GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummers : 200.159.027/01 KG en 200.159.031/01 KG zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/573557 / HA ZA 14/1258 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 februari 2015 inzake zaaknummer 200.159.027/01: de stichting STICHTING GREENPEACE NEDERLAND, gevestigd te Amsterdam, appellante in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. R. Hörchner te Breda, tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht BLUEWARD SHIPPING COMPANY LTD, gevestigd te Limassol, Cyprus, geïntimeerde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam, zaaknummer 200.159.031/01: 1de stichting STICHTING IRIS, 2. de stichting STICHTING PHOENIX, beide gevestigd te Amsterdam, appellanten in de hoofdzaak, verweersters in het incident, advocaat: mr. E.L.F. de Meijer te Amsterdam, tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht BLUEWARD SHIPPING COMPANY LTD, gevestigd te Limassol, Cyprus, geïntimeerde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam. Partijen worden hierna Greenpeace, Blueward en Iris c.s. genoemd. 1Het geding in hoger beroep zaaknummer 200.159.027/01 KG: Greenpeace is bij dagvaarding van 31 oktober 2014 in hoger beroep gekomen van het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 4 oktober 2014 dat onder bovengenoemde zaak-/rolnummer is gewezen tussen Blueward als eiseres en Greenpeace, Iris c.s. en Stichting Greenpeace Council als gedaagden. Op de eerstdienende dag heeft Greenpeace overeenkomstig voormeld exploot negen grieven aangevoerd, producties overgelegd en geconcludeerd als aan het slot van de appeldagvaarding vermeld. Het verzoek van Greenpeace om de zaak als spoedkortgeding te behandelen is afgewezen. Bij memorie van antwoord heeft Blueward verweer gevoerd in de hoofdzaak, producties overgelegd en geconcludeerd als aan het slot van die memorie vermeld. Blueward heeft daarbij tevens op de voet van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voeging gevorderd van de onderhavige zaken. Greenpeace heeft bij memorie van antwoord in het incident meegedeeld zich niet tegen de gevorderde voeging te verzetten. Vervolgens is arrest gevraagd in het incident. zaaknummer 200.159.031/01 KG: Iris c.s. zijn bij dagvaarding van 31 oktober 2014 eveneens in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam. Op de eerstdienende dag hebben Iris c.s. overeenkomstig voormeld exploot vier grieven aangevoerd, producties overgelegd en geconcludeerd als aan het slot van de appeldagvaarding vermeld. Het verzoek van Iris c.s. om de zaak als spoedkortgeding te behandelen is afgewezen. Bij memorie van antwoord heeft Blueward verweer gevoerd in de hoofdzaak, producties overgelegd en geconcludeerd als aan het slot van die memorie vermeld. Blueward heeft daarbij tevens op de voet van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voeging gevorderd van de onderhavige zaken. Iris c.s. hebben bij memorie van antwoord in het incident zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Vervolgens is arrest gevraagd in het incident. 2Beoordeling in de incidenten tot voeging 2.1 Blueward heeft voeging gevorderd op de grond dat de beide zaken verknocht zijn. Greenpeace verzet zich niet tegen de gevorderde voeging. Iris c.s. hebben zich ten aanzien van de incidentele vordering tot voeging gerefereerd aan het oordeel van het hof. 2.2 Uit hetgeen Blueward heeft aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv wordt voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd. 2.3 De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaken zullen naar de rol worden verwezen voor beraad partijen. 3Beslissing Het hof: in de incidenten tot voeging: voegt de zaak met zaaknummer 200.159.027/01 KG met de zaak met zaaknummer 200.159.031/01 KG; houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaken; in de hoofdzaak met zaaknummer 200.159.027/01 KG: verwijst de zaak naar de rol van 3 maart 2015 voor beraad partijen; houdt iedere verdere beslissing aan; in de hoofdzaak met zaaknummer 200.159.031/01 KG: verwijst de zaak naar de rol van 3 maart 2015 voor beraad partijen; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en C.C. Meijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2015.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.