beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.146.583/01 NOT nummer eerste aanleg : AL/2013/212 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 16 december 2014 inzake [klager], wonend te [plaatsnaam], gemeente [gemeente], appellant, tegen [notaris], notaris te [plaatsnaam], geïntimeerde. 1Het geding in hoger beroep 1.
- Appellant (hierna: klager) heeft op 23 april 2014 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 9 april
- Bij genoemde beslissing heeft de kamer het verzet van klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 22 januari 2014 ongegrond verklaard. 1.
- Geïntimeerde (hierna: de notaris) heeft geen verweerschrift bij het hof ingediend. 1.
- De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 16 oktober
- Zowel klager als de notaris zijn - hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen - zonder bericht van verhindering niet verschenen. 2De stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3Ontvankelijkheid 3.
- Klager heeft bij brief van 11 december 2013 bij de kamer een klacht ingediend tegen de notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 22 januari 2014 klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tegen die beslissing heeft klager tijdig verzet ingesteld bij de kamer. Na onderzoek van de klacht heeft de kamer bij beslissing van 9 april 2014 het verzet ongegrond verklaard. 3.
- In het algemeen staat - op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna) - tegen een beslissing van de kamer op een klacht het rechtsmiddel van hoger beroep bij dit hof open. Artikel 99 Wna bepaalt echter in de leden 5, 9 en 13 - verkort weergegeven en voor zover hier van belang - dat (i) de voorzitter van de kamer klachten die naar zijn oordeel kennelijk niet-ontvankelijk, dan wel kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht zijn, kan afwijzen, (ii) tegen een dergelijke beslissing van de voorzitter verzet kan worden gedaan bij de kamer en (iii) tegen de beslissing van de kamer dat het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond is, geen rechtsmiddel openstaat. 3.
- Uit artikel 99 Wna volgt dat er geen rechtsmiddel, zoals hoger beroep, tegen de bestreden beslissing kan worden ingesteld. Wat klager daarover heeft aangevoerd, rechtvaardigt niet dat het hof het wettelijke rechtsmiddelenverbod doorbreekt. Dit brengt mee dat klager in zijn hoger beroep niet kan worden ontvangen. 3.
- Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing. 4Beslissing Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, A.H.N. Stollenwerck en B.J.M. Gehlen en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2014 door de rolraadsheer.