beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.158.564/01 GDW nummer eerste aanleg : 908.2013 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 31 maart 2015 inzake [gerechtsdeurwaarder], gerechtsdeurwaarder te [plaats], appellant, gemachtigde: mr. M.R. Krul, advocaat te 's-Gravenhage, tegen [klaagster], gevestigd en kantoorhoudende te [plaats], geïntimeerde, gemachtigde: mr. V.M. Besters, advocaat te Amsterdam. 1Het geding in hoger beroep 1.
- Appellant (hierna: de gerechtsdeurwaarder) heeft op 29 oktober 2014 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 30 september 2014 (ECLI:NL:TGDKG:2014:168). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van geïntimeerde (hierna: klaagster) op de onderdelen c, d, f en h gegrond verklaard, de klacht voor het overige ongegrond verklaard en aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping opgelegd, zulks met de aanzegging dat, indien andermaal door hem een van de in artikel 34, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet bedoelde handelingen of verzuimen wordt gepleegd, oplegging van een geldboete, schorsing of ontzetting uit het ambt zal worden overwogen. 1.
- Klaagster heeft een verweerschrift bij het hof ingediend. 1.
- Van de zijde van de gerechtsdeurwaarder is op 24 februari 2015 een brief met als bijlage een door partijen op 1 december 2014 ondertekende vaststellingsovereenkomst ter griffie van het hof ingekomen. 1.
- Van de zijde van klaagster is op 24 februari 2015 een faxbericht met bijlage ter griffie van het hof ingekomen, waaruit blijkt dat klaagster haar klacht tegen de gerechtsdeurwaarder, in eerste aanleg geregistreerd onder nummer 908.2013, intrekt. 1.
- Op 5 maart 2015 heeft het hof de zaak buiten aanwezigheid van partijen in raadkamer behandeld.
- De beoordeling 2.
- Uit het feit dat klaagster haar in eerste aanleg tegen de gerechtsdeurwaarder ingediende tuchtrechtelijke klacht heeft ingetrokken, leidt het hof af dat klaagster geen belang meer heeft bij een uitspraak over de klacht. Het hof zal daarom de beslissing van de kamer waarvan beroep vernietigen en klaagster alsnog niet-ontvankelijk verklaren in haar klacht. 2.
- Op grond van hetgeen onder 2.
- is overwogen, beslist het hof als volgt. 3De beslissing Het hof: - vernietigt de bestreden beslissing; en, opnieuw beslissende: - verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht. Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2015 door de rolraadsheer.