arrest ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer : 200.130.220/01 zaaknummer rechtbank (Amsterdam) : 1319279 \ HA EXPL 12-140 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 december 2014 inzake [APPELLANT] , wonend te [woonplaats], appellant, advocaat: mr. R.H. Kuiper te Zoetermeer, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DEGIN B.V., gevestigd te Achlum, gemeente Franekeradeel, geïntimeerde, advocaat: mr. P. van Bommel te Franeker. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna respectievelijk [appellant] en Degin genoemd. [appellant] is bij dagvaarding van 17 juni 2013 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, kamer voor kantonzaken, hierna ‘de kantonrechter’, van 20 maart 2013, in deze zaak onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen hem als gedaagde in conventie, tevens eiser in reconventie, en Degin als eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, tevens vermeerdering van eis; - memorie van antwoord, met producties; - akte houdende overlegging productie; - antwoordakte, tevens uitlating productie. [appellant] heeft bij de memorie van grieven zijn – oorspronkelijk reconventionele – eis vermeerderd en geconcludeerd, kort gezegd, dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen, alsnog de – oorspronkelijke conventionele – eis van Degin zal afwijzen en – uitvoerbaar bij voorraad – de vermeerderde vorderingen van [appellant] zoals aan het slot van de memorie van grieven vermeld zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten. Het hof begrijpt dat [appellant] mede concludeert, althans heeft bedoeld te concluderen, tot alsnog toewijzing van de op de laatste bladzijde van de appeldagvaarding onder 4 vermelde vordering en dat de niet-vermelding van die vordering aan het slot van de memorie van grieven een verschrijving behelst. Degin heeft geconcludeerd, kort gezegd en naar het hof begrijpt, tot niet-ontvankelijkverklaring van [appellant] in het hoger beroep dan wel tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met beslissing over de proceskosten. Beide partijen hebben bewijs van hun stellingen aangeboden. Ten slotte is arrest gevraagd. 2Feiten De kantonrechter heeft in het tussen partijen gewezen tussenvonnis van 5 september 2012, hierna ‘het tussenvonnis’, onder 1, 1.1 tot en met 1.19, de feiten vastgesteld die hij in deze zaak tot uitgangspunt heeft genomen. Over de juistheid van die feiten bestaat geen geschil, zodat ook het hof van de aldus vastgestelde feiten zal uitgaan. 3Beoordeling 3.1. Degin drijft een onderneming die, voor zover in deze zaak van belang, door haar als duurzaam aangemerkte verwarmingssystemen verkoopt aan derden. [appellant] heeft eind 2009 een nieuwbouwwoning betrokken in de wijk [wijk]. Daaraan voorafgaand heeft hij contact gezocht met Degin over, kort gezegd, de aanschaf van een verwarmingssysteem ten behoeve van de door hem te betrekken woning. Het benodigde vermogen om die gehele woning te verwarmen was 18 kW. Partijen hebben vanaf 2 september 2009 tot en met 25 september 2009, goeddeels per e-mail, gecorrespondeerd over, kort gezegd, de wensen en voorkeuren van [appellant], de mogelijkheden van Degin om daaraan te voldoen en de prijzen die met een en ander waren gemoeid. 3.2. In het kader van de correspondentie tussen partijen – die gedeeltelijk is aangehaald in het tussenvonnis onder 1.4 tot en met 1.15 – heeft Degin verschillende offertes aan [appellant] gedaan. De eerste offerte was gedateerd 5 september 2009 en had betrekking op een verwarmingssysteem dat in essentie bestond uit drie delen: een met houtpellets gestookte kachel, door partijen aangeduid als ‘pelletshaard’, van het type ‘Wodtke Ivo.tec’ met een nominaal vermogen van 13 kW, een rookgasafvoersysteem en een aantal zonnecollectoren, voor een gezamenlijke prijs van € 14.059,21 exclusief btw. [appellant] heeft deze offerte niet aanvaard en, in ieder geval bij e-mails van 7 en 17 september 2009, bij Degin geïnformeerd naar een voor hem per saldo voordeligere mogelijkheid. In laatstgenoemde e-mail heeft hij in dit verband gevraagd hem ‘een superaanbod te doen’. 3.3. Bij e-mail van 24 september 2009 heeft Degin aan [appellant] een offerte gedaan voor een verwarmingssysteem bestaande uit een pelletshaard van het type ‘Wodtke Ray’, een rookgasafvoer en een combibuffervat van 600 liter met een ingebouwde boiler van 150 liter, met enkele bijkomende zaken, voor een gezamenlijke prijs van € 8.032,- exclusief btw. [appellant] heeft deze offerte – naar hij in de conclusie van antwoord in conventie onder 87 heeft erkend – een dag later aanvaard, zulks – naar blijkt uit een e-mail van 6 oktober 2009 van Degin aan [appellant] – met uitzondering van de geoffreerde rookgasafvoer. Degin heeft een opdrachtbevestiging gedateerd 6 oktober 2009 aan [appellant] doen toekomen die, voor zover van belang, wel de pelletshaard van het type ‘Wodtke Ray’ en het combibuffervat van 600 liter vermeldt maar niet de rookgasafvoer en evenmin de in de eerste offerte genoemde zonnecollectoren. De opdrachtbevestiging noemt als totaalprijs van de daarin vermelde zaken € 6.653,50 exclusief btw. 3.4. De ‘Wodtke Ray’ pelletshaard was al eerder opgenomen in een, door [appellant] niet aanvaarde, offerte gedateerd 17 september 2009 van Degin. De eerste bladzijde van die offerte vermeldt met vetgedrukte letters dat het nominale vermogen van deze haard 10 kW is. Bij e-mail van dezelfde datum heeft [appellant] aan Degin meegedeeld ‘het er wel op [te willen] wagen’ wat de ‘Wodtke Ray’ pelletshaard betreft, als Degin hem daarvoor het onder 3.2 bedoelde ‘superaanbod’ zou doen. In dezelfde e-mail heeft [appellant] geschreven: ‘Mocht het in de praktijk niet werken [dan] kan ik alsnog de stad[s]verwarming “erbij” plaatsen. Voorwaarde is dat de te leveren boiler deze stadsverwarming dan aankan.’ Bij e-mail van 19 september 2009 aan [appellant] heeft Degin voortgeborduurd op de mogelijkheid van levering van een ‘Wodtke Ray’ pelletshaard samen met, onder andere, een combibuffervat van 600 liter waarin, blijkens haar onder 3.3 genoemde e-mail van 24 september 2009, een boiler was ingebouwd. De e-mails van 19 en 24 september 2009 van Degin reppen allebei van aansluiting van de stadsverwarming op dat combibuffervat, terwijl eerstgenoemde e-mail de ‘Wodtke Ray’ haard uitdrukkelijk aanduidt als ‘[s]feerverwarming’ en die haard beschrijft als deel van een meeromvattend verwarmingssysteem met ook zonnecollectoren of stadsverwarming. 3.5. Degin heeft de ‘Wodtke Ray’ pelletshaard en het combibuffervat in de loop van oktober 2009 aan [appellant] geleverd. Zij heeft hem vervolgens, na creditering wegens het niet-leveren van enkele bijkomende zaken, per saldo € 5.718,30 exclusief btw in rekening gebracht. Vermeerderd met btw beloopt de rekening van Degin € 6.804,78. De haard en het vat zijn in opdracht van [appellant] door een derde geïnstalleerd. Degin heeft daarbij geen betrokkenheid gehad, die installatie was niet begrepen in de onder 3.3 genoemde opdrachtbevestiging en Degin heeft [appellant] geen installatiekosten in rekening gebracht. [appellant] heeft het zojuist genoemde bedrag van € 6.804,78, ook na aanmaning en verdere correspondentie tussen partijen, onbetaald gelaten. 3.6. Tegen de achtergrond van de hierboven beschreven, tussen partijen vaststaande feiten heeft Degin [appellant] in rechte betrokken en – in conventie – diens veroordeling gevorderd tot betaling van € 6.804,78 inclusief btw, met nevenvorderingen. [appellant] heeft op zijn beurt – in reconventie – vorderingen ingesteld strekkend tot, kort gezegd, ontbinding van de overeenkomst die partijen naar aanleiding van de onder 3.3 genoemde offerte van Degin zijn aangegaan, veroordeling van Degin om de ter uitvoering van die overeenkomst aan [appellant] geleverde zaken op haar kosten te demonteren en terug te nemen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, en veroordeling van Degin tot betaling aan hem van een schadevergoeding van € 7.190,-, met wettelijke rente. Bij het bestreden vonnis is de vordering van Degin, vermeerderd met wettelijke rente, toegewezen en zijn de vorderingen van [appellant] afgewezen. Tegen deze beslissingen en de daartoe leidende overwegingen komt [appellant] in hoger beroep op met vier grieven. Bij wijze van vermeerdering van eis vordert hij thans tevens de veroordeling van Degin tot terugbetaling van € 9.001,20, met wettelijke rente, welk bedrag [appellant] stelt ter voldoening aan het bestreden vonnis aan Degin te hebben betaald. 3.7. Met de grieven betoogt [appellant] dat Degin, anders dan de kantonrechter heeft aangenomen, is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen, in het bijzonder omdat de ‘Wodtke Ray’ pelletshaard die Degin hem heeft geleverd, niet de eigenschappen bezit die hij op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [appellant] heeft hiertoe aangevoerd, samengevat, (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.