parketnummer: 23-001454-13 datum uitspraak: 4 februari 2015 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsvrouw) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 maart 2013 in de strafzaak onder parketnummer 15-108120-11 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 februari 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van het standpunt van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep Het hof overweegt als volgt. De verdachte is niet op de terechtzitting in hoger beroep verschenen. Hij staat in Nederland niet in de Gemeentelijke Basisadministratie ingeschreven. Wel blijkt dat hij staat ingeschreven op het in de kop van dit arrest vermelde adres in de [land]. Uit de stukken uit het procesdossier kan hoogstens worden afgeleid dat de dagvaarding voor de terechtzitting ter verdere doorgeleiding is aangeboden aan de Afdeling Internationale Rechtshulp in Strafzaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, maar niet is gebleken dat het stuk daadwerkelijk ter betekening aan de autoriteiten van de [land] is aangeboden. De opvatting van de advocaat-generaal dat een oproeping voor een terechtzitting rechtsgeldig is betekend door de loutere aanbieding van dit stuk aan genoemde Afdeling vindt geen steun in het recht. Om te kunnen beoordelen of er voldoende invulling is gegeven aan de waarborgen die artikel 588, tweede lid, Sv aan de geadresseerde biedt, wenst het hof op zijn minst kennis te nemen van een bericht van versturing van de dagvaarding door de Afdeling Internationale Rechtshulp van het Ministerie van Veiligheid en Justitie aan de buitenlandse autoriteit of instantie en van informatie waaruit blijkt dat het stuk door deze aan de verdachte is doorgeleid. Nu evenmin is gebleken dat de dagvaarding per reguliere post is verzonden naar het adres in dat land waar de verdachte staat ingeschreven – op de akte staat bij hetgeen daarover is opgemerkt de aanduiding “Rechtshulp” vermeld – is de dagvaarding gelet op het bepaalde in artikel 588, tweede lid, Sv niet op de wet voorgeschreven wijze betekend. De dagvaarding in hoger beroep dient op grond daarvan nietig te worden verklaard. Beslissing Het hof: Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. E.N. van der Spoel en mr. J.J.I. de Jong, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 februari 2015.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.