← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2014:2459

GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerken 13/00192, 13/00193, 13/00716 en 13/00717 26 juni 2014 uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op de hogere beroepen van K. Herawi te[Z], belanghebbende, gemachtigde: mr. I.R.J. Thijssen (Jaeger Advocaten Belastingkundigen) te Amsterdam tegen de uitspraken in de zaken met kenmerk AWB 12/2147 en AWB 12/3651, respectievelijk AWB 13/423 en AWB 13/425 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord / kantoor Zaandam, de inspecteur. 1Ontstaan en loop van het geding 1.

  1. Met dagtekening 16 april 2010 zijn aan belanghebbende voorlopige aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 2007 en 2008 opgelegd, respectievelijk berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 48.842 en € 84.
  2. Op het daartegen gemaakte bezwaar heeft de inspecteur bij in één geschrift vervatte uitspraken gedagtekend 22 september 2010 de voorlopige aanslagen gehandhaafd. Bij uitspraak van 17 oktober 2013 met kenmerken AWB 13/423 (IB/PVV 2007) en AWB 13/425 (IB/PVV 2008) heeft de rechtbank het beroep tegen die uitspraken ongegrond verklaard. 1.
  3. Met dagtekening 30 december 2010 is aan belanghebbende de aanslag IB/PVV voor het jaar 2007 opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 48.
  4. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak van 20 januari 2011 de aanslag verminderd tot een, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.
  5. Bij uitspraak van 15 februari 2013 met kenmerk AWB 12/2147 heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, en de aanslag verminderd tot een, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.
  6. 1.
  7. Met dagtekening 31 maart 2011 is aan belanghebbende de aanslag IB/PVV voor het jaar 2008 opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 45.
  8. Op het daartegen gemaakte bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak van 18 juli 2012 de aanslag gehandhaafd. Bij uitspraak van 15 februari 2013 met kenmerk AWB 12/3651 heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. 1.
  9. Van belanghebbende is op 2 april 2013 een hogerberoepschrift tegen de in 1.2 en 1.3 vermelde (in één geschrift vervatte) uitspraken van de rechtbank ontvangen, aangevuld bij brief van 26 april
  10. Het hoger beroep is bij het Hof ingeschreven onder kenmerk 13/00192 (aanslag IB/PVV 2007) en 13/00193 (aanslag IB/PVV 2008). De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.
  11. Van belanghebbende is op 20 november 2013 een hogerberoepschrift tegen de in 1.1 vermelde uitspraak van de rechtbank ontvangen. Het hoger beroep is bij het Hof ingeschreven onder kenmerk 13/00716 (voorlopige aanslag IB/PVV 2007) en 13/00717 (voorlopige aanslag IB/PVV 2008). De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.
  12. De in 1.4 en 1.5 vermelde zaken zijn gelijktijdig behandeld ter zitting van 4 juni
  13. Van het onderzoek ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden. 2Geschil Evenals bij de rechtbank is bij het Hof in geschil of de (voorlopige) aanslagen zijn berekend naar juiste bedragen. 3Beoordeling van het geschil 3.
  14. Het geschil tussen partijen is beëindigd door een compromis. In het proces-verbaal van de zitting is daaromtrent het volgende vastgelegd: 3.
  15. Uitgaande van de tussen partijen overeengekomen winstcorrecties dienen de belastbare inkomens uit werk en woning als volgt worden vastgesteld: Voorlopige aanslag IB/PVV 2007 € 29.804 Aanslag IB/PVV 2007 24.164 Voorlopige aanslag IB/PVV 2008 49.833 Aanslag IB/PVV 2008 40.833 Deze belastbare inkomens uit werk en woning zijn als volgt berekend: 2007 voorl. def. Aangegeven winst uit onderneming 598 598 Correctie van de winst 15.000 10.000 Gecorrigeerde winst uit onderneming 15.598 10.598 af: zelfstandigenaftrek (art. 3.76, 2) 7.761 9.028 startersaftrek (art. 3.76, 3) 2.019 2.019 Winst onderneming na ondernemingsaftrek 5.818 -449 af: MKB-winstvrijstelling (art 3.79a) 582 -45 Belastbare winst uit onderneming 5.236 -404 Bij Loon uit dienstbetrekking 24.568 24.568 Belastbaar inkomen uit werk en woning 29.804 24.164 2008 voorl. def. Aangegeven winst uit onderneming 5.920 5.920 Correctie van de winst 30.000 20.000 Gecorrigeerde winst uit onderneming 35.920 25.920 af: zelfstandigenaftrek (art. 3.76, 2) 6.968 6.968 startersaftrek (art. 3.76, 3) 2.035 2.035 Winst onderneming na ondernemingsaftrek 26.917 16.917 af: MKB-winstvrijstelling (art 3.79a) 2.692 1.692 Belastbare winst uit onderneming 24.225 15.225 Bij Loon uit dienstbetrekking 25.608 25.608 Belastbaar inkomen uit werk en woning 49.833 40.833 3.
  16. De slotsom is dat de hogere beroepen gegrond zijn. Het Hof zal de uitspraken van de rechtbank vernietigen en, doende wat de rechtbank had behoren te doen, beslissen als hierna in onderdeel 5 opgenomen. 4Kosten 4.
  17. Uit hetgeen in onderdeel 3 is overwogen, vloeit voort dat de beroepen en de hogere beroepen gegrond zijn, zodat termen aanwezig zijn de inspecteur op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen in de proceskosten van belanghebbende in eerste aanleg en in hoger beroep, voor zover niet reeds eerder (een) kostenveroordeling(en) is (zijn) toegekend. 4.
  18. Het Hof stelt daarbij, gelet op de data waarop de (hoger)beroepschriften zijn ingekomen, en de al dan niet gezamenlijke behandeling van de zaken, voorop dat in eerste aanleg sprake is van twee samenhangende zaken (de procedure over de twee voorlopige aanslagen) en twee afzonderlijk in aanmerking te nemen zaken (de procedures over de twee definitieve aanslagen, waarbij de beroepschriften op verschillende, niet dicht bij elkaar gelegen, tijdstippen zijn ingediend doch vanaf zeker moment beide zaken gelijktijdig zijn behandeld), terwijl in hoger beroep sprake is van twee maal twee samenhangende zaken (de procedure over de twee voorlopige aanslagen, respectievelijk de procedure over de twee definitieve aanslagen). 4.
  19. Voor vergoeding komen in aanmerking de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn niet gesteld of gebleken. 4.3.
  20. In de procedure over de voorlopige aanslagen gaat het om de volgende nog te vergoeden proceshandelingen: -Indiening schriftelijke reactie van 1 maart 2013 bij rechtbank (0,5 punt) -Bijwonen zitting van de rechtbank op 24 september 2013 (1 punt) -Indiening hogerberoepschrift (1 punt) -Bijwonen zitting van het Hof (1 punt) De vergoeding komt daarmee uit op 3,5 (proceshandelingen) x 1,5 (zwaarte van de zaak) x € 487 (waarde per punt) = € 2.556,75 Voor zover het verzoek om proceskostenvergoeding betrekking heeft op de bezwaarfase, kan het niet worden gehonoreerd, omdat niet blijkt dat tijdig, dat wil zeggen vóór de uitspraak op bezwaar, een verzoek om vergoeding van de kosten van het bezwaar is gedaan. 4.3.
  21. In de procedure over de definitieve aanslagen gaat het – naast de reeds door de rechtbank voor vergoeding in aanmerking genomen proceshandelingen – om de volgende proceshandelingen: -Indiening beroepschrift inzake de aanslag voor het jaar 2008 (1 punt) -Indiening schriftelijke reactie van 29 november 2012 bij de rechtbank (0,5 punt) -Indiening hogerberoepschrift (1 punt) -Bijwonen zitting van het Hof (1 punt) De vergoeding komt daarmee uit op 3,5 (proceshandelingen) x 1,5 (zwaarte van de zaak) x € 487 (waarde per punt) = € 2.556,
  22. Daarnaast komt voor vergoeding in aanmerking de door de rechtbank niet toegekende (doch wel tijdig verzochte) vergoeding van de kosten in het bezwaar tegen de aanslag voor het jaar 2008: 1 proceshandeling (indienen bezwaar) x € 243 x 1 (wegingsfactor) = €
  23. 5Beslissing In het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank inzake de voorlopige aanslagen: Het Hof: -vernietigt de uitspraak van de rechtbank; -vernietigt de uitspraken op bezwaar; -vermindert de voorlopige aanslag voor het jaar 2007 tot een, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.804; -vermindert de voorlopige aanslag voor het jaar 2008 tot een, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 49.833; -veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 2.556,75; en -gelast de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht in hoger beroep ad €118 te vergoeden. In het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank inzake de aanslagen: Het Hof: -vernietigt de uitspraak van de rechtbank, behoudens de beslissingen inzake de proceskostenvergoeding en het griffierecht; -vernietigt de uitspraken op bezwaar; -vermindert de aanslag voor het jaar 2007 tot een, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 24.164; -vermindert de aanslag voor het jaar 2008 tot een, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 40.833; -veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 2.799,75; en -gelast de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht in hoger beroep ad € 118 te vergoeden. De uitspraak is gedaan door mrs. J. den Boer, voorzitter, E.A.G. van der Ouderaa en H.E. Kostense, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. E.G. van der Laan als griffier. De beslissing is op 26 juni 2014 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
  24. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
  25. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.