← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2015:2986

beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF TE AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer : 200.130.544/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 16 juli 2015 inzake [A] , wonende te [....] , VERZOEKER, advocaten: mrs. J.D. Kleyn en C. La Lau, kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PHOENICIA HOTEL (HOLDING) B.V., gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER, advocaten: mr. M.A.M.J. Stücken, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n [B] , wonende te [....] , BELANGHEBBENDE, niet verschenen. 1Het verloop van het geding 1.1 Partijen zullen hierna respectievelijk [A] , Phoenicia en [B] worden genoemd. 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 30 juli, 23 september, 25 september 2013, 19 januari 2015 en 1 juni 2015. 1.3 Bij beschikking van 23 september 2013 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Phoenicia over de periode vanaf 1 juni 2012, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 20.000 (de verschuldigde omzetbelasting daaronder niet begrepen) en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Bij beschikking van 25 september 2013 heeft de Ondernemingskamer mr. P.R.W. Schaink aangewezen als onderzoeker in deze zaak. Bij beschikking van 19 januari 2015 heeft de Ondernemingskamer, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, mr. J.G. Molenaar te Amsterdam tot bestuurder van Phoenicia Hotel (Holding) B.V. benoemd. 1.4 Bij beschikking van 1 juni 2015 heeft de Ondernemingskamer het bedrag verhoogd dat het bij beschikking van 23 september 2013 bevolen onderzoek ten hoogste mag kosten tot € 38.220, de verschuldigde omzetbelasting daaronder niet begrepen en bepaald dat Phoenicia ten genoege van de onderzoeker aanvullende zekerheid dient te stellen voor de betaling van het bedrag van € 22.246 (de verschuldigde omzetbelasting daaronder begrepen). 1.5 Bij op 15 juli 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen brief, heeft de onderzoeker het verslag van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. De griffier heeft het verslag heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. 2De gronden van de beslissing 2.1 De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag van het onderzoek. Lettend op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. 2.2 De Ondernemingskamer zal overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:350 lid 3 BW uitdrukkelijk de vergoeding van de onderzoeker bepalen. Daartoe zal de Ondernemingskamer de onderzoeker verzoeken een overzicht van zijn salaris en kosten met betrekking tot zijn onderzoek in het geding te brengen, waarna partijen in de gelegenheid zullen worden gesteld zich over de declaratie van de onderzoeker uit te laten. 3De beslissing De Ondernemingskamer: bepaalt dat het verslag van het bij beschikking van 23 september 2013 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Phoenicia Hotel (Holding) B.V. ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden; stelt de onderzoeker in de gelegenheid een overzicht zoals bedoel in 2.2 in het geding te brengen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. J. den Boer en mr. A.C. Faber, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. J. van den Belt, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 16 juli 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.