GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.111.500/01 zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : 495663 / HA ZA 11-2228 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 december 2015 inzake [appellante] , wonend te [woonplaats] , appellante, advocaat: mr. R.H. Kroes te Amsterdam, tegen de naamloze vennootschap SCHRETLEN & CO N.V., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde, advocaat: mr. F.R.H. van der Leeuw te Amsterdam. 1Het geding in hoger beroep In deze zaak heeft het hof op 23 december 2014 een tweede tussenarrest (hierna: het tweede tussenarrest) uitgesproken, waarnaar voor het verloop van het geding tot dat moment wordt verwezen. Ter uitvoering van het tweede tussenarrest heeft de deskundige een deskundigenbericht d.d. 21 maart 2015 (hierna: het deskundigenbericht) uitgebracht. Partijen hebben daarna ieder ( [appellante] eerst) een memorie na deskundigenbericht ingediend. Vervolgens is opnieuw arrest gevraagd. 2De verdere beoordeling 2.1 In het tweede tussenarrest heeft het hof de volgende vraagstelling aan de deskundige geformuleerd: Is de samenstelling van de portefeuille en het gevoerde beleggingsbeleid gedurende de relatie van vermogensbeheer, naar de destijds bekende kennis en verwachtingen omtrent de financiële markten en uitgaande van een beleggingshorizon van tenminste vijf jaar, geschikt voor het realiseren van een cashflow van 4% per jaar voor het genereren van inkomen en vermogensbehoud, uitgaande van een in beheer gegeven vermogen van € 1.723.319,96. 2.2 In het deskundigenbericht heeft de deskundige deze vraag als volgt beantwoord: De samenstelling van de effecten binnen de categorie vastrentende waarden in de effectenportefeuille en het binnen deze categorie gevoerde beleggingsbeleid was gedurende de relatie van vermogensbeheer, naar de destijds bekende kennis en verwachtingen omtrent de financiële marktenen uitgaande van een beleggingshorizon van tenminste vijf jaar, niet geschikt voor het realiseren van een cashflow van 4% per jaar voor het genereren van inkomen en vermogensbehoud, uitgaande van een in beheer gegeven vermogen van € 1.723.319,96. Met name is de portefeuille ongeschikt gebleken om het vermogen, gecorrigeerd voor toevoegingen en onttrekkingen, te behouden. De gerealiseerde rendementen vallen door een overmaat aan vastrentende waarden met een perpetuele looptijd en de opname van een te groot aantal vastrentende waarden met een risicokarakter dat niet onder doet voor dat van zakelijke waarden niet binnen de bandbreedte aan rendementen passend bij het portefeuille profiel Vastrentend Gemengd. Deze portefeuille kende door de gekozen invulling van de categorie vastrentende waarden niet de op één na laagste risicomaatstaf, maar een risicomaatstaf die hoort bij een portefeuille profiel met een veel hoger percentage aandelen (zakelijke waarden). 2.3 De deskundige heeft het antwoord op de vraag verkregen door een aantal (sub)vragen te doorlopen (zie pag. 4 van het deskundigenbericht). Dit betreft blijkens het deskundigenbericht onder meer de volgende (sub)vragen: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.