← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2016:1445

beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF TE AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer : 200.158.224/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 11 april 2016 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GREEN EQUITY INVESTMENTS B.V., gevestigd te Amsterdam, VERZOEKSTER, advocaat: mr. G.C. Vergouwen en mr. E. Baghery, kantoorhoudende te Eindhoven, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EKOPON B.V., gevestigd te Den Bosch, VERWEERSTER, niet verschenen, e n t e g e n

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X-MARKT B.V. gevestigd te Amsterdam,
  2. [A], wonende te [....] , advocaat: mr. S.C. Krekel, kantoorhoudende te Leiden,
  3. R.F.W. VAN SEUMEREN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Ekopon B.V., advocaat: mr. P.A. van der Schee, kantoorhoudende te Breda, BELANGHEBBENDEN. 1Het verloop van het geding 1.1 In het vervolg zal verweerster wederom Ekopon worden genoemd. 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 2 en 3 april 2015 en 24 maart 2016 in deze zaak. 1.3 Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Ekopon en mr. M. Drop (hierna: de onderzoeker) als onderzoeker benoemd. 1.4 Bij brief van 23 maart 2016 (ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 24 maart 2016) heeft de onderzoeker het verslag van het onderzoek met de daarbij behorende bijlagen doen toekomen. Bij die brief heeft de onderzoeker een specificatie van de ten behoeve van het onderzoek verrichte werkzaamheden gevoegd en bericht dat hij voor deze werkzaamheden in totaal een bedrag van € 20.000 (exclusief btw) in rekening heeft gebracht. 1.5 Bij de beschikking van 24 maart 2016 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het verslag van de onderzoeker met de bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikking partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vergoeding van de onderzoeker. 1.6 Zowel mr. Baghery als mr. Krekel hebben op 5 april 2016 de Ondernemingskamer bericht in te kunnen stemmen met vaststelling van de vergoeding van de onderzoeker op € 20.
  4. 2De gronden van de beslissing De in rekening gebrachte vergoeding overschrijdt het vastgestelde budget niet. Partijen stemmen in met de vergoeding en hebben geen bezwaren aangevoerd. De vergoeding komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal daarom de vergoeding van de onderzoeker - overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW - bepalen als hierna te vermelden. 3De beslissing De Ondernemingskamer: bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 20.000, de verschuldigde omzetbelasting daaronder niet begrepen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en H. de Munnik en drs. M.A. Scheltema, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en door mr. M.M.M. Tillema in het openbaar uitgesproken op 11 april 2016.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.