arrest ______________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer : 200.112.815/01 zaak-/rolnummer rechtbank Haarlem: 178413 / HA ZA 11-214 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 15 juli 2014 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AMERSFOORTSESTRAAT BELEGGINGEN B.V., gevestigd te Amsterdam, appellante, advocaat: mr. J.W. Janssens te Houten, tegen: [geïntimeerde], wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente], geïntimeerde, advocaat: mr. H.J. van der Hauw te [gemeente]-Zuid, gemeente [gemeente]. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna Amersfoortsestraat Beleggingen en [geïntimeerde] genoemd. Amersfoortsestraat Beleggingen is bij dagvaarding van 28 augustus 2012 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Haarlem van 30 mei 2012 en het daaraan voorafgaande tussenvonnis van 7 december 2011 (hierna ook: het tussenvonnis), onder bovengenoemd zaak-/rolnummer gewezen tussen [geïntimeerde] als eiser in conventie/verweerder in (voorwaardelijke) reconventie en Amersfoortsestraat Beleggingen als gedaagde in conventie/eiseres in (voorwaardelijke) reconventie. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - exploot van anticipatie aan de zijde van [geïntimeerde]; - memorie van grieven; - memorie van antwoord. Amersfoortsestraat Beleggingen heeft geconcludeerd - kort samengevat - dat het hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [geïntimeerde] in conventie alsnog zal afwijzen dan wel haar vorderingen in (voorwaardelijke) reconventie alsnog zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten, te vermeerderen met nakosten en rente, uitvoerbaar bij voorraad. [geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging, met beslissing over de proceskosten, te vermeerderen met nakosten en rente, uitvoerbaar bij voorraad. Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden. Partijen hebben de zaak ter zitting van 24 maart 2014 doen bepleiten, Amersfoortsestraat Beleggingen door mr. Janssens voornoemd en [geïntimeerde] door mr. De Waal, advocaat te [gemeente]-Zuid, aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Ten slotte is arrest gevraagd. 2Feiten De rechtbank heeft in het tussenvonnis onder 2.1 tot en met 2.15 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Met uitzondering van 2.11, waartegen de tweede grief is gericht, is de feitenvaststelling voor het overige niet in geschil. Deze feiten dienen daarom ook het hof tot uitgangspunt, aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan. 3Beoordeling 3.1 Het gaat in deze zaak om het volgende. 3.1.1 [geïntimeerde] is eigenaar van een perceel aan de [adres]te [plaats], gemeente [gemeente] (hierna: het perceel [X]). 3.1.2 [C] (hierna: [C]) is directeur en enig aandeelhouder van Fahrenheit Projecten B.V. (hierna: Fahrenheit), welke vennootschap zich bezighoudt met het ontwikkelen en financieren van (bouw)projecten. 3.1.3 Begin 2009 heeft Zeehaven IJmuiden N.V. (hierna: Zeehaven) Fahrenheit en Ballast Nedam verzocht een plan te maken voor de ontwikkeling van het gebied bij de haven van [plaats]. Het perceel [X] lag binnen dit gebied. Fahrenheit heeft vervolgens makelaar[makelaar] (hierna: makelaar [makelaar]) ingeschakeld om (onder meer) de eigendomsverhoudingen in het betreffende gebied in kaart te brengen en uit te zoeken voor welke prijs het totale gebied verworven kon worden. 3.1.4 In 2009 is [geïntimeerde] benaderd met de vraag of hij geïnteresseerd was in de verkoop van het perceel [X] aan Fahrenheit. Vervolgens heeft begin 2009 een gesprek hierover plaatsgevonden tussen [geïntimeerde] en – onder meer – [C]. Na dit gesprek heeft [geïntimeerde] makelaar [makelaar] ingeschakeld, die namens [geïntimeerde] verder heeft onderhandeld met Fahrenheit. 3.1.5 Vóór de zomer van 2009 heeft Fahrenheit haar plannen voor de ontwikkeling van het gebied gepresenteerd, maar Zeehaven heeft direct afwijzend op de plannen gereageerd. 3.1.6 Fahrenheit heeft [geïntimeerde] voor het perceel [X] een bod gedaan van € 650.000,--, welk bod [geïntimeerde] heeft geaccepteerd. 3.1.7 Bij e-mail van 9 oktober 2009 heeft makelaar [makelaar] een door de notaris op 7 oktober 2009 opgestelde concept-koopovereenkomst aan [geïntimeerde] en Fahrenheit toegezonden, met vermelding van een koopprijs van € 650.000,-- en datum van levering van 1 oktober 2011. Voorts zijn, voor zover van belang, de volgende bepalingen in deze overeenkomst opgenomen: “(…) Betaling Artikel 3 1. Verkoper en koper zijn overeengekomen dat koper een gedeelte van de koopprijs ad € 200.000,-- uiterlijk op heden als aanbetaling aan verkoper zal voldoen, door storting op een rekening ten name van verkoper.(…) (…) Juridische levering Artikel 6 (…) Ten aanzien van met betrekking tot het verkochte bestaande bijzondere lasten en beperkingen van civielrechtelijke aard wordt verwezen naar: 1. een akte op 8 juni 1989 verleden (…) waarin onder meer het volgende voorkomt, woordelijk luidende: “8. Bij deze worden aan koper de navolgende verplichtingen opgelegd: A. Koper verplicht zich om de bij deze akte overgedragen percelen casu quo de zich daarop bevindende of nog te stichten opstallen slechts (…) te zullen vervreemden (…) aan gegadigden betrokken bij de visserij, de vishandel, de visverwerking en overige aanverwante activiteiten. Indien binnen een redelijke termijn geen uitzicht bestaat op overeenstemming met een aanvaardbare gegadigde uit bedoelde sector, kan Zeehaven toestemming verlenen voor de vervreemding (…) aan andere gegadigden. Alsdan is eveneens toestemming vereist van de Minister van Verkeer en Waterstaat. De toestemming van de Staat wordt geacht stilzwijgend te zijn verleend, indien zij niet binnen veertien dagen na door Zeehaven te zijn aangevraagd is geweigerd. De toestemming van Zeehaven dient uiterlijk binnen drie maanden schriftelijk te worden verleend, dan wel geweigerd. B. Indien koper de huidige gebruikswijze wenst te wijzigen dan wel daaraan medewerking verleent, zodanig dat andere activiteiten zullen worden ontplooid dan in het kader van de visserij, de vishandel, de visverwerking en overige aanverwante activiteiten, dient koper voorafgaande toestemming te verkrijgen van Zeehaven.(…). (…) Ontbindende voorwaarden Artikel 15 1. Deze overeenkomst zal, mits met inachtneming van het navolgende, ontbonden (kunnen) worden in elk van de volgende gevallen: a. als aan verkoper niet vóór………de voor overdracht vereiste toestemming is verleend door Zeehaven [plaats] N.V. (…)” 3.1.8 Beide partijen hebben enkele wijzingen voorgesteld die de notaris heeft verwerkt in een tweede concept-koopovereenkomst. De koopprijs en leveringsdatum uit de eerste concept overeenkomst zijn ongewijzigd gebleven. 3.1.9 De notaris heeft het tweede concept op 28 oktober 2009 naar [geïntimeerde] gemaild en nadien op verzoek van Fahrenheit tevens naar [A] (hierna: [A]), onroerend goed jurist bij Sterel c.s. [A] heeft de koopakte in opdracht van [C], handelend namens Fahrenheit, nagelopen en aan de notaris bij e-mailbericht van 18 november 2009 – onder meer – het volgende geantwoord, met kopie (“cc”) naar Fahrenheit: “Ik heb de koopakte in opdracht van de heer [C], handelend namens Fahrenheit Projecten BV, nagelopen en de volgende punten dienen nader bekeken, aangevuld dan wel aangepast te worden: Artikel 3 (betaling) van de koopakte: Daar staat vermeld: Er dient door de koper op datum van ondertekening van de koopovereenkomst een aanbetaling van euro 200.000,00 aan de verkoper te worden overgemaakt. Ik adviseer de koper om deze aanbetaling waarborgsom over te maken naar uw derdenrekening en ter zekerheid voor deze uitbetaling van deze aanbetaling aan de verkoper een hypotheek ter zekerheid te vestigen op het verkochte. Dus op datum tekenen koopakte of inachtneming van de gebruikelijke termijn van 3 /4 weken na ondertekening van de koopakte dient de koper de aanbetaling over te maken naar uw derdenrekening, welk bedrag door uw kantoor wordt uitgeboekt na het niet vervullen van de ontbindende voorwaarde, zoals opgenomen in artikel 9 lid 1 van de koopakte, en na het passeren van een zekerheidshypotheek ten behoeve van Fahrenheit (…). Is het dan ook niet makkelijker om de aanbetaling te doen op het moment dat voormelde ontbindende voorwaarde is komen te vervallen en de schriftelijke toestemming voor de overdracht binnen is. (…) De levering van het verkochte vindt pas op 1 oktober 2011 plaats, dus een hypothecaire zekerheid voor de aanbetaling (=30,76% gedeelte van de koopprijs) is gewenst. (…). De vraag is even hoeveel hypothecaire inschrijvingen er thans op het verkochte rusten.(…). Vriendelijk verzoek ik u op te vragen bij de verkoper wat de restantsaldi is van voormelde hypothecaire geldleningen. (…) Artikel 15 (ontbindende voorwaarde) (…) Als deze ontbindende voorwaarde niet wordt vervuld, dus de toestemming wordt afgegeven, dan dient de koper direct de aanbetaling te doen aan de notaris of dient de gedane aanbetaling door de notaris overgeboekt te worden aan de verkoper onder voormelde voorwaarden. Deze op- en aanmerkingen heb ik gedaan onder voorbehoud van goedkeuring van de heer [C], handelend namens Fahrenheit (…). ” 3.1.10 Per e-mail van 2 december 2009 heeft de notaris aan [A] bericht (met “cc” naar Fahrenheit) dat het voorstel van Fahrenheit om de aanbetaling van € 200.000,-- te storten op de derdenrekening van de notaris en daarna door te betalen, door [geïntimeerde] is geaccepteerd. 3.1.11 Partijen hebben afgesproken om de koopovereenkomst op 18 december 2009 ten overstaan van de notaris te ondertekenen. 3.1.12 Op 7 december 2009 heeft de notaris partijen het volgende e-mailbericht gestuurd: “ (…) Ik heb vorige week een verzoek verstuurd naar Zeehaven [plaats] om toestemming te verlenen voor de overdracht van de [X] 33/33A te [plaats]. Zojuist werd ik gebeld door mevrouw [B] van Zeehaven [plaats] met het verzoek het concept van de koopovereenkomst naar haar te sturen, zodat zij inzicht krijgt in de gemaakte afspraken en de hoogte van de koopsom. (…)” 3.1.13 Op 15 december 2009 heeft de notaris de concept-koopovereenkomst gestuurd naar [B], werkzaam bij Zeehaven met de vraag of het haar lukt hem donderdag a.s. te berichten over de gevraagde toestemming voor de overdracht aangezien partijen voornemens zijn de overeenkomst de dag daarop te ondertekenen. 3.1.14 Bij brief van 26 februari 2010 heeft Zeehaven – voor zover van belang – het volgende aan de notaris bericht: “ (…) In uw faxbericht van 2 december 2009 informeert u ons over de toestemming die is bereikt tussen de heer N. [geïntimeerde] en Fahrenheit (…) met betrekking tot de overdracht van een perceel grond aan de [X] 33 en 33A (…). Op 21 januari 2010 hebben wij gesproken met de heer [D] die optrad namens Fahrenheit projecten en Ballast Nedam Bouw. In dit gesprek heeft de heer Van Veen medegedeeld dat de ontwikkelaars, Fahrenheit projecten en Ballast Nedam Bouw, afzien van verwerving van deze gronden en zich gaan richten op andere aandachtsgebieden. Wij gaan er derhalve vanuit dat een verzoek om toestemming niet langer aan de orde is. (…)” 3.1.15 Per e-mailbericht van 9 maart 2010 heeft de notaris aan Zeehaven, voor zover van belang, het volgende bericht:“ (…) Volgens de heer [geïntimeerde] is er dus nog steeds sprake van een koopovereenkomst tussen hem en Fahrenheit (…). Die koopovereenkomst kan alleen door de heer [geïntimeerde] ontbonden worden indien Zeehaven (…) haar toestemming voor de voorgenomen overdracht niet verleent. Op uitdrukkelijk verzoek van de heer [geïntimeerde] verzoek ik u hierbij vriendelijk mij een gewijzigde brief te sturen waarin ofwel de gevraagde toestemming wordt verleend ofwel de gevraagde toestemming wordt geweigerd.(…)” 3.1.16 Op 9 augustus 2010 is de statutaire naam van Fahrenheit gewijzigd in Amersfoortsestraat Beleggingen. 3.1.17 Bij brief van 7 februari 2012 heeft Zeehaven aan [geïntimeerde] (op verzoek van zijn advocaat) toestemming verleend voor de levering van het perceel aan Amersfoortsestraat Beleggingen. In de brief is voorts vermeld: “ (…) Hieraan verbinden wij uitdrukkelijk de voorwaarde dat de (eind)gebruiker van het perceel zich houdt aan de bepalingen ter zake in het vigerende bestemmingsplan Zeehaven [plaats] van de gemeente [gemeente] en dat de gebruiker zich verbindt aan de overige bepalingen van Zeehaven [plaats] N.V., zoals deze middels kettingbeding in de notariële akte zijn vastgelegd. Wij willen u, uw cliënt en Amersfoortse Beleggingen B.V. er hierbij uitdrukkelijk op wijzen geen toestemming te verlenen voor planontwikkeling c.q. gebruik in strijd met het bestemmingsplan Zeehaven [plaats] van de gemeente [gemeente].(…)” 3.2 De rechtbank heeft, voor zover in dit hoger beroep van belang, de vorderingen van [geïntimeerde] toegewezen en, samengevat weergegeven: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.