← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2015:1350

beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.134.748/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 9 april 2015 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [P] , gevestigd te Emmen, VERZOEKSTER, advocaat: mr. W.P. den Hertog, kantoorhoudende te Den Haag, t e g e n

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] ,
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] ,
  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [C] ,
  4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [D] ,
  5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [E]
  6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [F] ,
  7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [G] ,
  8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [H] ,
  9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [J] ,
  10. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [K] , alle gevestigd te [....], VERWEERSTERS, advocaten: mr. A. Haan en mr. J. Groot, kantoorhoudende te Utrecht, e n t e g e n
  11. de stichting [L] , gevestigd te [....],
  12. [Z], wonende te [....], BELANGHEBBENDEN, advocaat: mr. J.H. Lemstra, kantoorhoudende te Amsterdam. 1Het verloop van het geding 1.1 In het vervolg zal verweerster sub 1 worden aangeduid met [A], verweerster sub 2 met [B], en alle verweersters gezamenlijk met [A] c.s. 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 17 maart, 20 maart en 17 september 2014, alsmede naar die van 31 maart
  13. 1.3 Bij de beschikkingen van 17 en 20 maart 2014 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [A] c.s., mr. G.W. Breuker benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding mr. H.F. Doeleman benoemd tot commissaris van [A] en [B]. 1.4 Bij de beschikking van 17 september 2014 heeft de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget verhoogd tot € 40.000 (exclusief BTW). 1.5 Bij brief (met bijlagen) van 24 maart 2015 heeft de onderzoeker verzocht het onderzoeksbudget te verhogen tot € 54.500 (exclusief BTW). 1.6 Bij brief van 26 maart 2015 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van de onderzoeker. Bij brief van 7 april 2015 heeft mr. Haan namens [A] c.s. laten weten dat zij geen bezwaar hebben tegen de gevraagde verhoging. Van de andere partijen is in dit verband niet vernomen. 1.7 Bij de beschikking van 31 maart 2015 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het op die dag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde verslag met bijlagen van het in 1.3 vermelde onderzoek ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. 2De gronden van de beslissing Nu partijen geen bezwaren tegen het verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget kenbaar hebben gemaakt en de Ondernemingskamer dat verzoek niet onredelijk voorkomt, zal zij het verzoek toewijzen als hierna te vermelden. 3De beslissing De Ondernemingskamer: verhoogt het bedrag dat het bij beschikking van 17 maart 2014 bevolen onderzoek ten hoogste mag kosten tot € 54.500 (exclusief BTW); verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, en E.R. Bunt en G.A. Cremers, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en door mr. Faber voornoemd in het openbaar uitgesproken op 9 april 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.