← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2014:57

arrest ________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer : 200.129.897/01 insolventienummer rechtbank :

(15)R 542/2010 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 21 januari 2014 in de zaak van: [appellant], wonende te [woonplaats], advocaat: mr. E.W.K. Bosman te Haarlem. 1Het verdere geding in hoger beroep Appellant wordt hierna [appellant] genoemd. Op 24 december 2013 heeft het hof in deze zaak een tussenarrest gewezen, waarbij [appellant] in de gelegenheid is gesteld vóór 14 januari 2014 nadere stukken in het geding te brengen. Bij het hof is op 30 december 2013 een nader stuk aan de zijde van [appellant] binnengekomen. 2De verdere beoordeling 2.
  1. Bij voormeld tussenarrest is [appellant] in de gelegenheid gesteld aan het hof te doen toekomen (met afschrift aan de bewindvoerder): - een verklaring van een arts dat het door [appellant] opgegeven cannabisgebruik, te weten 4 à 5 gram per week (€ 234,-- p/m) passend is bij zijn voorgeschreven pijnbestrijding; - een verklaring van een arts dat de inpandige parkeerplaats noodzakelijk is in verband met zijn handicap. 2.
  2. Door [appellant] zijn overgelegd: - een verklaring van [H.], anesthesioloog, van 20 december 2013, waarin hij bevestigt dat voor de huidige pijnklachten van [appellant] 5 gram cannabis per week geïndiceerd is; - een nota van een coffeeshop waaruit blijkt dat de prijs voor 4 gram cannabis € 46 bedraagt, na aftrek van Medi Wiet een bedrag van € 29,90; - een verklaring van [F.], revalidatiearts, van 20 december 2013, waarin wordt bevestigd dat in verband met de bij [appellant] gestelde diagnose een parkeerplaats voor de deur noodzakelijk is. 2.3 Op grond van de overgelegde stukken kan worden geoordeeld dat, indien wordt uitgegaan van de parkeerkosten, het wekelijkse gebruik van cannabis als pijnbestrijding gedurende de relevante periode en de taxikosten, door [appellant] tenminste voor een bedrag van € 7.042,45 daadwerkelijk noodzakelijke kosten zijn gemaakt, die rechtstreeks samenhangen met zijn handicap, welke kosten ten grondslag hebben gelegen aan de teruggaven inkomstenbelasting over de jaren 2011, 2012 en (gedeeltelijk)
  3. Deze teruggaven mogen om die reden worden aangewend voor de voldoening van de schuld aan het UWV van € 7.042,45 en voor het overige ten behoeve van de crediteuren. 2.
  4. Gelet op het voorgaande dient het vonnis waarvan beroep te worden vernietigd en aan [appellant] de schone lei te worden verleend bij het eindigen van de schuldsanerings-regeling. 3Beslissing Het hof: - vernietigt het vonnis waarvan beroep; - stelt alsnog vast dat [appellant] niet in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten; - verwijst de zaak terug naar de rechtbank te Noord-Holland teneinde te worden afgedaan met inachtneming van hetgeen in dit arrest is overwogen. Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Visser, C. Uriot en D.L.M.T. Dankers-Hagenaars en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2014 in tegenwoordigheid van de griffier. Van dit arrest kan gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld door middel van een verzoekschrift in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.