← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2014:6075

GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) Uitspraak: 6 mei 2014 Zaaknummer: 200.142.176/ 01 Zaaknummer eerste aanleg: C/14/147890 / OT RK 13/1023 in de zaak in hoger beroep van: 1 […],

  1. […], beiden wonende te […], appellanten, advocaat: mr. M.C.A. Stoop te Heerhugowaard, tegen William Schrikker Jeugdbescherming, gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde. 1Het geding in hoger beroep 1.
  2. Appellanten sub 1 en 2 worden hierna respectievelijk de grootmoeder en de stiefgrootvader en gezamenlijk de grootouders genoemd. Geïntimeerde wordt hierna de WSJ genoemd. 1.
  3. De grootouders zijn op 20 februari 2014 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 14 november 2013 van de rechtbank Noord-Holland, met kenmerk C/14/147890 / OT RK 13/
  4. 1.
  5. De zaak is op 27 maart 2014 ter terechtzitting behandeld, daarbij is slechts de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde gekomen. 1.
  6. Ter terechtzitting zijn verschenen: - de advocaat van de grootouders; - mevrouw [x] en mevrouw [y], namens de WSJ. 2De feiten 2.
  7. […] (hierna: [de minderjarige]), geboren [in] 2007, is de kleindochter van de grootmoeder. 2.
  8. Bij beschikking van de kinderrechter van 8 juli 2010 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld en is zij in het kader van de ondertoezichtstelling uithuisgeplaatst. [de minderjarige] is met ingang van mei 2012 tot maart 2013 teruggeplaatst bij de moeder, in welke periode zij in de weekeinden bij een pleeggezin verbleef. In maart 2013 is [de minderjarige] vrijwillig binnen het netwerk van de moeder geplaatst. Deze plaatsing is inmiddels beëindigd. Met ingang van 13 september 2013 is [de minderjarige] in een crisispleeggezin geplaatst, waar zij thans nog verblijft in afwachting van een plaatsing bij een perspectiefbiedend pleeggezin. 3Het geschil in hoger beroep 3.
  9. Bij de bestreden beschikking is op verzoek van de WSJ de termijn van de machtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij pleegouder(s) 24-uurs verlengd tot 8 juli
  10. 3.
  11. De grootouders verzoeken, voor het geval de minderjarige niet kan terugkeren naar de moeder en de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de pleegouders wordt verlengd, deze machtiging te beperken tot plaatsing bij hen, de grootouders, en de bestreden beschikking in zoverre te vernietigen. 3.
  12. De WSJ verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen. 4Beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep 4.
  13. Het hof dient ambtshalve de vraag te beantwoorden of de grootouders zijn aan te merken als belanghebbenden in de zin van de artikelen 806, eerste lid jo 798, eerste lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) en daarmee in hoger beroep kunnen komen van de bestreden beschikking. Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad worden in zaken waar het een maatregel met betrekking tot het ouderlijk gezag in het kader van een ondertoezichtstelling betreft - naast de instellingen en organen die ingevolge art. 1:261 lid 1 Burgerlijk Wetboek de uithuisplaatsing kunnen verzoeken - slechts als belanghebbenden in de zin van art. 798 lid 1 Rv beschouwd: de met het gezag belaste ouder(s), een ander die het minderjarige kind als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, en het kind zelf, mits dit twaalf jaren of ouder is. Het hof stelt vast dat appellanten niet tot de kring van personen behoren die als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt, nu zij niet het gezag over [de minderjarige] uitoefenen noch [de minderjarige] opvoeden als behorend tot hun gezin. Dat de grootouders veelvuldig contact hadden met [de minderjarige] in de periode voor haar uithuisplaatsing, zoals door de advocaat van de grootouders ter zitting in hoger beroep nog is aangevoerd, en dat het – subsidiair – de wens van de moeder is dat de grootouders [de minderjarige] in hun gezin opnemen, kan niet tot een ander oordeel leiden. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat in september 2013 zowel door WSJ als Parlan aan de grootouders is gevraagd om [de minderjarige] in hun gezin op te nemen (aan welk voornemen geen uitvoering is gegeven doordat de Raad voor de Kinderbescherming afgifte van een verklaring van geen bezwaar heeft geweigerd). 4.
  14. Dit leidt tot de volgende beslissing. 5Beslissing Het hof: verklaart de grootouders niet-ontvankelijk in het door hen ingestelde hoger beroep. Deze beschikking is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. M. Wigleven en mr. C.E. Buitendijk in tegenwoordigheid van mr. E.E. Kraan als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.