Parketnummer: 23-001440-14 Datum uitspraak: 19 november 2014 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 maart 2014 in de strafzaak onder parketnummer 14-701184-12 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 november 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: primair hij op of omstreeks 11 februari 2012 te Anna Paulowna, gemeente Hollands Kroon, met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten in café [bedrijf]’ (gelegen op/aan [adres bedrijf]), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het duwen tegen en/of trekken aan en/of slaan/stompen op/tegen/naar en/of schoppen/trappen op/tegen/naar die [slachtoffer]; subsidiair hij op of omstreeks 11 februari 2012 te Anna Paulowna, gemeente Hollands Kroon, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]) een- of meerma(a)l(en) (met kracht) op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam heeft geslagen/gestompt en/of geschopt/getrapt, waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, heeft het hof deze verbeterd gelezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof komt tot andere beslissingen komt ten aanzien van de bewezenverklaring, strafoplegging en de vordering van de benadeelde partij. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 11 februari 2012 te Anna Paulowna, gemeente Hollands Kroon met anderen in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten in café [bedrijf]’ (gelegen aan [adres bedrijf]) openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het stompen tegen die [slachtoffer]. Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Bespreking van bewijsverweren Door de raadsman van de verdachte is, kort gezegd, aangevoerd dat met name de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] inconsistent en tegenstrijdig met de aangifte van [slachtoffer] hebben verklaard. Hun verklaringen zijn daarom minder betrouwbaar te achten, zodat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Het hof overweegt het volgende. De verklaringen van [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [slachtoffer] wijken weliswaar op details af, maar zijn op wezenlijke onderdelen voldoende consistent en gelijkluidend om deze voor de bewezenverklaring te bezigen, waarbij het hof betrekt dat ook overigens niet is gebleken dat deze niet betrouwbaar kunnen worden geacht. Gelet op het voorgaande wordt het verweer van de verdediging verworpen. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde De raadsman van de verdachte heeft subsidiair aangevoerd dat het handelen van de verdachte was geboden door de noodzakelijke verdediging van diens lijf en dat van medeverdachte [medeverdachte] op een onmiddellijke, ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding door aangever [slachtoffer]. De verdachte dient daarom te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Het hof overweegt dat, zou de aangever [slachtoffer] de verdachte en/of medeverdachte [medeverdachte] al hebben geslagen dan wel gestompt, het daarop gevolgde openlijke geweld, zoals bewezen is verklaard en zoals blijkt uit de bewijsmiddelen, daarmee nog niet gerechtvaardigd was, nu de gedragingen van de verdachte en diens medeverdachten verder reikten dan de grenzen van een noodzakelijke verdediging, zo daarvan al sprake was. Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het primair bewezen verklaarde levert op: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, waarvan 25 uren, subsidiair 12 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte geen noemenswaardige documentatie heeft, hard werkt en in januari zijn eerste kindje verwacht. Als aangever [slachtoffer] minder uitdrukkelijk de confrontatie had opgezocht en zich terughoudender had opgesteld, had het heel anders af kunnen lopen. Gelet hierop heeft de raadsman verzocht, mocht het hof tot een veroordeling komen, een geldboete op te leggen gelijk aan het transactievoorstel dat door aangever [slachtoffer] is aanvaard. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder in beschouwing genomen dat de verdachte en zijn medeverdachten door hun handelen niet alleen gevoelens van angst en onveiligheid hebben veroorzaakt bij de bezoekers van het café waar het geweld heeft plaatsgevonden, maar ook inbreuk hebben gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Anderzijds zal het hof bij de strafoplegging rekening houden met hetgeen hiervoor door de raadsman is aangevoerd. Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te noemen hoogte passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.985,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.