← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2014:2187

parketnummer: 23-002702-13 datum uitspraak: 21 mei 2014 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 mei 2013 in de strafzaak onder parketnummer 15-096778-12 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 21 mei

  1. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat zij op of omstreeks 24 december 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer aan boord van een luchtvaarttuig of op een luchthaven, aangewezen krachtens artikel 52, vierde lid Wet wapens en munitie, een wapen van categorie II onder 6, te weten een busje pepperspray, voorhanden heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het haar ten laste gelegde schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel. Vrijspraak De raadsman heeft – kort samengevat – aangevoerd dat het wettig en overtuigend bewijs van het ten laste gelegde ontbreekt nu er geen onderzoek is gedaan naar de inhoud van het onder de verdachte aangetroffen busje, zodat niet kan worden vastgesteld dat de inhoud van het litigieuze busje daadwerkelijk ,,pepperspray” was. De advocaat-generaal heeft ten aanzien hiervan aangevoerd dat men ervan dient uit heeft te gaan dat zich in het onderhavige busje datgene bevindt wat erop is vermeld. Het hof overweegt hierover het volgende. De omstandigheid dat op het onder de verdachte aangetroffen busje het woord ,,peppergas” is geprint en dat het busje dient ter zelfbescherming vormt naar het oordeel van het hof onvoldoende bewijs voor de conclusie dat zich in het busje metterdaad pepperspray bevond. Het hof constateert dat niet is gebleken dat onderzoek is gedaan naar de inhoud van het busje. Gelet op het vorengaande is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.W.J. den Ottolander, mr. N.A. Schimmel en mr. S. Clement, in tegenwoordigheid van M. Gieske, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 mei
  2. [...]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.