GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer : 200.127.392/01 zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/519395 / HA ZA 12-720 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 januari 2014 inzake 1 [APPELLANTE SUB 1], 2. [APPELLANTE SUB 2], beiden wonende te [woonplaats], appellanten, advocaat: mr. J. Martens te [plaats], tegen: [GEÏNTIMEERDE] , wonende te [woonplaats], geïntimeerde, advocaat: mr. D.N. Allick te Amsterdam. 1Het geding in hoger beroep De partijen worden hierna [appellanten] en [geïntimeerde] genoemd. [appellanten] zijn bij dagvaarding van 15 mei 2013 in hoger beroep gekomen van het vonnis van 20 februari 2013 van de rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, onder bovengenoemd rolnummer gewezen tussen hen als gedaagden en [geïntimeerde] als eiser. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: memorie van grieven; memorie van antwoord. [appellanten] hebben geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en [geïntimeerde] zal veroordelen tot terugbetaling van hetgeen [appellanten] ter uitvoering van dit vonnis hebben voldaan, met beslissing over de proceskosten, met nakosten en rente, uitvoerbaar bij voorraad. [geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging, met beslissing over de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad. Partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden. Ten slotte is arrest gevraagd. 2Feiten De rechtbank heeft in het vonnis onder 2.1 tot en met 2.16 de feiten opgesomd die zij bij de beoordeling van deze zaak tot uitgangspunt heeft genomen. Over deze vaststelling bestaat geen geschil, zodat ook het hof van deze feiten zal uitgaan. 3Beoordeling 3.1 Het gaat in deze zaak om het volgende. 3.1.1 Partijen hebben een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de verkoop door [geïntimeerde] aan [appellanten] van een woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning). 3.1.2 In de koopovereenkomst, ondertekend door [geïntimeerde] op 27 september 2011 en door [appellanten] op 1 oktober 2011, is bepaald dat de akte van levering op 1 december 2011 zal worden gepasseerd. 3.1.3 De koopovereenkomst bepaalt, voor zover relevant: “(…) Artikel 10 Ingebrekestelling, ontbinding 10.1 Indien één van de partijen, na in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen nalatig is of blijft in de nakoming van één of meer van haar uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen, kan de wederpartij van de nalatige deze overeenkomst zonder rechterlijke tussenkomst ontbinden door middel van een schriftelijke verklaring aan de nalatige. 10.2 Ontbinding op grond van tekortkoming is slechts mogelijk na voorafgaande ingebrekestelling. Bij ontbinding van de overeenkomst op grond van toerekenbare tekortkoming zal de nalatige partij ten behoeve van de wederpartij een zonder rechterlijke tussenkomst terstond opeisbare boete van € 28.000,-- ZEGGE ACHTENTWINTIGDUIZEND EURO verbeuren, onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding en vergoeding van kosten van verhaal. (…) Artikel 19 Koper heeft het recht het gekochte bouwkundig te laten inspecteren op thans niet bekende grove bouwkundige gebreken, bijvoorbeeld fundering, dakconstructie e.d. Wanneer zou blijken dat voormelde grove, thans niet bekende gebreken het verwachtingspatroon van koper te boven gaa[n] heeft koper het recht deze koopovereenkomst te ontbinden op basis van een goed gedocumenteerd technisch rapport, tot uiterlijk vrijdag [doorgehaald: “30 september” en handgeschreven:] 20 oktober 2011. (…)” 3.1.4 De in bovengenoemd artikel 19 vermelde datum van 20 oktober 2011 is in overleg tussen partijen tweemaal uitgesteld tot – uiteindelijk – 19 november 2011. 3.1.5 In opdracht van [appellanten] heeft Perfectbouw B.V. op 18 oktober 2011 een bouwkundig onderzoek uitgevoerd en daarvan een rapport opgesteld, gedateerd 19 oktober 2011 en na nader onderzoek een (aanvullend) rapport, gedateerd 16 november 2011. Beide rapporten bevatten dezelfde verkorte samenvatting en toelichting op het geheel: “Plaatselijk kunnen tekortkomingen voorkomen. U dient rekening te houden met “regulerend onderhoud”. Er zijn geen constructieve gebreken aangetroffen. Het pand heeft gering achterstallig onderhoud, met name exterieur schilderwerk.” 3.1.6 De makelaar van [appellanten] heeft het eerste rapport op 20 oktober 2011 per e-mail gestuurd naar de makelaar van [geïntimeerde] en daarin vermeld dat koper niet blij is met de directe kosten van € 13.000,-. Vervolgens heeft diezelfde makelaar op 16 november 2011 het aanvullend rapport per e-mail aan de makelaar van [geïntimeerde] toegestuurd en daarin namens [appellanten] het voorstel verwoord de kosten van circa € 10.000,- te delen met de verkoper. De makelaar van [geïntimeerde] heeft laten weten met dit voorstel niet akkoord te gaan. 3.1.7 Vervolgens heeft de makelaar van [appellanten] op 18 november 2011 aan de makelaar van [geïntimeerde] het volgende bericht: “Helaas moet ik je mededelen dat mijn klant niet akkoord gaat met de staat van onderhoud volgens het uitgevoerde bouwkundig rapport. Zoals je weet wilde hij door de staat van onderhoud 5000,- euro van de prijs af hebben. Jou[w] client gaat hier niet mee accoord. Hierdoor ziet mijn client af van de koop en ontbind[t] dus de overeenkomst. (…)” 3.1.8 De makelaars van partijen hebben kort na bovengenoemde e-mail telefonisch contact gehad. 3.1.9 De akte van levering is niet gepasseerd op 1 december 2011 en evenmin op een latere datum. 3.1.10 De advocaat van [geïntimeerde] heeft bij brief van 16 januari 2012 [appellanten] in gebreke gesteld en hen op grond van artikel 10.1 van de koopovereenkomst gesommeerd om binnen acht dagen alsnog hun verplichtingen uit de koopakte na te komen, bij gebreke waarvan [geïntimeerde] de koopakte ingevolge artikel 10.2 zal ontbinden. 3.1.11 Bij brief van 23 januari 2012 heeft de advocaat van [appellanten] laten weten dat [appellanten] geen gehoor zullen geven aan deze sommatie. 3.1.12 [appellanten] hebben op 27 januari 2012 een andere woning, het woonhuis van hun makelaar, in [plaats] gekocht. 3.1.13 De advocaat van [geïntimeerde] heeft bij brief van 6 februari 2012 [appellanten] aangeschreven en de koopovereenkomst op grond van de artikelen 10.1 en 10.2 ontbonden. [appellanten] is daarbij verzocht de verbeurde contractuele boete van € 28.000,- over te maken, aan welk verzoek zij niet hebben voldaan. 3.2 Voor zover in hoger beroep van belang heeft [geïntimeerde] betaling gevorderd van de boete van € 28.000,-- , vermeerderd met rente en (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.