← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2014:1095

parketnummer: 23-000851-13 datum uitspraak: 27 maart 2014 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 augustus 2012 in de strafzaak onder parketnummer 13-142085-11 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 13 maart

  1. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 14 maart 2011 te Amsterdam (opzettelijk) aanwezig heeft gehad (in een bedrijfsruimte bekend als [adres 2]) ongeveer 540 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken. Vrijspraak Uit het dossier is naar voren gekomen, dat een hennepkwekerij is aangetroffen op 14 maart 2011, in de bedrijfsruimte die door de verdachte werd gehuurd sinds oktober
  2. De verdachte heeft steeds ontkend deze kwekerij te hebben ingericht; hij heeft de ruimte sinds november 2010 onderverhuurd aan een ander. Van deze persoon heeft hij alleen een naam en een telefoonnummer en hij heeft sindsdien geen contact meer met hem kunnen maken. Het hof is van oordeel, met de advocaat-generaal, dat het dossier zoals het voorligt onvoldoende aanknopingspunten bevat om de betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij aan te nemen. De enkele omstandigheid dat verdachte de huurder was van de ruimte waarin de hennepkwekerij was ingericht is daartoe onvoldoende. Naar het oordeel van het hof is daarom niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. H.J. Bronkhorst en mr. D. Radder, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 maart
  3. [...]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.