GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.159.888/01 zaaknummer van te herroepen arrest : 200.007.316/01 zaak-/rolnummer rechtbank Haarlem : 135788 / HA ZA 07-707 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 oktober 2015 inzake [appellant] , volgens de appeldagvaarding wonend in [woonplaats] [in land] , appellant in de hoofdzaak tot herroeping, verweerder in het incident, advocaat: mr. J.F.A. de Voldere te Amsterdam, tegen 1 [geïntimeerde sub 1] , wonend te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
- [geïntimeerde sub 2], wonend te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
- [geïntimeerde sub 3], wonend te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
- [geïntimeerde sub 4], wonend te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , geïntimeerden in de hoofdzaak tot herroeping, eisers in het incident, advocaat: mr. J. Koekkoek te Haarlem. Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerden] genoemd. 1Het geding tot herroeping Op 16 juni 2015 heeft het hof een tussenarrest (in een incident ex artikel 224 Rv) gewezen, waarnaar het hof verwijst. Daarna heeft [appellant] een akte genomen als bedoeld in r.o. 2.6 van het tussenarrest. Vervolgens is wederom arrest gevraagd in het incident. 2Verdere beoordeling In het incident 2.
- [appellant] maakt onder meer bezwaar tegen het toekennen van bewijskracht aan stukken waaruit (oncontroleerbaar) door [geïntimeerden] wordt geciteerd en welke stukken hij niet kent. Doordat er delen uit de desbetreffende stukken worden geciteerd, is volgens [appellant] niet duidelijk wat de precieze strekking is van de stellingen van [geïntimeerden] of waartegen hij zich zou moeten verweren. [appellant] heeft aangevoerd dat stukken waarop een beroep wordt gedaan direct in het geding dienen te worden gebracht (daartoe bestaat een verplichting ex artikel 85 Rv). Gelet hierop heeft [appellant] zich op het standpunt gesteld dat hij in zijn verdediging is geschaad en dat de desbetreffende stukken buiten beschouwing moeten worden gelaten. 2.
- Omdat het hof daarvan, gelet op voormeld verweer van [appellant] , wenst kennis te nemen, zal het bepalen dat [geïntimeerden] de in hun akte uitlating producties onder punt 6 en 7 vermelde processen-verbaal, waaruit delen worden geciteerd, overleggen. 2.
- Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 3Beslissing Het hof: in het incident: verwijst de zaak naar de rol van 20 oktober 2015 opdat [geïntimeerden] de hiervoor onder 2.2 aangegeven stukken in het geding brengen; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en C.C. Meijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2015.