← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2014:1377

beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.136.247/01 NOT nummer eerste aanleg : KLN 12.18 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 22 april 2014 inzake [appellant], met woonplaats te Nuenen, appellant, tegen [geïntimeerde], notaris te Nuenen, geïntimeerde. 1Het geding in hoger beroep 1.

  1. Van de zijde van appellant (hierna: klager) is bij een op 29 oktober 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort ‘s-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 21 oktober
  2. Bij genoemde beslissing heeft de kamer het verzet van klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 28 mei 2013 ongegrond verklaard. 1.
  3. De notaris heeft geen verweerschrift ingediend. 1.
  4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 3 april
  5. Klager en de notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd, beiden aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnota’s. 2Stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3Ontvankelijkheid 3.
  6. Klager heeft bij brief van 22 augustus 2012 bij de kamer een klacht ingediend tegen de notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 28 mei 2013 klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tegen die beslissing heeft klager tijdig verzet ingesteld bij de kamer. Na onderzoek van de klacht heeft de kamer bij beslissing van 21 oktober 2013 het verzet ongegrond verklaard. 3.
  7. Artikel 99 lid 13 Wna bepaalt dat geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing van de kamer tot ongegrondverklaring van het verzet. Dat brengt mee dat klager in zijn hoger beroep niet kan worden ontvangen. Gesteld noch gebleken is dat bij de behandeling van het verzet essentiële vormen niet in acht zijn genomen, op grond waarvan in andere zin zou moeten worden beslist. 3.
  8. Er is geen aanleiding voor nader onderzoek met betrekking tot de klacht en dus evenmin voor het horen van getuigen. 3.
  9. De onderdelen waarmee klager zijn klacht in hoger beroep heeft aangevuld, moeten buiten behandeling blijven omdat het hof alleen de zaak, zoals die in eerste aanleg aan de orde is geweest, opnieuw in volle omvang beoordeelt. 3.
  10. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan onbesproken blijven omdat het niet kan leiden tot een andere beslissing. 4Beslissing Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, A.M.A. Verscheure en A.A. van Berge en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 22 april 2014 door de rolraadsheer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.