parketnummer: 23-001792-13 datum uitspraak: 9 mei 2014 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 4 april 2013 in de strafzaak onder parketnummer 14-197206-11 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 april 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij: op of omstreeks 1 januari 2011 in de gemeente Hoorn opzettelijk een persoon heeft mishandeld (te weten [slachtoffer]), eenmaal of meermalen (met kracht) op/tegen het hoofd en/of in/tegen het gezicht en/of (elders) op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank. Beroep op noodweer De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte is aangevallen en heeft gehandeld uit noodweer zodat de opzet op mishandeling derhalve ontbrak, hetgeen zou moeten leiden tot vrijspraak van de ten laste gelegde mishandeling. Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. De bij de politie afgelegde getuigenverklaringen zijn weliswaar op ondergeschikte details afwijkend maar komen in hoofdlijnen met elkaar overeen in die zin dat de aangever de ruzie tussen zijn klasgenoot [betrokkene] en de verdachte probeerde te sussen en de verdachte degene is geweest die is begonnen met slaan. Zij ondersteunen daarmee de verklaring van de aangever. Het hof ziet geen aanleiding de verklaringen van de getuigen en de aangever onbetrouwbaar te achten, nu daartegenover enkel de sterk afwijkende verklaring van de verdachte staat, die aangeeft dat hij als eerste is aangevallen en geslagen. In het dossier bevinden zich verder geen aanknopingspunten die de verklaring van de verdachte ondersteunen. Het hof gaat derhalve uit van de situatie waarin de verdachte de confrontatie is aangegaan en de aangever op de mond heeft geslagen en acht het niet aannemelijk dat de verdachte zich op dat moment in een situatie bevond waarin hij ogenblikkelijk wederrechtelijk werd aangerand en waartegen verdediging geboden was. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij: op 1 januari 2011 in de gemeente Hoorn opzettelijk een persoon heeft mishandeld, te weten [slachtoffer], nu hij meermalen met kracht tegen het gezicht van die [slachtoffer] heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 2 jaren. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en het aanzienlijke letsel dat is toegebracht, alsmede de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Het betreft een ernstig feit, waarbij de aangever fors letsel heeft opgelopen. Anderzijds zijn vanaf het plegen van het feit alweer meer dan drie jaren verstreken en is de verdachte nadien niet meer veroordeeld. Het hof ziet het voorgevallene als een incident en zal rekening houden met de in positieve zin gewijzigde huidige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals naar voren gekomen tijdens de terechtzitting in hoger beroep. Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 9 april 2014 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld. Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze beloopt € 3.351,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.