beschikking ________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.151.076/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 8 januari 2015 inzake 1mr. Pieter Rudolf DEKKER
- mr. Olaf Bernardus Joseph POORTHUIS in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B.V. Diependael, gevestigd te Breda, VERZOEKERS, advocaat: mr. J. van Bekkum, kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RESORT APPELSCHA BEHEER B.V., gevestigd te Doorn, VERWEERSTER, advocaat: mr. J. Stikkelbroeck, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PLUIJMAKERS BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BIKKEL BEHEER B.V., gevestigd te Doorn, BELANGHEBBENDEN, beide verschenen in persoon.
- Het verloop van het geding 1.1 Verweerster zal in het vervolg RAB worden genoemd en belanghebbende sub 2 zal worden aangeduid als Bikkel BV. 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 22 augustus 2014 in deze zaak. 1.3 Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer - voor zover hier van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van RAB over de periode vanaf 1 januari 2006, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 20.000 (exclusief BTW), alsmede bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding Bikkel BV geschorst als bestuurder van RAB en W.R. Küh als zodanig benoemd. 1.4 Bij brief van 3 december 2014 heeft mr. Van Bekkum namens verzoekers aan de Ondernemingskamer laten weten dat RAB op 18 november 2014 failliet is verklaard. Voorts heeft hij bij die brief laten weten dat de curator in het faillissement van RAB verzoekers heeft bericht dat de boedel een enquêteonderzoek niet zal financieren en dat de curator zich niet zal verzetten tegen het ontslag van de tijdelijk benoemde bestuurder. Gelet daarop heeft mr. van Bekkum in die brief - naar de Ondernemingskamer begrijpt - verzocht om het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen in deze zaak te beëindigen. 1.5 De secretaris van de Ondernemingskamer heeft partijen bij brief en e-mail van 4 en 22 december 2014 in de gelegenheid gesteld zich over voormeld verzoek uit te laten. 1.6 Bij brief van 8 december 2014 heeft mr. S.M.M. van Dooren, curator in het faillissement van RAB, laten weten dat hij zich niet zal verzetten tegen beëindiging van het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen. Van de overige partijen is in dit verband niet vernomen. 2De gronden van de beslissing Nu van de overige partijen geen bezwaren zijn ontvangen op het verzoek van verzoekers tot beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen en de Ondernemingskamer overigens niet is gebleken van enig belang dat zich tegen de verzochte beëindiging verzet, zal de Ondernemingskamer dat verzoek inwilligen. De Ondernemingskamer zal derhalve het bij beschikking van 22 augustus 2014 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen beëindigen, een en ander met ingang van heden. 3De beslissing De Ondernemingskamer: beëindigt met ingang van heden het bij beschikking van 22 augustus 2014 in deze zaak bevolen onderzoek; beëindigt met ingang van heden de bij beschikking van 22 augustus 2014 getroffen onmiddellijke voorzieningen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en E.R. Bunt en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. Makkink voornoemd op 8 januari 2015.