rekestnummer: 000054-15 parketnummer: 23-003953-08 Op 6 oktober 2011 is ter griffie van dit hof ingekomen een klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klager]., gevestigd te Singapore, te dezer zake domicilie kiezende ten kantore van haar advocaat, mr. J. Kuijper, advocaat te (Willemsparkweg 63, 1071 GS) Amsterdam, thans Amstel 326 (1017 AR) Amsterdam. 1Inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt zich tot het verzoek tot teruggave aan klager van het in klaagschrift genoemde, onder de verdachte [verdachte], inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van € 350.000,00 (hierna en verder: het geldbedrag). 2Procesgang Op 20 maart 2008 is te Schiphol het geldbedrag onder voornoemde verdachte in beslag genomen. De verdachte [verdachte] heeft medegedeeld afstand te doen van het geldbedrag. De rechtbank te Amsterdam heeft op 18 juli 2008 vonnis gewezen in de hoofdzaak (parketnummer 15-800543-08) en het geldbedrag verbeurd verklaard. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennis genomen van de relevante stukken in de strafzaak onder bovengenoemd rekest- en parketnummer en heeft de advocaat-generaal op 6 november 2015 ter gelegenheid van de openbare behandeling van het klaagschrift in raadkamer gehoord. Bij de openbare behandeling was eveneens verschenen mr. J Kujper, advocaat te Amsterdam, die desgevraagd aangaf dat zij zich niet meer door de klaagster gemachtigd acht om haar als advocaat bij te staan. De klaagster -hoewel behoorlijk opgeroepen- is niet verschenen. De klaagster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij redelijkerwijs kan worden aangemerkt als eigenaar van het geldbedrag, dat het geldbedrag aan haar toebehoort en dat er geen strafvorderlijk belang is dat zich tegen teruggave verzet. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot ongegrond verklaring van het klaagschrift. 3Beoordeling Het klaagschrift is tijdig namens klaagster ingediend. De vraag die bij de beoordeling van het beklag, dient te worden beantwoord is of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het geldbedrag zal verbeurd verklaren dan wel dit zal onttrekken aan het verkeer. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. Gelet op de heden in de strafzaak tegen de verdachte [verdachte] (parketnummer 23-003953-08) door het hof genomen (nog niet onherroepelijk geworden) beslissing ten aanzien van het geldbedrag, te weten verbeurdverklaring, verzet het belang van strafvordering zich tegen teruggave van het beslag. Het beklag zal daarom om die reden ongegrond worden verklaard. 4Beslissing Het hof: Verklaart het beklag ongegrond. Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan klager. Deze beschikking is gewezen door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. E.N. van der Spoel, en mr. M.W. Groenendijk, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 november 2015. Mr. F.M.D. Aardema is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.