GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer: 106.005.089/02 zaaknummer rechtbank: 171572 / HA ZA 04-45 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 maart 2014 inzake de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid VERENIGING CONSUMENT & GELDZAKEN, gevestigd te Amsterdam, appellante, tevens incidenteel geïntimeerde, advocaat: mr. L.C.M. Jurgens te Amsterdam, tegen: de naamloze vennootschap AEGON BANK N.V., mede handelend onder de naam SPAARBELEG, gevestigd te Utrecht, geïntimeerde, tevens incidenteel appellante, advocaat: mr. B.W.G. van der Velden te Amsterdam. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep Partijen worden hierna (ook) de Vereniging en Aegon genoemd. Voor het verloop van de procedure tot 7 mei 2013 verwijst het hof naar het op die datum uitgesproken tussenarrest. Bij het tussenarrest heeft het hof Aegon toegelaten bij akte nadere inlichtingen te verstrekken en te reageren op door de Vereniging in het geding gebrachte producties. Vervolgens heeft Aegon een akte na tussenarrest genomen, met producties. De Vereniging heeft daarna een antwoordakte na tussenarrest genomen, eveneens met producties. Aegon heeft daarop bij akte uitlating producties gereageerd. Ten slotte is wederom arrest gevraagd. 2De verdere beoordeling 2.1 In deze procedure heeft de Vereniging onder andere het standpunt ingenomen dat aan de deelnemers van het Sprintplan een hoger krediet is verstrekt dan nodig was om de door Aegon toegezegde verplichtingen te kunnen nakomen. Aldus is volgens de Vereniging door het Garantiefonds door de gekozen wijze van beleggen voor een lager bedrag belegd dan de som van de aan de afnemers verstrekte kredieten. Aegon heeft dit bestreden. Zij stelt dat het Garantiefonds wel degelijk heeft belegd voor een bedrag gelijk aan de door de afnemers verstrekte leningen. Het hof heeft Aegon opgedragen bij akte, gespecificeerd en voor zover mogelijk met stukken onderbouwd, duidelijk te maken op welke wijze het Garantiefonds de beschikking heeft gekregen over een bedrag gelijk aan de door de afnemers van het Sprintplan geleende bedragen en vervolgens hoe en voor welk bedrag het Garantiefonds tot belegging daarvan is overgegaan. 2.2 Bij de antwoordakte na het tussenarrest heeft Vereniging allereerst betwist dat de akte na tussenarrest van 30 juli 2013 is ondertekend door of namens de procesadvocaat van Aegon. De Vereniging heeft door forensisch schriftexpert [Z.] te [woonplaats] onderzoek laten verrichten aan de handtekening. Het door hem opgestelde rapport is door de Vereniging overgelegd. Zijn conclusie is dat de door hem onderzochte handtekening niet die van mr. Van der Velden is en zelfs daarvan geen nabootsing is. De Vereniging meent dat de akte na tussenarrest door het hof buiten beschouwing moet worden gelaten. 2.3 Bij akte uitlating producties heeft Aegon het rapport van de schriftexpert bestreden. De handtekeningen op de voor de Vereniging aangehaalde stukken zijn alle afkomstig van mr. Van der Velden. Haar handtekening varieert volgens Aegon nogal eens. 2.4 Het hof overweegt het volgende. Artikel 83 lid 2 Rv bepaalt, voor zover van belang, dat conclusies en akten door de advocaat van de partij moeten worden ondertekend. Dit is een uitvloeisel van het vereiste dat partijen zich in rechte verplicht moeten laten vertegenwoordigen door een advocaat. De ratio daarvan is ervoor zorg te dragen dat de belangen van partijen nauwgezet worden bewaakt door een advocaat. Het hof heeft op grond van het over en weer gestelde geen reden eraan te twijfelen dat Aegon mr. Van der Velden als haar procesadvocaat heeft aangesteld en de akte door of namens haar bij het hof is ingediend. De akte is ook geaccepteerd door de rolraadsheer van het hof. Daarmee heeft Aegon zich in rechte door een advocaat laten vertegenwoordigen en is gehandeld in overeenstemming met artikel 82 lid 3 Rv en de hiervoor genoemde ratio van artikel 83 lid 2 Rv. Hetgeen de Vereniging over de handtekening onder de akte heeft aangevoerd kan geen grond bieden voor het buiten beschouwing laten van de akte na tussenarrest. 2.5 Aegon heeft naar aanleiding van de vragen van het hof bij het tussenarrest van 7 mei 2013 een rapport van overgelegd van PricewaterhouseCoopers Advisory N.V. (hierna: PWC) getiteld “AEGON Bank N.V. Onderzoek SprintPlan”. Het rapport is opgesteld door R.A. [B.] van PWC en dateert van 3 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.