← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2014:4527

arrest ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer : 200.153.892/01 zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/195465 / HA ZA 12-394 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 7 oktober 2014 inzake: 1de vennootschap onder firma CLEMENS & DE VRIES PROJECTONTWIKKELING V.O.F., gevestigd te Aerdenhout,

  1. [APPELLANT SUB 2], wonend te [woonplaats],
  2. [APPELLANTE SUB 3], wonend te [woonplaats], appellanten, advocaat: mr. P.J. Sandberg te Amsterdam, tegen [GEÏNTIMEERDE] , wonend te [woonplaats], geïntimeerde, advocaat: mr. K. Straathof te Alkmaar. 1Het geding in hoger beroep Bij dagvaarding van 15 november 2013 hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen onder bovengenoemd zaak-/rolnummer gewezen vonnissen van de rechtbank Noord-Holland van 23 januari 2013 en 28 augustus
  3. Appellanten hebben de zaak aangebracht op de rol van 12 augustus
  4. Bij rolbeslissing van 12 augustus 2014 zijn appellanten in de gelegenheid gesteld zich op de rol van 26 augustus 2014 bij akte uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep en is bepaald dat geïntimeerde bij akte zal mogen reageren. Appellanten hebben zich op 26 augustus 2014 bij akte, met één productie, uitgelaten over de ontvankelijkheid. Op de rol van 26 augustus 2014 is geïntimeerde verschenen. Geïntimeerde heeft op 9 september 2014 een antwoordakte genomen. Arrest is bepaald op heden. 2Motivering 2.1 Bij het bestreden vonnis is - kort gezegd - het volgende beslist. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat de op 21 juni 2011 tussen partijen gesloten koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden en heeft appellanten veroordeeld om mee te werken aan de ongedaanmaking van de gevolgen van de koopovereenkomst, inhoudende dat binnen vier weken na de betekening van het vonnis de betaalde koopsom wordt teruggestort onder de notaris en het appartementsrecht aan appellanten wordt teruggeleverd. Voorts heeft de rechtbank bepaald dat, indien appellanten in gebreke blijven medewerking te verlenen aan de levering van het appartementsrecht aan hen, het vonnis in de plaats treedt van de door appellanten in dat kader te verrichten rechtshandelingen. Daarnaast heeft de rechtbank appellanten hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan geïntimeerde ten bedrage van € 23.226,58, vermeerderd met de wettelijke rente. Ten slotte heeft de rechtbank appellanten in de proceskosten veroordeeld en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 2.2 Op grond van artikel 3:301 lid 2 BW moet hoger beroep, indien de rechter in eerste aanleg heeft bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van een tot levering van een registergoed bestemde akte of een deel daarvan, op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen acht dagen na het instellen van het rechtsmiddel worden ingeschreven in het in artikel 433 Rv bedoelde register. 2.3 Het hof stelt vast dat, zoals ook appellanten bij akte hebben erkend, het hoger beroep ten onrechte niet binnen acht dagen na het instellen daarvan op 15 november 2013 is ingeschreven in het in artikel 433 Rv bedoelde register. Appellanten hebben blijkens hun akte en daarbij gevoegde productie op 22 augustus 2014 de griffier van de rechtbank Noord-Holland alsnog verzocht het hoger beroep in te schrijven. Deze inschrijving is, nog daargelaten dat geen verklaring van de griffier is overgelegd waaruit blijkt dat die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, ruimschoots na het verstrijken van de termijn daarvoor gedaan en kan appellanten dus niet baten. 2.4 Appellanten hebben betoogd dat toepassing van artikel 3:301 lid 2 [BW] in casu in strijd is met een goede procesorde, althans met de redelijkheid en billijkheid, aangezien geïntimeerde op dit moment geen aanspraak maakt op nakoming van het bestreden vonnis en (dus) een derde die het appartement van haar koopt geen bescherming behoeft. Het hof volgt appellanten hierin niet en overweegt daartoe het volgende. Het voorschrift van artikel 3:301 lid 2 [BW] strekt ertoe de betrouwbaarheid en volledigheid van de openbare registers met het oog op de ten aanzien van de verkrijging van registergoederen vereiste rechtszekerheid zoveel mogelijk te waarborgen. Omwille van de rechtszekerheid voorziet die regeling erin dat in ieder geval acht dagen na het verstrijken van de beroepstermijn door middel van het raadplegen van het rechtsmiddelenregister duidelijkheid kan worden verkregen omtrent de vraag of een gewoon rechtsmiddel is ingesteld. Dit brengt mee, zo volgt ook uit jurisprudentie van de Hoge Raad, dat er geen plaats is voor onderzoek door de rechter naar de vraag of sprake is (geweest) van benadeling van derden als gevolg van dit verzuim. 2.5 Op grond van het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat appellanten niet kunnen worden ontvangen in hun hoger beroep, voor zover dat hoger beroep zich richt tegen oordelen die betrekking hebben op dat gedeelte van de bestreden uitspraak dat blijkens het dictum in de plaats treedt van een tot levering bestemde akte. Anders dan geïntimeerde is het hof van oordeel dat er geen onlosmakelijk verband bestaat tussen de in het dictum van het bestreden vonnis opgenomen verklaring voor recht en veroordeling van appellanten om mee te werken aan de ongedaanmaking van de gevolgen van de koopovereenkomst enerzijds en de daarin opgenomen schadevergoeding die appellanten moeten betalen anderzijds. De wanprestatie van appellanten die geïntimeerde aan al haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd staat, gezien hetgeen hiervoor is overwogen, weliswaar inmiddels vast, maar dit geldt niet voor (de hoogte van) de door geïntimeerde gestelde schadeposten. Voor zover de door appellanten nog te formuleren grieven zich richten tegen oordelen die geen betrekking hebben op dat gedeelte van de bestreden uitspraak dat blijkens het dictum in de plaats treedt van een tot levering bestemde akte, zijn appellanten dan ook wel ontvankelijk in hun hoger beroep. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van een memorie van grieven door appellanten. 3Beslissing Het hof: verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep, voor zover dat hoger beroep zich richt tegen oordelen die betrekking hebben op dat gedeelte van de bestreden uitspraak dat blijkens het dictum in de plaats treedt van een tot levering bestemde akte; verwijst de zaak naar de rol van 18 november 2014 voor het nemen van een memorie van grieven door appellanten; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. W.J. van den Bergh, J.C. Toorman en J.W. Hoekzema en uitgesproken in het openbaar door de rolraadsheer op 7 oktober 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.