Parketnummer: 23-001049-14 Datum uitspraak: 21 oktober 2014 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 14 oktober 2013 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-706127-13 en 15-700881-12, alsmede 15-700469-10 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, adres: [adres], thans uit anderen hoofde gedetineerd in [pi]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 juni 2014, en7 oktober 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD); in zoverre wordt het vonnis vernietigd. Voorts zal het hof acht slaan op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en het artikel toevoegen aan de toepasselijke wettelijke voorschriften. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde. Vordering tenuitvoerlegging Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Haarlem van 22 oktober 2010 voorwaardelijk opgelegde plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren met een proeftijd van twee jaren met bijzondere voorwaarde. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de gedeeltelijke tenuitvoerlegging voor de duur van een jaar zal worden bevolen van de voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel met een tussentijdse beoordeling na acht maanden. Op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, zal de bij dat vonnis vastgestelde proeftijd met 1 (één) jaar moeten worden verlengd. Het hof heeft in het bijzonder acht geslagen op de reclasseringsrapporten van 12 augustus 2013, 7 april 2014 en 2 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.