Parketnummer: 23-001416-14 Datum uitspraak: 19 november 2014 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 maart 2014 in de strafzaak onder parketnummer 14-701683-12 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 november 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: primair hij op of omstreeks 11 februari 2012 te Anna Paulowna, gemeente Hollands Kroon, met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten in café ‘[cafè]’ (gelegen op/aan de [adres 2]), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het duwen tegen en/of trekken aan en/of slaan/stompen op/tegen/naar en/of schoppen/trappen op/tegen/naar die [slachtoffer]; subsidiair hij op of omstreeks 11 februari 2012 te Anna Paulowna, gemeente Hollands Kroon, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]) een- of meerma(a)l(en) (met kracht) op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam heeft geslagen/gestompt en/of geschopt/getrapt, waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, heeft het hof deze verbeterd gelezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof komt tot een andere beslissingen ten aanzien van de bewezenverklaring, strafoplegging en de vordering van de benadeelde partij. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 11 februari 2012 te Anna Paulowna, gemeente Hollands Kroon met anderen in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten in café ‘[cafè]’ (gelegen aan de [adres 2]) openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het stompen tegen die [slachtoffer]. Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Bespreking van een bewijsverweer De verdachte heeft aangevoerd dat, naast de hem belastende verklaringen (die volgens de verdachte tegenstrijdig zijn met elkaar en met de verklaring van aangever), zich in het dossier ook een aantal ontlastende verklaringen bevinden, inhoudende dat de verdachte [verdachte] en aangever [slachtoffer] uit elkaar wilde halen. Op grond hiervan dient de verdachte naar zijn zeggen te worden vrijgesproken. Het hof overweegt daaromtrent als volgt. De omstandigheid dat de verdachte, zoals een aantal getuigen heeft verklaard, eerst de ruziënde partijen uit elkaar wilde halen, sluit naar het oordeel van het hof niet uit dat de verdachte zich vervolgens schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging. Dat de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt baseert het hof op de verklaringen van [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [slachtoffer]. Deze wijken weliswaar op details af, maar zijn op wezenlijke onderdelen voldoende consistent en gelijkluidend om deze voor de bewezenverklaring te bezigen, waarbij het hof betrekt dat ook overigens niet is gebleken dat deze niet betrouwbaar kunnen worden geacht. Gelet op het voorgaande wordt het verweer van de verdachte verworpen. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het primair bewezen verklaarde levert op: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, waarvan 25 uren, subsidiair 12 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder in beschouwing genomen dat de verdachte en zijn medeverdachten door hun handelen niet alleen gevoelens van angst en onveiligheid hebben veroorzaakt bij de bezoekers van het café waar het geweld heeft plaatsgevonden, maar ook inbreuk hebben gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Anderzijds zal het hof bij de strafoplegging rekening houden met de omstandigheid dat aangever [slachtoffer] uitdrukkelijk de confrontatie heeft opgezocht, daar waar hij zich juist terughoudender op had kunnen stellen. Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te noemen hoogte passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.985,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.