parketnummer: 23-005418-13 datum uitspraak: 16 december 2014 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 november 2013 in de strafzaak onder parketnummer 13-093619-13 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 december 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissing omtrent de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Het hof zal zijn motivering van de beslissing omtrent de strafoplegging in de plaats stellen van de door de eerste rechter gehanteerde en voorts gronden waarop het vonnis berust op na te melden wijze aanvullen naar aanleiding van een in hoger beroep gevoerd verweer. Bespreking van gevoerd verweer De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat dat de door de verdachte gebezigde woorden, “krijg toch de kanker”, een uiting is die niet beledigend is en waarbij de eer of goede naam niet in het geding is. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Volgens vaste jurisprudentie kunnen uitingen die op zichzelf niet beledigend zijn, dat karakter evenwel krijgen op grond van de context waarin die uitingen zijn gebezigd (vgl. HR 22 december 2009, NJ 2010/671). Het gebruik van de woorden “Krijg toch de kanker” is op zichzelf beschouwd niet (zonder meer) beledigend. In de omstandigheden van dit geval heeft de uitdrukking echter tot strekking gehad de betrokken politieambtenaren te raken in hun eer en goede naam. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat laatstgenoemden - met noodhulpdienst belast - in uniform gekleed (naar het hof begrijpt: in een dienstvoertuig) reden op de openbare weg het Osdorpplein te Amsterdam toen een (derde) persoon hen woorden toevoegde. Naar aanleiding daarvan hebben de verbalisanten van deze persoon inzage in diens legitimatiebewijs gevorderd. Hierop heeft de verdachte de politieambtenaren de gewraakte woorden toegeroepen. Toepassing van artikel 9a Sr De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Het hof overweegt als volgt. Allereerst is bij de beslissing over de sanctionering van het strafbare feit acht geslagen op de ernst van het bewezenverklaarde, alsmede op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 19 november 2014, waaruit blijkt dat hij reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van belediging. Nu de rechtbank Amsterdam de verdachte bij vonnis van 7 november 2014 de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de tijd van twee jaren heeft opgelegd, acht het hof het thans passend en geboden op de voet van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht te bepalen dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht. Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd. Bevestigt het vonnis waarvan beroep met verbetering van gronden en inachtneming van het hiervoor overwogene voor het overige. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. J.J.I. de Jong en mr. I.M.A.M. Berben, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Schoutsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 december 2014. […]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.