← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2014:5071

beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.141.495/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 27 november 2014 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENECO RETAIL B.V., vanaf 1 april 2014 geheten ENECO CONSUMENTEN B.V., gevestigd te Rotterdam, VERZOEKSTER, advocaten: mr. R.B. Gerretsen en mr. B.F. Assink, kantoorhoudende te Rotterdam, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GROENE ENERGIE ADMINISTRATIE B.V., gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER, advocaten: mr. A.N. Stoop en mr. C.J. Scholten, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENERGIE CONCURRENT B.V., gevestigd te Rotterdam, BELANGHEBBENDE, advocaten: (voorheen: mr. G. te Winkel en mr. J.D. Kleyn, kantoorhoudende te Amsterdam, en thans:) mr. S.C.M. van Thiel en mr. R.Q. Potter, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] , gevestigd te [....], BELANGHEBBENDE, advocaat: mr. P.J. van der Korst, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n 3 Wilhelmus Petrus Maria VAN DER SCHOOT, wonende te Bussum, BELANGHEBBENDE, advocaat: mr. B. Verkerk, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n 4 [B], wonende te [....],
  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [E] , gevestigd te [....], BELANGHEBBENDEN, advocaten: mr. K. Rutten en mr. C.M. Tjoa, kantoorhoudende te Utrecht, e n t e g e n 6 [C], wonende te [....], BELANGHEBBENDE, niet verschenen, e n t e g e n 7 [D], wonende te [....], BELANGHEBBENDE, niet verschenen.
  4. Het verloop van het geding 1.1 Partijen en andere personen worden hierna als volgt aangeduid: verzoekster als Eneco, verweerster als Greenchoice, belanghebbende sub 1 als Energie Concurrent, belanghebbende sub 2 als [A], belanghebbende sub 3 als Van der Schoot, belanghebbenden sub 4 en 5 als [B] respectievelijk [E] en gezamenlijk als [B] c.s., belanghebbende sub 6 als [C], belanghebbende sub 7 als [D], F. van Westen als Van Westen. 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 27 april 2012, 3 mei 2012, 27 juli 2012, 23 mei 2013, 21 juni 2013 (alle met zaaknummer 200.102.055/01), 18 oktober 2013 (zaaknummer 200.102.055/02), 10 december 2013 en 9 januari 2014 (zaaknummer 200.102.055/01), naar de beschikking van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 19 februari 2014 (zaaknummer 200.102.055/03) en naar de beschikkingen van de Ondernemingskamer van 9 juli 2014 (zaaknummers 200.141.495/01 en 02) en 27 oktober 2014 (zaaknummer 200.141.495/01). 1.3 Bij beschikking van 9 juli 2014 heeft de Ondernemingskamer, voor zover hier van belang: wanbeleid vastgesteld als nader in die beschikking omschreven; vastgesteld dat Energie Concurrent, [B] en [C], hiervoor hoofdverantwoordelijk zijn; Energie Concurrent ontslagen als bestuurder van Greenchoice; de benoeming van Van Westen tot bestuurder van Greenchoice verlengd met een periode van maximaal drie jaar; de overdracht ten titel van beheer van de door Energie Concurrent gehouden aandelen in Greenchoice aan Van der Schoot verlengd met een periode van drie jaar; drie nader aan te wijzen commissarissen, waaronder een voorzitter (hierna: raad van commissarissen) benoemd voor een periode van drie jaar; en in afwijking van de statuten van Greenchoice een aantal nader in die beschikking omschreven bevoegdheden overgedragen aan de raad van commissarissen voor de duur van diens benoeming. 1.4 Bij beschikking van 27 oktober 2014 heeft de Ondernemingskamer - voor zover hier van belang - in nog een aantal afwijkingen van in die beschikking vermelde statutaire bepalingen op de in die beschikking omschreven wijze voorzien, een en ander eveneens voor de duur van de benoeming van de raad van commissarissen. 1.5 Energie Concurrent en Eneco hebben bij brief van mr. Van Thiel van 5 november 2014 een suggestie gedaan ten aanzien van de personen van de drie aan te wijzen commissarissen. Van de zijde van Van der Schoot (brief van 7 november 2014 van mr. Verkerk), [A] (brief van 13 november 2014 van mr. Van der Korst), Greenchoice (brief van 17 november 2014 van mr. Stoop), en [B] c.s. (brief van 17 november 2014 van mr. Tjoa) is daarop gereageerd. 2De gronden van de beslissing 2.1 De Ondernemingskamer constateert dat niet ten aanzien van alle personen die Eneco en Energie Concurrent hebben aangedragen voor aanwijzing als commissaris eenstemmigheid bestaat. 2.2 De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden personen aanwijzen als commissaris als bedoeld in de beschikking van 9 juli
  5. 3De beslissing De Ondernemingskamer: wijst aan als commissaris (voorzitter) als bedoeld in de beschikking van 9 juli 2014: mr. M. Das te Amsterdam; wijst aan als commissaris als bedoeld in de beschikking van 9 juli 2014: drs. J.J.G.M. Sanders te Eindhoven; wijst aan als commissaris als bedoeld in de beschikking van 9 juli 2014: mr. P.M. Vincent te Bakel; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en drs. P.R. Baart en drs. J. van den Belt, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer uitgesproken op 27 november 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.