← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2015:3463

beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.158.426/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 26 augustus 2015 inzake [A] , wonende te Amstelveen, VERZOEKER, advocaat: mr. E.F. Renes, kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid H.R.C. HOLDING B.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER, advocaat: voorheen mr. J. van Embden, kantoorhoudende te Amstelveen, thans zonder advocaat. 1Het verloop van het geding 1.1 Verzoeker wordt hierna (ook) aangeduid als [A] en verweerster als H.R.C. Holding. 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 25 november 2014, 3 december 2014, 25 maart 2015, 24 juli 2015 en 6 augustus 2015 in deze zaak. 1.3 Bij de beschikking van 25 november 2014 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van H.R.C. Holding bevolen. Bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding heeft de Ondernemingskamer in deze beschikking [B] (hierna: [B] ) als bestuurder van H.R.C. Holding geschorst, mr. O.J. Smit (hierna Smit te noemen) benoemd tot bestuurder van H.R.C. Holding en bepaald dat de aandelen in H.R.C. Holding, minus één aandeel van [A] en één aandeel van [B] , ten titel van beheer aan Smit zijn overgedragen. Bij beschikking van 3 december 2015 is mr. E. Hammerstein aangewezen als onderzoeker. 1.4 [B] is op 5 mei 2015 overleden. 1.5 Bij de beschikking van 24 juli 2015 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het op die dag neergelegde verslag van de onderzoeker ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. 1.6 Smit heeft bij e-mail van 18 augustus 2015 de Ondernemingskamer verzocht hem te ontheffen uit zijn functie van bestuurder en beheerder van aandelen van H.R.C. Holding. 1.7 De advocaat van [A] , mr. Renes, heeft bij e-mail van 20 augustus 2015 de secretaris van de Ondernemingskamer (desgevraagd) bericht het verzoek van Smit te ondersteunen en – naar de Ondernemingskamer begrijpt – verzocht om de eerder getroffen onmiddellijke voorzieningen op te heffen. 2De gronden van de beslissing 2.1 Smit heeft aan zijn ontheffingsverzoek ten grondslag gelegd “dat de aandelen door vererving 100% in handen zijn van [ [A] ], zodat de grondslag van het conflict is weggevallen”. 2.2 Nu Smit heeft verzocht uit zijn functie van bestuurder en beheerder van aandelen te worden ontheven, [A] dit verzoek ondersteunt en heeft verzocht de bij beschikking van 25 november 2014 getroffen voorzieningen op te heffen, en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich verzet tegen deze verzoeken, zal de Ondernemingskamer deze verzoeken inwilligen, een en ander met ingang van heden. 3De beslissing De Ondernemingskamer: heft met ingang van heden de bij haar beschikking van 25 november 2014 getroffen onmiddellijke voorzieningen op; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.M.M. Tillema raadsheren, en E.R. Bunt en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 26 augustus 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.