parketnummer: 23-000504-14 datum uitspraak: 14 november 2014 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 februari 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-110389-12 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 13 maart 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met een auto ([kenteken]) taxivervoer heeft verricht zonder een daartoe verleende vergunning. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 13 maart 2012 te Amsterdam, met een auto, [kenteken], taxivervoer heeft verricht zonder een daartoe verleende vergunning. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Bewijsoverwegingen De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld, kort en zakelijk weergegeven, dat de verdachte is uitgelokt tot het plegen van het ten laste gelegde feit. Voorts heeft zij aangevoerd, dat de verbalisanten zich mogelijk vergist hebben in de persoon, nu de verklaring van de verdachte haaks staat op het proces-verbaal van bevindingen. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het ten laste gelegde ontkend; hij heeft gesteld alleen de verbalisanten een lift te hebben aangeboden toen ze op zijn auto tikten. Voorts heeft hij na de rit niet om geld gevraagd. Desgevraagd heeft hij verklaard, dat hij de mannen niet kende. Het hof overweegt naar aanleiding hiervan als volgt. Op 13 maart 2012 is de verdachte aangehouden in het kader van een zogenaamde snordersactie van de politie in Amsterdam Zuid-Oost (proces-verbaal van bevindingen van 13 maart 2012). De verdachte bevond zich volgens verbalisanten in een personenauto met kenteken [kenteken] en reed stapvoets. Hij wenkte met zijn vingers naar de verbalisanten en maakte oogcontact. De verdachte liet toe dat de verbalisanten vervolgens in zijn auto stapten. De verdachte heeft gevraagd: ‘waar naar toe?’ Na aankomst op de plaats van bestemming heeft hij de verbalisanten, die al uitgestapt waren, gezegd dat ze nog niet hadden betaald. Op hun vraag ‘hoeveel’ heeft hij een bedrag genoemd. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan hetgeen door de verbalisanten is gerelateerd over de aanhouding van de verdachte en aan hetgeen daaraan vooraf is gegaan. Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden, dat de verdachte twee hem onbekende mannen zonder betaling een lift heeft aangeboden en dat hij door de verbalisanten is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren gericht. Het verweer wordt verworpen. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. het bewezen verklaarde levert op: overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 76 eerste lid, van de Wet personenvervoer
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.