← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2014:4396

beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.148.079/01 NOT nummer eerste aanleg : 556383/NT 13-83 J beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 28 augustus 2014 en uitgesproken op 21 oktober 2014 inzake [klager], wonende te [plaatsnaam], appellant, gemachtigden: [A] en [B], tegen [notaris], notaris te [plaatsnaam], geïntimeerde, gemachtigde: mr. P. Wanders, advocaat te Amsterdam. 1Het geding in hoger beroep 1.

  1. Appellant (hierna: klager) heeft op 29 april 2014 een beroepschrift - met bijlage - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam (hierna: de kamer) van 15 april 2014 (ECLI:NL:TNORAMS:2014:12). De kamer heeft in de bestreden beslissing klager niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard. 1.
  2. Geïntimeerde (hierna: de notaris) heeft op 30 mei 2014 een verweerschrift bij het hof ingediend. 1.
  3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 28 augustus
  4. Klager, bijgestaan door zijn voornoemde gemachtigden, en de notaris, bijgestaan door mr. Wanders, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; klager aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota. 1.
  5. Bij brief van 3 september 2014 heeft klager een verzoek gedaan tot wraking van de fungerend voorzitter mr. A.L.G.A. Stille. 1.
  6. Bij beslissing tot verwijzing van 3 september 2014 heeft de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam in het kader van de ‘pilot externe wrakingskamer’, de wrakingszaak op grond van artikel 62b Wet op de rechterlijke organisatie ter verdere behandeling verwezen naar de wrakingskamer van het gerechtshof Den Haag (hierna: de wrakingskamer). 1.
  7. Bij beslissing van 19 september 2014 heeft laatstgenoemde wrakingskamer het verzoek tot wraking van mr. Stille afgewezen. 2De stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3De feiten 3.
  8. Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. 3.
  9. Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende. Klager heeft samen met zijn echtgenote een appartementsrecht gekocht met betrekking tot een woning in [plaatsnaam], behorende tot een nieuwbouwproject waarin de notaris projectnotaris was en in 2000 de akte van levering aan de projectontwikkelaar en in 2004 de akte van splitsing in appartementsrechten heeft verleden. De akte, waarbij het door klager en zijn echtgenote gekochte appartementsrecht is geleverd, is op 16 februari 2005 gepasseerd ten overstaan van notaris [X] (hierna notaris [X]). 4Het standpunt van klager In de leveringsakte van 16 februari 2005 is vermeld dat bij die akte een uittrekstel is overhandigd van de akte van 23 mei 2000 (hierna: het uittrekstel). Klager verwijt de notaris dat hij het uittreksel toen niet heeft gekregen. Hij meent dat het uittreksel door de notaris met opzet is achtergehouden. 5Het standpunt van de notaris De notaris heeft verweer gevoerd. Het standpunt van de notaris wordt, voor zover relevant, hieronder besproken. 6De beoordeling 6.
  10. De kamer heeft geoordeeld dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht, omdat niet de notaris, maar notaris [X] verantwoordelijk is voor het passeren van de leveringsakte van 16 februari
  11. 6.
  12. Het hof oordeelt als volgt. Voor zover klager bedoelt erover te klagen dat hij bij het ondertekenen van de leveringsakte van 16 februari 2005 het uittreksel niet heeft ontvangen, kan de notaris daarvoor niet verantwoordelijk worden gehouden. Notaris [X] is immers de passerende notaris geweest bij de leveringsakte van 16 februari
  13. In dat geval kan klager in zijn klacht tegen de notaris niet worden ontvangen. 6.
  14. Voor zover klager heeft beoogd erover te klagen dat aan het afschrift van de splitsingsakte die hij bij de ondertekening van de leveringsakte in 2005 heeft ontvangen, ten onrechte geen afschrift was gehecht van de leveringsakte van 23 mei 2000, overweegt het hof als volgt. Het hof stelt voorop dat op grond van artikel 99 lid 15 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) een klacht slechts kan worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, heeft kennisgenomen. Volgens vaste rechtspraak van het hof is het moment waarop klagers van het handelen/nalaten van de notaris op enigerlei wijze blijkt doorslaggevend en dus niet het moment waarop klagers de betekenis van het handelen/nalaten van de notaris ten volle begrijpen. 6.
  15. Door klager is aangevoerd dat hij sinds oktober 2011 de notaris heeft verzocht om hem het uittreksel toe te sturen, maar dat de notaris zulks weigert. Dat betekent (aldus klager) dat de driejaarstermijn pas sinds oktober 2011 is gaan lopen en de klacht wel op tijd is ingediend, aangezien die door de kamer is ontvangen op 19 december
  16. 6.
  17. Naar het oordeel van het hof is de driejaarstermijn evenwel gaan lopen vanaf 16 februari 2005, omdat op die dag de leveringsakte is gepasseerd en klager toen heeft kunnen vaststellen dat er stukken ontbraken. De klacht tegen de notaris is dan ook niet tijdig bij de kamer ingediend en klager kan daardoor in zijn klacht niet worden ontvangen. 6.
  18. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak. 6.
  19. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing. 7De beslissing Het hof: - bevestigt de bestreden beslissing. Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, mr. J.C.W. Rang en mr. P. Blokland op 28 augustus 2014 en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2014 door de rolraadsheer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.