13/995006-14 GERECHTSHOF AMSTERDAM, MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1962, wonende te [adres], thans verblijvende in het huis van bewaring Nieuwegein te Nieuwegein, tegen de beslissing van de rechtbank te Amsterdam van 11 februari 2015, voor zover houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte. De feiten en de rechtsgang Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 13 februari 2015, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank. Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. T.C. Heijmerink, kantoorgenoot van mr. N. van Schaik. De beoordeling Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en de gronden waarop deze berust. Het hof overweegt dat er ernstige bezwaren zijn dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie die zich bezig houdt met de invoer van grote hoeveelheden cocaïne. Mede gelet op deze verdenking is het hof van oordeel dat er ook nu nog sprake is van een geschokte rechtsorde, in die zin dat aannemelijk is dat de vrijlating van de verdachte een zodanig publiek onbehagen teweeg zal brengen dat dit zou leiden tot maatschappelijke onrust. Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek moet worden afgewezen. Het hof overweegt dat het persoonlijke belang van de verdachte niet opweegt tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die in het bevel tot zijn gevangenhouding zijn aangewezen. De medische situatie van de vrouw van de verdachte acht het hof onvoldoende zwaarwegend gezien de ernst van de verdenking en mede gelet op feit dat onvoldoende is gebleken dat uitsluitend de verdachte zijn vrouw zou kunnen verzorgen. 13995006-14 De beslissing Het hof: WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen. WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Deze beschikking is gegeven op 11 maart 2015 in raadkamer van dit hof door mr. D. Radder, voorzitter, mrs. M.J.G.B. Heutink en F.W. van Lottum, raadsheren, in tegenwoordigheid van K.D.M. de Lange als griffier. De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte. Amsterdam, 11 maart 2015, de advocaat-generaal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.