parketnummer: 23-005418-12 datum uitspraak: 10 juni 2014 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 december 2012 in de strafzaak onder de parketnummers 13-654255-12 en 13-464545-09 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 mei 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat primair:zij op of omstreeks 10 december 2011 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (blijvende gehoorschade aan het linkeroor en/of oorsuizen), heeft toegebracht, door voornoemde [slachtoffer] met dat opzet (meermalen) - (met kracht) in/tegen het gezicht en/of hoofd en/of lichaam te stompen en/of te slaan en/of - (met geschoeide voet) (met kracht) in/tegen het gezicht en/of hoofd en/of lichaam te schoppen en/of te trappen; ( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) subsidiair:zij op of omstreeks 10 december 2011 te Amsterdam met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Korte Marnixstraat en/of Haarlemmerplein, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het (meermalen) - (met kracht) in/tegen het gezicht en/of hoofd en/of lichaam, stompen en/of slaan en/of - (met geschoeide voet) (met kracht) in/tegen het gezicht en/of hoofd en/of lichaam schoppen en/of trappen; ( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Bespreking van het bewijsverweer De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. De verdachte is er, in tegenstelling tot hetgeen zij eerder heeft verklaard, niet meer zeker van dat zij daadwerkelijk een trappende beweging heeft gemaakt, noch dat zij het slachtoffer heeft geraakt. De andersluidende verklaringen van de verdachte hierover zou zij onder druk hebben afgelegd. De raadsman heeft aangevoerd dat uit de getuigenverklaringen niet duidelijk blijkt wat de rol van de verdachte is geweest. Volgens de verdediging volgt uit de bewijsmiddelen niet dat de verdachte dubbele opzet had op zware mishandeling, noch dat zij als medepleger kan worden aangemerkt, zodat zij van het primair ten laste gelegde zou moeten worden vrijgesproken. Voorts zou niet blijken dat de verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan de openlijke geweldpleging, zodat de verdachte ook van het subsidiair ten laste gelegde feit zou moeten worden vrijgesproken. Het hof overweegt als volgt. De verdachte heeft zowel bij het politieverhoor als bij het verhoor bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat zij een trappende beweging richting het slachtoffer heeft gemaakt. Dat de verdachte de bekennende verklaringen onder druk zou hebben afgelegd is naar het oordeel van het hof op geen enkele wijze aannemelijk geworden. Naast de bekennende verklaringen van de verdachte hebben zowel getuige [getuige 1] ten overstaan de van de politie (dossierpagina’s 47-48) en ter terechtzitting in hoger beroep als getuige [getuige 2] ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat ieder van de groep waarvan de verdachte deel uitmaakte, inclusief de verdachte, die duidelijk herkenbare kleding droeg, het slachtoffer sloegen en schopten. Vast is komen te staan dat de verdachte een trappende beweging heeft gemaakt in de richting van het slachtoffer, dat door een groep mensen op straat werd aangevallen. Naar het oordeel van het hof volgt uit de bewijsmiddelen niet dat de verdachte opzet had op het medeplegen van zware mishandeling. Het hof acht evenwel het wettig en overtuigend bewijs aanwezig dat de verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan openlijke geweldpleging. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte opzet had op het medeplegen van zware mishandeling, zodat de verdachte van het primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: subsidiair:zij op 10 december 2011 te Amsterdam met anderen, op of aan de openbare weg, Korte Marnixstraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het - met geschoeide voet (met kracht) in/tegen het gezicht en hoofd en lichaam schoppen. Hetgeen subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het subsidiair bewezen verklaarde levert op: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl dat geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straffen De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 92 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 92 dagen met aftrek, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich onder invloed van een grote hoeveelheid alcohol schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, door samen met anderen het slachtoffer dat op de grond lag te schoppen. Door de gedragingen van de verdachte en de andere omstanders heeft het slachtoffer onherstelbaar lichamelijk letsel opgelopen. Gelet op de ernst van deze feiten acht het hof, hoewel het tot een andere kwalificatie komt, de straf die in eerste aanleg is opgelegd passend en geboden. Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 16 mei 2014 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld ter zake van een geweldsmisdrijf. De raadsman heeft ter terechtzitting gewezen op het rapport van de Reclassering van 9 mei 2014, waaruit volgt dat de omstandigheden waaronder de verdachte is opgegroeid zeer moeilijk waren, en aangevoerd dat de verdachte sinds het feit van 2 jaren geleden haar leven heeft gebeterd. Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf en een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 8.183,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.