← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2016:2002

GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.153.598/01 zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/498050 HA ZA 11-2385 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 24 mei 2016 inzake [appellant] , wonend te [woonplaats 1] , appellant in het principale beroep, geïntimeerde in het incidentele beroep, advocaat: mr. L. Cohen te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , wonend te [woonplaats 2] , geïntimeerde in het principale beroep, appellante in het incidentele beroep, advocaat: mr. J.C. Daniëls te Amsterdam. Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd. 1Het geding in hoger beroep Het hof heeft in deze zaak op 22 december 2015 een arrest uitgesproken. Bij brief van 18 maart 2016 heeft mr. Daniëls voornoemd zich namens [geïntimeerde] op het standpunt gesteld – naar het hof begrijpt – dat het hof heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde en aanvulling van het arrest op dit punt verzocht. Bij faxbericht van 4 april 2016 heeft mr. Cohen voornoemd namens [appellant] bezwaar gemaakt tegen aanvulling van het arrest. 2De beoordeling 2.

  1. Het hof heeft in het dictum van zijn arrest van 22 december 2015 onder meer de vonnissen waarvan beroep vernietigd voor zover daarbij de vordering [appellant] te veroordelen geluiddempende minerale wol van 150 mm tussen de balken onder de dekvloer aan te (doen) brengen is afgewezen, en, opnieuw recht doende, [appellant] veroordeeld geluiddempende minerale wol van 150 mm tussen de balken onder de dekvloer aan te (doen) brengen zoals aangegeven op het stuk T01 behorend bij de op 27 maart 2009 verzonden bouwvergunning, en deze vonnissen voor het overige bekrachtigd. 2.
  2. Blijkens rechtsoverweging 3.9 van het arrest heeft het hof de toewijzing van deze in eerste aanleg weliswaar afgewezen maar in hoger beroep toegewezen vordering tot het (doen) aanbrengen door [appellant] van, kort gezegd, de minerale wol, gebaseerd op de eisen van (een tekening behorend bij) de bouwvergunning. 2.
  3. [geïntimeerde] heeft in incidenteel appel primair gevorderd, kort gezegd, [appellant] te veroordelen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, binnen twee maanden na betekening van het arrest de nodige herstelwerkzaamheden aan de dekvloer te (doen) verrichten met inachtneming van de wettelijke normen en de eisen van de splitsingsakte en bouwvergunning. 2.
  4. Uit het voorgaande volgt dat [geïntimeerde] ook ten aanzien van het (doen) aanbrengen door [appellant] van, kort gezegd, de minerale wol, heeft gevorderd dat deze vordering onder bepaling van de bedoelde termijn alsmede op straffe van verbeurte van een dwangsom zal worden toegewezen, maar dat het hof heeft verzuimd op dit onderdeel van het gevorderde een beslissing te nemen. 2.
  5. Het hof zal daarom, zoals verzocht, het dictum van het arrest op dit punt aanvullen. 3De beslissing Het hof: vult het dictum van het in deze zaak op 22 december 2015 uitgesproken arrest aldus aan dat de eerste alinea van het dictum van het arrest op dit punt aldus luidt: veroordeelt [appellant] om binnen twee maanden na de betekening van het eindvonnis waarvan beroep, het arrest van 22 december 2015 alsmede dit herstelarrest geluiddempende minerale wol van 150 mm tussen de balken onder de dekvloer aan te (doen) brengen zoals aangegeven op het stuk T01 behorend bij de op 27 maart 2009 verzonden bouwvergunning, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 200,= per dag dat niet aan deze veroordeling is voldaan, met een maximum van € 20.000,=, met dien verstande dat het totaal van deze dwangsom en de in het eindvonnis reeds opgelegde dwangsom niet meer zal bedragen dan € 200,= per dag met een maximum van € 20.000,=; stelt de verbetering op de minuut van dat arrest. Dit arrest is gewezen door mrs. D.J. van der Kwaak, J.C.W. Rang en J.E. Molenaar, en is in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2016 door de rolraadsheer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.