← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2014:2764

beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.140.221/01 NOT kenmerk eerste aanleg : AL/2013/92 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 15 juli 2014 inzake [klager], wonend te [plaatsnaam], appellant, tegen: [kandidaat-notaris], kandidaat-notaris te [plaatsnaam], geïntimeerde. 1Het geding in hoger beroep 1.

  1. Van de zijde van appellant (hierna: klager), is bij een op 14 januari 2014 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlagen – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer), van 7 januari 2014, waarbij de kamer de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de kandidaat-notaris) ongegrond heeft verklaard. 1.
  2. Van de zijde van klager is op 13 februari 2014 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen. 1.
  3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 1 mei
  4. De klager en de kandidaat-notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd. 2De stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3De feiten Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. 4Het standpunt van klager Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij geweigerd heeft schriftelijk uitlatingen te doen over het waarheidsgehalte van de verklaringen die notaris [notaris] in een andere klachtprocedure heeft afgelegd. In een brief van 14 mei 2013 heeft de kandidaat-notaris aan klager laten weten geen schriftelijke verklaring af te leggen terwijl zij in een eerdere brief van 24 augustus 2011 aan klager heeft toegezegd dat wel te doen door in die brief de volgende mededeling te doen: “Mochten er van uw kant vragen of opmerkingen zijn, dan verneem ik deze graag van u.” Door geen gevolg te geven aan het verzoek van klager heeft de kandidaat-notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. 5Het standpunt van de kandidaat-notaris De kandidaat-notaris stelt zich op het standpunt dat het haar niet vrij staat om een verklaring af te leggen met betrekking tot stellingen die door een andere notaris zijn ingenomen in een klachtprocedure waarbij zij zelf niet betrokken is geweest. Ten aanzien van de in haar brief van 24 augustus 2011 opgenomen opmerking “Mochten er van uw kant vragen of opmerkingen zijn, dan verneem ik deze graag van u.” merkt de notaris op dat deze zin geen betrekking had op de door [notaris] gedane uitlatingen aangezien de klachtprocedure waarin [notaris] de bewuste uitlatingen heeft gedaan toen nog in het geheel niet aan de orde was. Los daarvan staat het klager vrij vragen te stellen maar dat betekent nog niet dat elk verzoek van klager ook gehonoreerd zal worden. 6De beoordeling 6.
  5. Het hof is (evenals de kamer) van oordeel dat de kandidaat-notaris terecht heeft gesteld dat het niet aan haar is achteraf een verklaring te geven voor uitlatingen die tijdens een (tucht)procedure door een collega notaris zijn gedaan. De kamer heeft in haar beoordeling meegewogen dat de kandidaat-notaris niet betrokken was bij die (tucht)procedure en ook geen inzicht had in de door partijen in procedure ingenomen stellingen. Nu het hof niet beschikt over aanwijzingen voor het tegendeel en de behandeling van het hoger beroep (ook) overigens niet heeft geleid tot de vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die zijn vervat in de beslissing van de kamer, zal het hof de beslissing van de kamer bevestigen. 6.
  6. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan onbesproken blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak. 6.
  7. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing 7De beslissing Het hof: - bevestigt de bestreden beslissing. Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.D.R.M. Boumans en C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 15 juli 2014 door de rolraadsheer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.