← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2014:692

beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.128.552/01 nummer eerste aanleg : 524830/NT 12-46 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 11 maart 2014 inzake

  1. de vennootschap naar Belgisch recht NV Finance de Belgique, gevestigd te Kapellen, België, en
  2. [klager 2], wonend te [woonplaats], appellanten, gemachtigde: mr. A. Quispel, advocaat te Oud-Beijerland, tegen [notaris], notaris te[notaris], geïntimeerde. 1Het geding in hoger beroep 1.
  3. Van de zijde van appellanten (hierna: klagers) is bij een op 11 juni 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlage – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de (aan deze beslissing gehechte) beslissing van de kamer voor het notariaat te Amsterdam (hierna: de kamer), van 16 mei 2013, waarbij hun klacht tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) ongegrond is verklaard. 1.
  4. De notaris heeft een verweerschrift, gedateerd 9 augustus 2013, ingediend. 1.
  5. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 6 februari
  6. Klagers en de notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd, de notaris aan de hand van een pleitnotitie. 2De stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
  7. De feiten 3.
  8. Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. 3.
  9. Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende. Klagers hebben aan Corpus Experience Beheer B.V. (hierna: Corpus) geldleningen verstrekt waarvoor Corpus hen bij akte van 7 september 2006 een eerste recht van hypotheek heeft verleend. Blijkens die akte is klager 2 bestuurder van klaagster
  10. Nadat klaagster 1 bij exploot van 4 november 2011 Corpus onder betekening van de hypotheekakte had aangezegd de bij de hypotheekakte gevestigde hypotheekrechten op te zeggen, heeft de notaris op 23 november 2011 bij notariële akte een verklaring van waardeloosheid met betrekking tot die hypotheekrechten opgemaakt en in het openbare register doen inschrijven. Bij exploot van 28 december 2011 hebben klagers gezamenlijk Corpus aangezegd de bij hypotheekakte van 7 september 2006 gevestigde hypotheekrechten op te zeggen. 4Het standpunt van klagers Klagers verwijten de notaris dat hij op grond van het eerste exploot en zonder overleg met hen de verklaring van waardeloosheid heeft opgemaakt. Daarnaast verwijten zij hem dat hij correspondentie met klagers over hun bezwaar tegen het opmaken van die verklaring aan de advocaat van Corpus, die aan het kantoor van de notaris is verbonden, heeft doorgezonden en daarmee zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden. 5Het standpunt van de notaris De notaris heeft de klacht bestreden. Zijn standpunt wordt, voor zover relevant, hieronder besproken. 6De beoordeling 6.
  11. Uit de uitgebrachte exploten blijkt dat klagers hun hypotheekrechten hebben opgezegd, waartoe zij op grond van artikel 2.1 onder f van de hypotheekakte van 7 september 2006 bevoegd waren. Gelet op de opzegging mocht de notaris de verklaring van waardeloosheid opmaken en doen inschrijven in het openbare register. De omstandigheid dat klagers met de exploten beoogden de geldlening op te zeggen en niet hun hypotheekrechten, wat daarvan ook zij, komt voor hun risico. Er is verder niet gebleken van feiten of omstandigheden die de notaris in dit concrete geval ertoe hadden moeten brengen in overleg te treden met klagers. Met name is geen reden om aan te nemen dat de notaris aan de opzegging had moeten twijfelen nu deze bij deurwaardersexploot is gedaan. Integendeel, aan dat feit mocht de notaris veeleer het vertrouwen ontlenen dat de opzegging overeenstemde met de wil van klagers. Het hof laat dan nog in het midden of de notaris op grond van overleg met klagers zijn ministerie had mogen weigeren, in aanmerking genomen dat het hypotheekrecht door de opzegging(en) was teniet gegaan en de inschrijving van de verklaring van waardeloosheid slechts een administratieve verwerking daarvan betrof. 6.
  12. Aan de omstandigheid dat de notaris de verklaring van waardeloosheid al heeft opgemaakt nadat alleen klaagster 1 de hypotheekrechten had opgezegd, komt in dit geval geen belang toe, omdat kort daarna opzegging door klagers gezamenlijk heeft plaatsgevonden. 6.
  13. Het enkele feit dat de notaris de advocaat van Corpus heeft ingelicht over de klacht van klagers, is geen schending van zijn geheimhoudingsverplichting. De klacht behoort immers niet tot feiten die de notaris in zijn relatie tot klagers of anderen geheim had te houden. Niet gebleken is dat de notaris ook feiten aan de advocaat van Corpus heeft meegedeeld die wel onder zijn geheimhoudingsverplichting vallen. 6.
  14. Uit het voorgaande volgt dat de klacht ongegrond is. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan onbesproken blijven omdat het niet kan leiden tot een andere beslissing. Het hof zal de beslissing van de kamer daarom bekrachtigen. 7De beslissing Het hof: bekrachtigt de bestreden beslissing. Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, J. Blokland en P. Blokland en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 11 maart 2014 door de rolraadsheer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.