beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummers: 200.174.769/01 OK, 200.174.769/02 OK en 200.174.769/04 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 17 mei 2016 inzake
- de coöperatieve vereniging BSGR HOLDINGS COÖPERATIE U.A., gevestigd te Amsterdam, VERZOEKSTER in de zaak 200.174.769/01 OK, advocaat: mr. M.E.C. Lok, kantoorhoudende te Den Haag,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INTERNATIONAL MINERAL RESOURCES B.V., gevestigd te Amsterdam, VERZOEKSTER in de zaken 200.174.769/02 OK en 200.174.769/04 OK, advocaten: mr. W.P. Wijers en mr. M.N. van Dam, kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n de naamloze vennootschap CUNICO RESOURCES N.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER, advocaten: mr. A.R.J. Croiset van Uchelen, mr. Ch. E. Honée en mr. S.B. Garcia Nelen, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n
- de coöperatieve vereniging BSGR HOLDINGS COÖPERATIE U.A., gevestigd te Amsterdam, BELANGHEBBENDE in de zaken 200.174.769/02 OK en 200.174.769/04 OK, advocaat: mr. M.E.C. Lok, kantoorhoudende te Den Haag,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INTERNATIONAL MINERAL RESOURCES B.V., gevestigd te Amsterdam, BELANGHEBBENDE in de zaak 200.174.769/01 OK, advocaten: mr. W.P. Wijers en mr. M.N. van Dam, kantoorhoudende te Amsterdam. 1Het verloop van de geding 1.1 In het vervolg zullen partijen, belanghebbenden en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid: BSGR Holdings Coöperatie U.A. met BSGR; International Mineral Resources B.V. met IMR; Cunico Resources N.V. met Cunico; [A] met [A] ; [B] met [B] . 1.2 Voor het verloop van de procedure verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 2 en 3 september 2015 (met zaaknummers 200.174.769/01 OK en 200.174.769/02 OK en van 27 oktober 2015 (met zaaknummer 200.174.769/03 OK) en van 28 april 2016 en 3 mei 2016 (met zaaknummers 200.174.769/01 OK en 200.174.769/02 OK en 200.174.769/04 OK). 1.3 Bij e-mail van 4 mei 2016 heeft mr. Wijers namens IMR de Ondernemingskamer bericht dat partijen vermoeden dat sprake is van een vergissing in rechtsoverweging 3.5 van de beschikking van 28 april
- Bij het vierde gedachtestreepje zou in plaats van “(…) [B] als bestuurder van Cunico namens IMR” moeten staan “(…) [A] als bestuurder van Cunico namens IMR”. Mr. Wijers verzoekt – zo begrijpt de Ondernemingskamer – om herstel van deze kennelijke fout op de voet van artikel 31 Rv. 1.4 De secretaris van de Ondernemingskamer heeft bij e-mail van 9 mei 2016 de overige partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over voornoemd verzoek. 1.5 Bij e-mail van 11 mei 2016 heeft mr. Garcia Nelen namens Cunico verzocht het verzoek tot herstel toe te wijzen. Bij e-mail van 12 mei 2016 heeft mr. Lok namens BSGR bericht in te stemmen met het verzoek tot herstel. 2De gronden van de beslissing De Ondernemingskamer heeft geconstateerd dat in rechtsoverweging 3.5, vierde gedachtestreepje van haar beschikking van 28 april 2016 [B] in plaats van [A] is genoemd. Het voorgaande is een kennelijke fout in de zin van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering die zich leent voor verbetering. De Ondernemingskamer zal die fout verbeteren en wel als volgt. 3De beslissing De Ondernemingskamer: verbetert haar op 28 april 2016 gegeven beschikking in deze zaak aldus dat rechtsoverweging 3.5, vierde gedachtestreepje komt te luiden: “perikelen rond de benoeming en het functioneren van [A] als bestuurder van Cunico namens IMR”; stelt de verbetering op de minuut van die beschikking. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en drs. P.R. Baart en drs. J. van den Belt, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 17 mei 2016.