← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2016:1337

beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.149.592/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 7 april 2016 inzake [A] , wonende te [....] , VERZOEKSTER, advocaten: mr. M.W.E. Evers en mr. S.M.A.M. Timmermans, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MENTAVITALIS B.V., gevestigd te Maarn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, VERWEERSTER, niet verschenen, e n t e g e n [B] , wonende te [....] , BELANGHEBBENDE, advocaat: voorheen mr. W.A.J. Hagen, kantoorhoudende te Arnhem, thans mr. Th.H.A. Teeuwen, kantoorhoudende te Tiel. 1Het verloop van het geding 1.1 Verzoekster, verweerster en belanghebbende worden hierna respectievelijk aangeduid als [A] , MentaVitalis en [B] . 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen van 23 oktober en 27 oktober 2014. 1.3 Bij de beschikking van 23 oktober 2014 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van MentaVitalis over de periode vanaf 1 oktober 2008, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – [B] geschorst als commissaris van MentaVitalis en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot commissaris van MentaVitalis. Bij de beschikking van 27 oktober 2014 zijn mr. J.H. van Woudenberg te Amsterdam (hierna: Van Woudenberg) en mr. H.F. Doeleman te Amsterdam (hierna: Doeleman) aangewezen als respectievelijk onderzoeker en commissaris zoals bedoeld in voormelde beschikking. 1.4 Mr. Evers voornoemd heeft bij brief van 10 maart 2016 namens [A] verzocht de zaak te beëindigen nu partijen een minnelijke regeling hebben getroffen die aan hun geschillen een einde heeft gemaakt. 1.5 Doeleman heeft bij e-mailbericht van 10 maart 2016 bevestigd dat tussen partijen een minnelijke regeling is getroffen en gemeld dat zijn declaraties zijn voldaan dan wel zullen worden voldaan en dat hij instemt met beëindiging van de zaak. 1.6 Van Woudenberg heeft bij e-mailbericht van 11 maart 2016 gemeld dat ook haar declaraties zijn voldaan en dat er nog een laatste bedrag door verrekening zal worden betaald. 1.7 Mr. Teeuwen voornoemd heeft bij brief van 24 maart 2016 onder verwijzing naar de in 1.4 genoemde brief van mr. Evers, gemeld dat onderhavige zaak kan worden doorgehaald. 2De gronden van de beslissing Nu partijen een minnelijke regeling hebben getroffen en partijen eenparig een verzoek hebben gedaan dat strekt tot beëindiging van het bevolen onderzoek en tot opheffing van de onmiddellijke voorzieningen, en voldoende naar voren is gekomen dat Doeleman en Van Woudenberg daarmee instemmen, zal de Ondernemingskamer dienovereenkomstig beslissen. 3De beslissing De Ondernemingskamer: beëindigt, met ingang van heden, het bij beschikking van 23 oktober 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van MentaVitalis B.V., gevestigd te Maarn; heft op, met ingang van heden, de bij beschikking van 23 oktober 2014 getroffen onmiddellijke voorzieningen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en dr. P.M. Verboom en mr. drs. B.M. Prins RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 7 april 2016.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.