← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2015:5013

beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.167.353/01 GDW nummer eerste aanleg : 671.2014 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 1 december 2015 inzake [naam] , wonend te [plaats] , appellant, tegen [naam] , gerechtsdeurwaarder te [plaats] , geïntimeerde, gemachtigde: mr. [naam] , toegevoegd-kandidaat gerechtsdeurwaarder te [plaats] . 1Het geding in hoger beroep 1.

  1. Appellant (hierna: klager) heeft op 10 februari 2015 een beroepschrift - met bijlage - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 19 december 2014 (ECLI:NL:TGDKG:2014:228). 1.
  2. De kamer heeft in de bestreden beslissing het verzet van klager tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer van 2 september 2014, waarbij de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de gerechtsdeurwaarder) als kennelijk ongegrond was afgewezen, ongegrond verklaard. 1.
  3. Op 14 april 2015 heeft het hof een aanvullend beroepschrift met bijlagen ontvangen. 1.
  4. De gerechtsdeurwaarder heeft op 29 mei 2015 een verweerschrift bij het hof ingediend. 1.
  5. De zaak is, voor zover het betreft de ontvankelijkheid van klager in zijn hoger beroep, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 29 oktober
  6. Klager is verschenen en heeft het woord gevoerd. De gerechtsdeurwaarder heeft schriftelijk te kennen gegeven niet te zullen verschijnen. 2Stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3Ontvankelijkheid van klager in het hoger beroep 3.
  7. Klager heeft bij brief van 9 februari 2014 bij de kamer een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder heeft verweer gevoerd, dat bij de kamer is ingekomen op 26 maart
  8. De voorzitter heeft bij beschikking van 2 september 2014 de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Tegen die beschikking heeft klager bij verzetschrift van 5 september 2014, ontvangen door de kamer op 18 september 2014, verzet ingesteld bij de kamer. Het verzetschrift is behandeld op de terechtzitting van 7 november
  9. Vervolgens heeft de kamer bij beslissing van 19 december 2014 het verzet ongegrond verklaard. 3.
  10. Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet (hierna: Gdw) bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Dat is ook vermeld onder de beslissing waarvan beroep. Van het in voormeld wetsartikel opgenomen rechtsmiddelenverbod kan worden afgeweken, indien is gebleken van schending van fundamentele beginselen van procesorde dan wel van andere gronden die een doorbreking van het appelverbod rechtvaardigen. 3.
  11. Klager stelt in zijn aanvullend beroepschrift dat de kamer partijdig heeft gehandeld en haar beslissing onvoldoende heeft gemotiveerd. Ter zitting in hoger beroep heeft klager dit standpunt gehandhaafd. 3.
  12. De gerechtsdeurwaarder is van mening dat klager niet kan worden ontvangen in zijn hoger beroep. Klager heeft geen, althans onvoldoende onderbouwde gronden aangevoerd op grond waarvan voormeld rechtsmiddelenverbod dient te worden doorbroken. Bovendien is klager – gelet op artikel 45 lid 1 Gdw – te laat met indiening van zijn beroepschrift, aldus de gerechtsdeurwaarder. 3.
  13. Het hof is van oordeel dat uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting nog door klager is aangevoerd niet is gebleken dat de kamer partijdig heeft gehandeld. De motivering van de beslissing voldoet voorts aan de daaraan te stellen minimumeisen. Doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van artikel 39 lid 4 Gdw is dan ook niet aan de orde. Dit leidt ertoe dat klager niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep. 3.
  14. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 4Beslissing Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 19 december
  15. Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, A.M.A. Verscheure en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2015 door de rolraadsheer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.