← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2014:923

beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.128.640/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 28 maart 2014 inzake 1Michael David Ilhan VAN WAVEREN, wonende te Rotterdam,

  1. Rowena Sharonna Alexia VAN WAVEREN, wonende te Amsterdam,
  2. Aysel ERBUDAK, handelend in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van Merdan Michael Tristan KOÇ, wonende te Beverwijk, VERZOEKERS, advocaten: mrs. G. te Winkel en J.D. Kleyn, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n
  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JEEMER B.V., gevestigd te Velsen,
  4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MEROMI HOLDING B.V., gevestigd te Beverwijk, VERWEERSTERS, advocaat: mr. J.H. Lemstra, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n
  5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DELTA ONROEREND GOED B.V., gevestigd te Beverwijk, BELANGHEBBENDE, advocaten: mr. M.W.E. Evers en mr. S.M.A.M. Timmermans, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n 2W.J.M. SCHRAM, wonende te Amsterdam,
  6. A.J.P. SCHRAM, wonende te Beverwijk, BELANGHEBBENDEN, niet verschenen. 1Het verloop van het geding 1.1 Verweerster sub 1 zal hierna worden aangeduid als Jeemer en verweerster sub 2 als Meromi. 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen van 4 juli, 25 juli, 18 en 25 oktober 2013, 25 maart 2014 (alle met zaaknummer 200.128.640/01 OK) en 11 december 2013 (met zaaknummer 200.128.640/02 OK) in deze zaak. 1.3 Bij de beschikkingen van 18 en 25 oktober 2013 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Jeemer en Meromi over de periode vanaf 28 december 2012 en mr. W.J.M. Van Andel benoemd tot onderzoeker. 1.4 De onderzoeker heeft op 27 maart 2014 het verslag van het in 1.3 bedoelde onderzoek met de daarbij behorende bijlage aan de Ondernemingskamer doen toekomen. De griffier heeft het verslag met de bijlage heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. 2De gronden van de beslissing De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag van het onderzoek en de bijlage. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met de bijlage ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor een ieder. 3De beslissing De Ondernemingskamer: bepaalt dat het verslag (met de bijlage) van het bij de beschikking van 18 oktober 2013 door de Ondernemingskamer bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Jeemer en Meromi ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor een ieder; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en G.A. Cremers en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 28 maart 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.