← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2015:636

beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.155.291/01 NOT nummer eerste aanleg : AL/2013/103 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 24 februari 2015 inzake [appellante], wonend te [plaats], gemeente [gemeente], appellante, tegen [geïntimeerde], notaris te [plaats], gemeente [gemeente], geïntimeerde. 1Het geding in hoger beroep 1.

  1. Appellante (hierna: klaagster) heeft op 4 september 2014 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 1 juli 2014 (ECLI:NL:TNORARL:2014:41). De kamer heeft in de bestreden beslissing klaagster in haar klacht tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) op twee onderdelen niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. 1.
  2. Klaagster heeft een aanvullend beroepschrift bij het hof ingediend. 1.
  3. De notaris heeft een brief en een verweerschrift bij het hof ingediend. 1.
  4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 22 januari
  5. De notaris is verschenen en heeft het woord gevoerd. Klaagster is - hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen - zonder bericht van verhindering niet verschenen. 2De stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3De ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep 3.
  6. Aan klaagster is een afschrift van de beslissing van de kamer van 1 juli 2014 als bijlage bij een aangetekende brief van het secretariaat van de kamer van 1 juli 2014 toegestuurd. 3.
  7. Ingevolge artikel 107 lid 1 van de Wet op het notarisambt diende het hoger beroep binnen dertig dagen na de dag van verzending van de onder 3.
  8. bedoelde brief te zijn ingesteld. De beroepstermijn eindigde dus op vrijdag 1 augustus
  9. Nu het beroepschrift van klaagster, waarin zij te kennen geeft zich niet met de uitspraak van de kamer te kunnen verenigen, op 4 september 2014 bij het hof is ingekomen, is dit niet tijdig geschied. 3.
  10. Op het uitgangspunt dat in het belang van een goede rechtspleging duidelijkheid moet bestaan over het tijdstip waarop een termijn voor het aanwenden van een rechtsmiddel aanvangt en eindigt, en dat aan rechtsmiddeltermijnen strikt de hand moet worden gehouden, kan slechts onder bijzondere omstandigheden een uitzondering worden gemaakt. Het is aan klaagster om bijzondere omstandigheden aan te voeren op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten. De enkele, niet onderbouwde stelling van klaagster dat zij de beslissing van de kamer pas op 5 augustus 2014 heeft ontvangen, welke stelling overigens door de notaris gemotiveerd en onderbouwd is betwist, is onvoldoende om vorenbedoelde omstandigheden aan te nemen. Er bestaat dan ook geen aanleiding de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. 3.
  11. Op grond van het bovenstaande moet worden geoordeeld dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep. 3.
  12. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing. 4De beslissing Het hof: - verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 1 juli
  13. Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, J. Blokland en M. Bijkerk en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2015 door de rolraadsheer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.