GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.149.943/01 zaak/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/524140/HA ZA 12-1022 Arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 7 juli 2015 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TMF AIRMARINE B.V., gevestigd te Rijnwoude, appellante in het principaal appel, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel appel, advocaat: mr. H.M. Punt te Amsterdam, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HELLMANN WORLDWIDE LOGISTICS B.V., gevestigd te Rotterdam, geïntimeerde in het principaal appel, appellante in het voorwaardelijk incidenteel appel, advocaat: mr. A. Knigge te Amsterdam. 1Het procesverloop Partijen worden hierna TMF en Hellmann genoemd. TMF is bij dagvaarding van 8 mei 2014 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 februari 2014, onder bovengenoemd zaaknummer gewezen tussen TMF als eiseres en Hellmann als gedaagde. Hierna hebben partijen de volgende stukken ingediend: - een memorie van grieven van TMF, met producties; - een memorie van antwoord van Hellmann, tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, met producties; - een memorie van antwoord in incidenteel appel. Hellman heeft bij akten van 3 juni 2014 en 20 januari 2015 een aantal voorwerpen ter griffie van het hof gedeponeerd. Partijen hebben de zaak ter zitting van 20 januari 2015 doen bepleiten, TMF door mr. Punt voornoemd en kantoorgenoot mr. R.A. Kaatee, en Hellmann door mr. S.T. Dreesman, advocaat te Rotterdam, beide partijen aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Hierna heeft Hellmann een akte na pleidooi genomen. TMF heeft een antwoordakte na pleidooi genomen. Ten slotte is arrest gevraagd. TMF heeft geconcludeerd dat het hof - bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard arrest - het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog haar vorderingen zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten. In het principaal appel heeft Hellmann geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van TMF in haar vorderingen, althans ontzegging van deze vorderingen, met beslissing over de proceskosten. In het voorwaardelijk incidenteel appel - ingesteld onder de voorwaarde dat één of meerdere van de eerste vijf grieven van TMF slagen - heeft Hellmann geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis voor zover het de overwegingen in het bestreden vonnis betreft waartegen de grieven in het incidenteel appel zich richten, met beslissing over de proceskosten. TMF heeft in het voorwaardelijk incidenteel appel geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis op de punten waartegen de incidentele grieven van Hellmann zich richten, met veroordeling van Hellmann in de kosten van het incidenteel appel. Beide partijen hebben een bewijsaanbod gedaan. 2Feiten De rechtbank heeft in het deze zaak gewezen vonnis van 12 februari 2014 onder 2.1 tot en met 2.12 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil, zodat ook het hof ook daarvan zal uitgaan.Aangevuld met feiten die overigens nog zijn komen vast te staan - als enerzijds gesteld en anderzijds niet, althans onvoldoende betwist -, stelt het hof de feiten, voor zover relevant voor de beoordeling van het geschil, als volgt vast. 2.1 TMF (Trading Marketing Finance) is op 1 april 1988 als eenmanszaak gestart en vervolgens is in december 1993 de onderneming overgedragen aan TMF die tot doel heeft de handel in (elektronische) marine- en vliegtuigonderdelen. 2.2 Hellmann houdt zich onder meer bezig met het verzorgen van douane-, expeditie- en transportwerkzaamheden, inklaring, controle, verpakking en op- en overslag van goederen. 2.3 Ten behoeve van TMF heeft Hellmann in het verleden de in- en export van de door TMF per luchtvervoer af te leveren goederen en de eventueel daarmee gepaard gaande douane-, expeditie- en transportwerkzaamheden verzorgd. 2.4 Op basis van een aanbod van Hellmann van 15 december 1993 heeft TMF gebruik gemaakt van een douane-entrepot (opslagruimte) van Hellmann voor de opslag van een partij vliegtuigonderdelen (hierna: de partij vliegtuigonderdelen). De partij is op 21 januari 1994 bij Hellmann op Schiphol aangenomen en vervolgens op 25 januari 1994 opgeslagen in het douane-entrepot van Hellmann te Hoofddorp. 2.5 De partij vliegtuigonderdelen was samengesteld op basis van een overeenkomst ('purchase order') die op 10 september 1993 gesloten was tussen TMF en de Duitse vennootschap AlliedSignal Aerospace GmbH (hierna: AlliedSignal). Op grond van de 'purchase order' garandeerde AlliedSignal aan TMF dat zij gedurende een periode van maximaal twee jaar alle in de ‘purchase order’ opgenomen 83 vliegtuigonderdelen zou afnemen voor de daarin genoemde prijzen. TMF zou de desbetreffende goederen in voorraad houden totdat AlliedSignal alle onderdelen had afgenomen. Als de voorraad na twee jaar nog niet geheel door AlliedSignal zou zijn afgenomen, was TMF gerechtigd het restant in één keer aan AlliedSignal te verkopen. 2.6 In de ‘purchase order’ was de minimale verkoopprijs waarvoor AlliedSignal de onderdelen van TMF zou afnemen per onderdeel vermeld. Het totaalbedrag waarvoor AlliedSignal de onderdelen van TMF zou kopen, beliep in 1993 voor de 83 onderdelen tezamen USD 700.986,--. De waarde van de onderdelen op basis van de in 1993 door de Original Equipment Manufacturer (hierna: OEM) gepubliceerde prijzen (de catalogusprijzen) was circa USD 1.180.000,--, derhalve ongeveer 40% meer dan de prijzen waarvoor AlliedSignal de onderdelen van TMF kon kopen. 2.7 Ter uitvoering van de 'purchase order' heeft TMF, na tussenkomst en met medewerking van AlliedSignal, de aan AlliedSignal te leveren vliegtuigonderdelen tussen 7 oktober 1993 en 13 januari 1994 voor een bedrag van USD 468.158,32 gekocht van Turbo Resources International (hierna: Turbo Resources). 2.8 Een gedeelte van de door TMF van Turbo Resources gekochte partij onderdelen is reeds vóór 21 januari 1994 op grond van de 'purchase order’ aan AlliedSignal doorverkocht. De resterende 79 vliegtuigonderdelen - waarvan de met AlliedSignal overeengekomen minimale verkoopprijs USD 558.107,76 bedroeg - zijn op 25 januari 1994 door Hellmann opgeslagen in het douane-entrepot te Hoofddorp. 2.9 Eind 1995 bleek dat AlliedSignal niet langer bereid haar afnameverplichting uit de ‘purchase order’ na te komen, op basis waarvan zij het restant voor USD 387.210,-- van TMF zou moeten afnemen. TMF heeft vervolgens een procedure tegen AlliedSignal aanhangig gemaakt in Frankfurt (hierna: de Duitse procedure). In de Duitse procedure hebben TMF en AlliedSignal op 14 augustus 1996 een vaststellings-overeenkomst gesloten, inhoudende dat AlliedSignal aan TMF een bedrag van USD 184.739,47 zou betalen en TMF het restant van de vliegtuigonderdelen mocht behouden. 2.10 Nadat TMF op 25 maart 2004 aan Hellmann had verzocht om enkele onderdelen uit het douane-entrepot te verzenden naar de Verenigde Staten, heeft Hellmann bij brieven van 28 april 2004 en 19 mei 2004 aan TMF bericht dat alle opgeslagen vliegtuigonderdelen van TMF per ongeluk op 25 juli 2003 zijn vernietigd. 2.11 TMF heeft een procedure tegen Hellmann aanhangig gemaakt en een verklaring voor recht gevorderd dat Hellmann wanprestatie jegens haar heeft gepleegd en dat Hellmann wordt veroordeeld de dientengevolge door TMF geleden schade te vergoeden. Bij vonnis van 1 november 2006 heeft de rechtbank Amsterdam de vordering van TMF afgewezen wegens verjaring. Het gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 7 juli 2009 dat vonnis vernietigd en voor recht verklaard dat Hellmann jegens TMF toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen geldende opslagovereenkomst door de aan TMF toebehorende goederen te vernietigen en dat Hellmann gehouden is de daaruit voortvloeiende schade, nader op te maken bij staat, aan TMF te vergoeden. De Hoge Raad heeft bij arrest van 28 oktober 2011 het cassatieberoep van Hellmann verworpen 2.12 TMF had in de periode van 21 januari 1994 tot en met 25 juli 2003 slechts een gedeelte van de partij vliegtuigonderdelen verkocht. In 1997 heeft TMF een drietal vliegtuigonderdelen, straalpijpen (‘nozzles’), afkomstig uit de eigen opslag van TMF en voor revisie (‘overhaul’) naar de Verenigde Staten van Amerika getransporteerd, aan de in het douane-entrepot van Hellmann opgeslagen onderdelen toegevoegd. 2.13 In opdracht van Hellmann heeft professor R. Curran (hierna: Curran) de waarde van de vernietigde onderdelen vastgesteld. In zijn rapport van 31 maart 2011 heeft Curran de waarde bepaald op een bedrag tussen de USD 0,-- en USD 100.000,--. 2.14 TMF heeft de vervangingswaarde van de goederen ten tijde van de vernietiging door twee deskundigen laten bepalen. De Value Resource Group (hierna: VRG) heeft in haar rapport van 13 april 2012 die waarde bepaald op USD 1.626.000 (omgerekend € 1.416.746,54). De kosten van het rapport van VRG bedragen in totaal USD 21.088,--. De Collateral Verification (hierna: CV) heeft in haar rapport van 27 juni 2012 de waarde van de vernietigde vliegtuigonderdelen bepaald op USD 1.563.693,92 (omgerekend € 1.362.458,67). De kosten van het rapport van CV bedragen in totaal USD 5.000,--. 3Beoordeling 3.1 In de onderhavige schadestaatprocedure heeft TMF gevorderd dat Hellmann zal worden veroordeeld tot betaling aan haar van een bedrag van € 1.416.746,54, subsidiair € 1.390.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.