parketnummer: 23-000225-13 datum uitspraak: 15 april 2014 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 januari 2013 in de strafzaak onder parketnummer 14-700897-12 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 april 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Ontvankelijkheid van het hoger beroep De verdachte is door de politierechter in de rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 4 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd – voor zover in hoger beroep nog aan de orde – dat 1:hij in of omstreeks de periode van 1 november 2010 tot en met 15 november 2011 in de gemeente Hoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt (in de woning [straatnaam 1]) (ongeveer) 307 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2:hij op of omstreeks 16 november 2011 in de gemeente Hoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in de woning [straatnaam 1]) (ongeveer) 307 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 3:hij in of omstreeks de periode van 1 november 2010 tot en met 16 november 2011 in de gemeente Hoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de woning [straatnaam 1] heeft weggenomen een hoeveelheid electrische stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Liander N.V.", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s). Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep – voor zover in hoger beroep aan de orde – kan niet in stand blijven, omdat het hof tot vrijspraak komt. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 2 en 3 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Uitsluiting van bewijs De verdediging heeft gesteld dat het binnentreden in een woning (met machtiging) als hier aan de orde als een belangrijke inbreuk op de privacy van de burger helder en duidelijk moet zijn gelegitimeerd. Daarvan is hier geen sprake, nu in het dossier meer dan één datum wordt genoemd waarop dit binnentreden zou hebben plaatsgevonden en het verder onduidelijk is wat de aanleiding is geweest tot het verrichten van de aan het binnentreden voorafgaande warmtemeting. Het kan niet de door de verbalisanten genoemde anonieme melding zijn geweest, aangezien die volgens het dossier op 17 november 2011 is gedaan, dus ná het binnentreden. Blijkens de nu ter terechtzitting door de advocaat-generaal overgelegde aanvullende informatie – die overigens tot stand is gekomen door plak- en knipwerk zoals daarin ook is vermeld – is er zelfs helemaal geen sprake geweest van een e-mail bericht, maar van een brief. Van welke datum die brief is geweest of wanneer die brief bij de politie is binnengekomen, is onduidelijk. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat die melding in het proces-verbaal is opgenomen om de warmtemeting achteraf te legitimeren. Een en ander levert een onherstelbaar vormverzuim op: het moet ervoor gehouden worden dat er zonder redelijke verdenking dan wel zonder een redelijk vermoeden als bedoeld in de Opiumwet is binnengetreden. Dit moet en kan in dit geval tot bewijsuitsluiting leiden, nu een dergelijk gevolg een krachtige stimulans is om herhaling van dit soort optreden te voorkomen en de politie de grens van het toelaatbare bij het binnentreden zonder toestemming steeds vaker lijkt op te zoeken. Het hof overweegt het volgende. Het stam proces-verbaal van 20 april 2012, doorgenummerde pagina’s 11 e.v., houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant: “ Aanleiding Op 17 november 2011 kwam er een e-mail binnen van [ambtenaar] medewerker van de gemeente Hoorn. Ik las in de e-mail dat de melding via het e-mail adres: [e-mailadres] was binnen gekomen. In de e-mail stond de tekst: “Daar ik graag bekend wil maken dat mijn buren onder hun huis wiet plante hebben. Ik hoop dat jullie hier wat mee doen. Dit weet ik 200% dat het waar is dit is hun adres [adres 2]” Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL10HR 2011124587-30 van 12 februari 2012, doorgenummerde pagina’s 15 e.v. houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant: “Op 3 november 2012 (het hof begrijpt dit als een kennelijke verschrijving, dat zal moeten zijn 3 november 2011 aangezien het proces-verbaal zelf van 12 februari 2012 is) te 01.57 uur was ik, [verbalisant], op de [straatnaam 1] te gemeente Hoorn. Ik was daar ter hoogte van perceel [straatnummer] Aanleiding Naar aanleiding van een vermoedelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij op de [straatnaam 1] [straatnummer], hebben wij een onderzoek ingesteld. In de melding werd gesproken over een kwekerij onder de woning. Ik hoorde in de omgeving van de woning een zoemend geluid van een afzuiginstallatie. Ik, [verbalisant], mat met de Fluke Ti 25 infrarood camera het perceel aan de voor en achterzijde en de aangrenzende percelen. (…) Conclusie: Naar aanleiding van het thermografisch onderzoek is te zien dat een deel van de woning veel meer warmte uitstraalt dan de overige woningen direct daaraan grenzend. Vanwege de melding, het zoemend geluid en de warmte beeld foto’s bestaat bij mij het vermoeden dat er zich een hennep kwekerij in de [straatnaam 1] bevindt” Verder bevindt zich in het dossier een machtiging tot het binnentreden in de woning van verdachte van 15 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.