← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2015:4137

beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.170.745/01 GDW nummer eerste aanleg : 425.2012 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 6 oktober 2015 inzake [appellant] , wonend te [plaats] , appellant, tegen [geïntimeerde] , [geïntimeerde] en [geïntimeerde] , respectievelijk toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [plaats] , toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [plaats] en toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [plaats] , geïntimeerden, gemachtigde: mr. O.M. Jans. 1Het geding in hoger beroep 1.

  1. Appellant (hierna: klager) heeft op 2 juni 2015 een beroepschrift – met een bijlage – bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beschikking van de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) als bedoeld in artikel 39 lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet (hierna: Gdw) van 24 augustus
  2. 1.
  3. De voorzitter van de kamer heeft in de bestreden beschikking de klacht van klager tegen geïntimeerden (hierna: de gerechtsdeurwaarders) als kennelijk ongegrond afgewezen. 1.
  4. De gerechtsdeurwaarders hebben op 22 juni 2015 een verweerschrift bij het hof ingediend. 1.
  5. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 4 september
  6. Klager en de gerechtsdeurwaarders zijn, met voorafgaande berichtgeving, niet verschenen. 2Stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3De ontvankelijkheid van klager in het hoger beroep 3.
  7. Klager heeft bij brief van 18 mei 2012 bij de kamer een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarders. De voorzitter van de kamer heeft bij beschikking van 24 augustus 2012 de klacht van klager afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen die beschikking is klager nu in hoger beroep gekomen. 3.
  8. Ingevolge artikel 39 lid 2 Gdw kan tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer tot afwijzing van een klacht binnen veertien dagen na de dag van verzending van de kennisgeving schriftelijk verzet worden gedaan bij de kamer. Tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer staat geen ander rechtsmiddel open. 3.
  9. Op grond van het bovenstaande moet worden geoordeeld dat klager niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep. 3.
  10. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing. 4Beslissing Het hof: - verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer van 24 augustus
  11. Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2015 door de rolraadsheer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.