar inkomen in box 1 bereken ik dan op € 36.510. Looninkomsten 35.147 Neveninkomsten 2.396 Af: ziektekosten - 1.033”. 2.3.3. Tot de stukken behoren dagafschriften van een ten name van belanghebbende staande bankrekening over het jaar 2006. 3. Geschil in hoger beroep 3.1. In hoger beroep is (nog) in geschil of: - a. er gevolgen zijn verbonden aan de overschrijding van de wettelijke termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar en zo ja welke; - b. door derden aan de inspecteur op diens verzoek verstrekte informatie over belanghebbende onrechtmatig is verkregen nu belanghebbende niet van dit informatieverzoek op de hoogte is gesteld en de desbetreffende informatie ook bij belanghebbende had kunnen worden opgevraagd. - c. de ziektekosten van de zoon [A] voor het gehele jaar in aanmerking moeten worden genomen in plaats van voor een half jaar. - d. de inkomsten uit overige werkzaamheden te hoog zijn vastgesteld, en of - e. de voor het kopen van loten gedane betalingen aan de Postcodeloterij als giften voor aftrek in aanmerking komen. 3.2. De gemachtigde heeft ter zitting in hoger beroep zijn volgende grieven ingetrokken: er heeft bij de inkomsten uit dienstbetrekking een dubbeltelling plaatsgevonden, er bestaat recht op de aanvullende alleenstaande ouderkorting, er bestaat recht op een aftrek kosten levensonderhoud, er bestaat recht vergoeding van door de ontvanger veroorzaakte kosten. 4. Beoordeling van het geschil 4.1.1. Met betrekking tot het onder 3.1(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.