beschikking __________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummers: 200.111.658/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 3 februari 2015 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JAVA MANAGEMENT B.V., gevestigd te Almere, VERZOEKSTER, advocaat: mr. K.S. Guldemond, kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SMALL SOCIETY B.V., gevestigd te Almere, VERWEERSTER, advocaat: mr. K.S. Guldemond, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MESA B.V., gevestigd te Emmeloord,
- [belanghebbende sub 2], wonende te Emmeloord, BELANGHEBBENDEN, advocaat: mr. M.P.M. Fruytier, kantoorhoudende te Amsterdam. 1Het verloop van het geding 1.1 Hierna zullen partijen als volgt worden aangeduid: Verzoekster als Java; Verweerster als Small Society; Belanghebbenden als Mesa en [belanghebbende sub 2]. 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer in de eerste plaats naar haar beschikkingen van 16 november 2012, 14 mei 2013, 28 mei 2013 en 29 oktober 2013 in deze zaak en naar het proces verbaal van de zitting van 16 mei
- 1.3 Bij de beschikking van 16 november 2012 heeft de Ondernemingskamer - voor zover hier van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Small Society over de periode vanaf 1 januari 2009 tot 16 augustus 2012, mr. C. Sjenitzer benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen, [belanghebbende sub 2] geschorst als commissaris van Small Society, jhr. drs. L.M. Rutgers van Rozenburg benoemd tot commissaris en beheerder van één aandeel van Java en één aandeel van Mesa in Small Society en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 15.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. 1.4 Het verslag van het door de onderzoeker verrichte onderzoek met bijlagen is op 14 mei 2013 ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. Bij de op die dag gegeven beschikking heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het onderzoeksverslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. 1.5 Bij emailbericht van 17 december 2014 heeft de onderzoeker een specificatie van zijn concept declaratie toegezonden en de Ondernemingskamer verzocht de onderzoekskosten vast te stellen op € 13.233,04 te vermeerderen met 21% BTW ad € 2.778,
- 1.6 Bij emailbericht van 18 december 2014 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld om zich over de ingediende declaratie van de onderzoeker uit te laten. 1.7 Bij emailbericht van 30 december 2014 heeft mr. Guldemond namens Java en Small Society de Ondernemingskamer bericht dat hij geen opmerkingen heeft over de specificatie. Mr. Guldemond heeft zich wel op het standpunt gesteld dat het (te) lang heeft geduurd voordat er een concept rapport voorlag, de onderzoeker regelmatig toezeggingen niet is nagekomen, de onderzoeker regelmatig en langdurig slecht bereikbaar was en de onderzoeker te weinig ruimte heeft geboden aan een toelichting door partijen zelf. Volgens mr. Guldemond zijn mede door het lang uitblijven van het (concept) onderzoeksrapport en de onzekerheid over het tijdstip en de afronding, de verhoudingen in de onderneming verder geëscaleerd. Mr. Guldemond heeft de Ondernemingskamer daarom verzocht de vergoeding voor de door de onderzoeker verrichte werkzaamheden te beperken tot maximaal € 10.000,-. 1.8 Mr. Fruytier heeft bij emailbericht van 5 januari 2015 de Ondernemingskamer bericht dat de specificatie van de door de onderzoeker bestede tijd geen aanleiding geeft tot opmerkingen. 2De gronden van de beslissing De door Java en Small Society opgeworpen bezwaren richten zich tegen de werkwijze van de onderzoeker en hebben geen betrekking op de aard en de omvang van de door de onderzoeker verrichte werkzaamheden. Er zijn voorts geen andere bezwaren aangevoerd. De door de onderzoeker verzochte vergoeding ad. € 13.233,04 (exclusief BTW) overschrijdt het vastgestelde budget niet. De vergoeding komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal daarom de vergoeding van de onderzoeker – overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW - bepalen als te vermelden. 3De beslissing De Ondernemingskamer: bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 13.233,04 (exclusief BTW); verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, E.R. Bunt en drs. P. Baart, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink-Schenau, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 3 februari 2015.